
Sansevieria, beter bekend als vrouwentong, is een zeer dankbare kamerplant: hij blijft fraai bij tal van omstandigheden en ook als je hem verwaarloost. Dat maakt hem een geschikte plant voor beginners, terwijl ook ervaren huiskamertuiniers er veel plezier aan kunnen beleven. Hoe zorg je bij sansevieria’s voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:
1. Inleiding: wat is de sansevieria voor plant?

Weinig kamerplanten zijn zo onverwoestbaar als de sansevieria. In de jaren zeventig stond hij bij half Nederland op de vensterbank, daarna verdween hij decennialang naar de coulissen, en sinds een jaar of tien is hij weer ruim verkrijgbaar – mede dankzij een hernieuwde liefde voor strakke, minimalistische bladplanten. Waar sansevieria’s van nature voorkomen, hoe ze daar groeien en welke soorten er allemaal zijn, bespreken we hieronder.
1.1 Habitat en herkomst
Sansevieria’s komen van nature vooral voor in Afrika, het Arabisch schiereiland en delen van Zuid-Azië. De bekendste kamerplantsoort, de klassieke vrouwentong Dracaena trifasciata (voorheen Sansevieria trifasciata), heeft een smaller natuurlijk verspreidingsgebied: van Zuid-Nigeria tot Midden-Afrika en Tanzania. Daar groeit hij vooral in (sub)tropische gebieden die een nat en een droog seizoen kennen.
De omstandigheden ter plekke zijn voor een doorsnee kamerplant niet bepaald uitnodigend: lange droge periodes, felle zon, een schrale, vaak stenige bodem en soms grote verschillen tussen dag en nacht. Voor de sansevieria zijn het juist optimale condities. Hij is helemaal aangepast om dergelijke omstandigheden glansrijk te overleven (zie ook het kopje Groeiwijze hieronder). De plant is overigens ook op een andere manier taai. In delen van Afrika worden sansevieria’s al heel lang gebruikt als vezelplant: uit de bladeren wordt een sterke vezel gewonnen die geschikt is voor touw, vislijnen en grof linnen.
Naamkundig is de sansevieria een beetje een geval apart. Vincenzo Petagna publiceerde in 1787 de naam Sanseverinia, naar zijn beschermheer Pietro Antonio Sanseverino, graaf van Chiaromonte, in wiens tuin hij de plant had gezien. Zeven jaar later, in 1794, gebruikte Carl Peter Thunberg de vorm Sansevieria. Of dat een bewuste nieuwe naam was, een verschrijving, of een knipoog naar Raimondo di Sangro, prins van Sansevero, is in de literatuur nooit helemaal uitgemaakt. Het resultaat staat wel vast: Sansevieria is als geslachtsnaam officieel vastgelegd en raakte breed ingeburgerd.
Relevanter voor de huiskamertuinier is een veel recentere naamswijziging. Op basis van verwantschapsonderzoek bleek de oude groep Sansevieria nauw verweven met Dracaena. In de huidige indeling wordt de vrouwentong daarom onder Dracaena geplaatst: botanisch heet de klassieke vrouwentong nu Dracaena trifasciata, niet langer Sansevieria trifasciata. In de handel en in het dagelijks taalgebruik gebruiken we toch nog gewoon de naam sansevieria. Die is veel beter ingeburgerd en bovendien handig om de plant te onderscheiden van andere dracaena’s, zoals de drakenbloedboom. Die soorten lijken over het algemeen veel meer op elkaar dan op de sansevieria.
De Nederlandse naam ‘vrouwentong’ berust eigenlijk op een volksgrapje: het verwijst naar de scherpe, opgaande, lange bladeren. In Engeland is het net wat anders: daar heten sansevieria’s mother-in-law’s tongue, schoonmoederstong. Sterker nog, dat is in behoorlijk veel landen de triviale naam; eigenlijk is Nederland wat dat betreft de vreemde eend in de bijt. Ook in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Polen en Rusland moet de schoonmoeder het ontgelden. Nog bonter maken ze het in Zweden, Finland, Indonesië en Zuid-Afrika, want daar is de ‘schoonmoederstong’ zelfs de meestgebruikte benaming voor deze plant, niet zomaar een volks bijnaampje.
1.2 Groeiwijze
De sansevieria is een succulent. Dat wil zeggen dat hij water opslaat in zijn dikke, vlezige bladeren en zo lange droogteperiodes kan overbruggen. Als je weleens een sansevieriablad hebt doorgesneden, weet je dat de binnenkant verrassend sappig is, een beetje vergelijkbaar met de doorsnede van een aloë vera. Dat is geen toeval – beide planten zijn aangepast aan vergelijkbare klimatologische omstandigheden.
Bovengronds zijn sansevieria’s eigenlijk stamloze planten. Het zichtbare gedeelte bestaat uit een rozet van rechtopstaande bladeren die direct uit de grond lijken op te schieten. In werkelijkheid ontspringen ze aan een dikke, kruipende wortelstok (een zogeheten rhizoom) net onder het grondoppervlak. Vanuit dat rhizoom maakt de plant geleidelijk nieuwe rozetten, vaak een paar centimeter naast het oude exemplaar. Op die manier vormt een sansevieria mettertijd een steeds bredere pol. Een opgepot exemplaar kan zelfs over de potrand heen kruipen, op zoek naar meer ruimte om te groeien.
De groei van sansevieria’s is over het algemeen betrekkelijk traag. In de huiskamer maakt een goed groeiend exemplaar ’s zomers een paar nieuwe bladeren bij, en doet hij ’s winters helemaal niets. Daarbij worden de (nieuwe) bladeren elk jaar net wat langer. Doordat deze planten zo onverwoestbaar zijn, staat in menig huishouden desondanks een imposant exemplaar. Na verloop van een aantal jaar kan D. trifasciata een hoogte van een meter of anderhalf bereiken; de maximale breedte wordt bepaald door de omvang van de pot waarin-ie staat.
Bloeien doet de sansevieria in de woonkamer onregelmatig, maar het komt wel voor – vaker dan veel mensen denken. Zie voor meer daarover het kopje Bloeiwijze later in dit artikel.
1.3 Stamboom en verwante kamerplanten
Taxonomisch hoort de sansevieria bij het geslacht Dracaena, in de familie Asparagaceae, de aspergefamilie, en de orde Asparagales. Daarmee staat hij op familieniveau naast een paar verrassend afwijkende kamerplanten: denk aan de sierasperge (Asparagus), de graslelie (Chlorophytum) en de olifantspoot (Beaucarnea).
Binnen diezelfde familie valt de sansevieria vooral op door zijn sappige bladeren, die als waterreservoir dienen, en zijn vaak kruipende rhizoom. De nauwe verwantschap met andere Dracaena-soorten is aan het uiterlijk dus niet altijd goed te zien.
1.4 Soorten
De handel werkt nog vrijwel exclusief met de oude geslachtsnaam Sansevieria, terwijl de geaccepteerde botanische naam tegenwoordig Dracaena is (zie ook het kopje Habitat en herkomst hierboven). In dit artikel houden we de nieuwe namen aan, met de oude naam erbij waar dat nuttig is, zodat je niet voor verrassingen komt te staan als je op zoek gaat in het tuincentrum.
De oude sansevieriagroep omvat tientallen soorten, waarvan er een handjevol als kamerplant relevant is. Verreweg de meest verkochte is de klassieke D. trifasciata, met daarnaast een opmars van de cilindrische soorten en, de afgelopen jaren, de nog weinig bekende Dracaena masoniana (ook Sansevieria masoniana genoemd).
1.4.1 Dracaena trifasciata (klassieke vrouwentong)

Dracaena trifasciata (voorheen Sansevieria trifasciata) is de soort die negen van de tien Nederlanders zal herkennen als ‘de’ sansevieria. Het is een stevige, rechtopstaande plant met platte, zwaardvormige bladeren. In de huiskamer worden die vaak een halve tot een hele meter lang en zo’n vijf tot zeven centimeter breed; bij oude exemplaren kan de lengte oplopen tot anderhalve meter. De bladeren zijn donkergroen met lichtere, dwars verlopende, soms wat onregelmatige bandjes – vandaar de soortaanduiding trifasciata, ‘driebandig’.
Van deze soort bestaan veel kweekvormen. De belangrijkste zijn:
- D. trifasciata ‘Laurentii’: als de soort, maar met decoratieve gele bladranden. Veruit de meest verkochte cultivar; misschien wel bekender dan de soort zelf.
- D. trifasciata ‘Hahnii’: een rozetvormige dwergvorm die meestal niet veel hoger wordt dan een centimeter of vijftien tot twintig. Door zijn compactheid populair voor op een vensterbank of in een terrarium.
- D. trifasciata ‘Golden Hahnii’: als ‘Hahnii’, maar met gele bladranden. De bladeren zijn vaak voller geel gevariëgeerd dan bij ‘Laurentii’.
- D. trifasciata ‘Moonshine’ (ook in de handel als ‘Moonlight’): heeft brede, vrij korte bladeren die opvallend zilvergroen tot bleekgroen gekleurd zijn, zonder duidelijke banden. Bij minder licht worden de bladeren wat donkerder.
- D. trifasciata ‘Bantel’s Sensation’: smallere, opvallend opgaande bladeren met dunne, verticaal verlopende roomwitte strepen. Decoratief, maar groeit aanmerkelijk langzamer dan de groen-gele varianten.
- D. trifasciata ‘Black Coral’: een donkergroene, soms bijna grijszwart aandoende kweekvorm met fraaier zichtbare lichte dwarsbanden dan de soort zelf.
- D. trifasciata ‘Futura Superba’: als ‘Laurentii’, maar met kortere, bredere bladeren. Compacter en daardoor wat handzamer voor kleinere ruimtes.
- D. trifasciata ‘Twisted Sister’: een wat merkwaardige maar leuke cultivar met korte, sterk gedraaide bladeren en gele bladranden. Wordt zelden hoger dan een centimeter of dertig.
1.4.2 Cilindrische sansevieria’s

Naast de klassieke platbladige D. trifasciata zien we sinds een aantal jaren steeds vaker sansevieria’s met cilindrische, potlooddikke tot duimdikke bladeren. De botanische naam van deze planten is in de loop van de tijd veranderd. Lange tijd werden ze in de handel verkocht als Sansevieria cylindrica, maar onder de huidige indeling vallen ze onder Dracaena angolensis. In tuincentra zie je vaak nog gewoon Sansevieria cylindrica op het kaartje staan.

Een nauw verwante soort die ook soms wordt aangeboden is Dracaena stuckyi. Deze vormt niet echt rozetten; de bladeren komen eerder los van elkaar uit de grond. In de handel wordt deze regelmatig aangeduid als Sansevieria stuckyi of zelfs als Sansevieria cylindrica. Vergelijk ook de beide foto’s hierboven.
De cilindervorm is niet zomaar een visuele eigenaardigheid; het is bij uitstek een aanpassing aan een nog drogere standplaats dan die van D. trifasciata. Een cilinder heeft per volume een veel kleiner oppervlak dan een afgeplat blad, en dus minder oppervlak om vocht te verliezen. Voor de huiskamertuinier betekent dit dat cilindrische sansevieria’s nog wat minder water nodig hebben dan hun platbladige verwanten, en dat ze nog beter tegen een vergeten gietbeurt kunnen.
In de handel zien we vooral twee verschijningsvormen, die beide op D. angolensis teruggaan:
- Exemplaren met losse, alle kanten uitstaande cilinders. Wordt soms aangeboden als ‘Spaghetti’ of zonder cultivarnaam.
- Gevlochten of strak in een soort bundel samengebonden exemplaren. Strikt genomen is dit geen aparte cultivar, maar een teelttruc: kwekers binden de jonge planten in vorm, en hoe ouder ze worden, hoe beter ze die vorm behouden.
De verzorging is grotendeels gelijk aan die van D. trifasciata, met als belangrijkste verschil dat je nog wat zuiniger met water moet zijn (zie ook het kopje Water geven verderop in dit artikel).
1.4.3 Overige sansevieriasoorten
Hoewel D. trifasciata en de cilindrische D. angolensis samen het overgrote deel van de verkoop uitmaken, zijn er meer sansevieriasoorten die af en toe te koop staan – vaak bij gespecialiseerde kwekers of op platforms voor liefhebbers. Een kort overzicht:
- Dracaena masoniana (voorheen Sansevieria masoniana), in de handel meestal aangeduid als whale fin of walvisvin. Heel opvallend: deze plant vormt vaak slechts één of twee enorme, brede, peddelvormige bladeren in plaats van een hele rozet. De bladeren kunnen tot een meter hoog en wel twintig centimeter breed worden. De plant is sinds een paar jaar in opkomst, al is hij nog niet heel breed verkrijgbaar.
- Dracaena hanningtonii (voorheen Sansevieria ehrenbergii of in oudere literatuur S. hanningtonii): een zeer stoere soort met dikke, blauwgroene, naar twee zijden waaiervormig groeiende bladeren. De plant doet vanwege die zijwaartse waaiergroei een beetje aan een agave denken. Leuk detail: de beroemde Olduvai- of Oldupai-kloof in Tanzania is genoemd naar de Masai-naam voor deze wilde sisalachtige plant, die daar veel groeit.
- Dracaena pearsonii (voorheen Sansevieria pearsonii): lijkt op een ranke, kleinere versie van D. hanningtonii, met smallere, ronder cilindrische bladeren en eveneens waaiervormige groei.
- Dracaena pinguicula (voorheen Sansevieria pinguicula): een vetbladige, korte soort die met enige fantasie wel iets weg heeft van een ondergedimensioneerde aloë of agave. In de huiskamercultuur zeldzaam.
- Dracaena ballyi (voorheen Sansevieria ballyi): een echte minisoort, met slechts enkele centimeters lange bladeren in compacte rozetjes.
2. Verzorging sansevieria (Dracaena trifasciata)

Sansevieria’s gelden als de ultieme onderhoudsarme kamerplant. In de meeste gevallen klopt die reputatie volledig: een gezond exemplaar kan op een redelijke standplaats jarenlang zonder al te veel aandacht overleven. Maar als je wilt zorgen voor een echt goede groei, zijn er toch wel enige aandachtspunten. Hieronder bespreken we de verschillende facetten van een goede verzorging uitgebreid.
2.1 Water geven
Verreweg de meeste sansevieria’s die voortijdig doodgaan, gaan ten onder aan te veel water. Daar zit overigens een zeer begrijpelijke logica achter: omdat de plant er na een vergeten gietbeurt nooit echt slechter uit gaat zien, denken veel huiskamertuiniers dat hij van extra water juist opknapt. Sansevieria’s horen echter tot de zeldzame planten die van verwaarlozing lijken te profiteren – en de keerzijde daarvan is dat je ze vrij gemakkelijk doodknuffelt.
Wat betekent dat concreet? In de zomer, bij goede groei, is één keer per twee tot drie weken een flinke gietbeurt voldoende. Doordrenk de kluit, laat het overtollige water goed weglopen via de bodem en geef pas weer water als de potgrond bovenop een paar centimeter diep volledig droog is. Steek desnoods een vinger in de aarde om dat even te testen.
In de winter, als de groei tot stilstand komt, kun je gerust nog veel zuiniger zijn. Een gietbeurt per maand, of zelfs per zes weken, is meer dan genoeg. Zit je plant op een koele plaats (onder de 15 graden), houd hem dan zo goed als droog. Bij die temperatuur verbruikt de plant nauwelijks vocht meer en wordt elke gietbeurt al snel te veel. Bij een écht droog gehouden plant zul je op enig moment de bladeren licht zien rimpelen, en dan gaan ze ook wat slap aanvoelen; dan weet je dat je iets vaker de gieter mag pakken. Voor cilindrische sansevieria’s en Dracaena masoniana (‘walvisvin’) geldt overigens dat ze nog wat minder water nodig hebben dan D. trifasciata.
Voorkom dat je water geeft in het hart van de rozet. Water dat tussen de bladeren blijft staan, kan zorgen dat de plant in de kern gaat rotten. Dat is vaak onomkeerbaar, en dus fataal.
2.2 Temperatuureisen
Sansevieria’s houden van warmte. De ideale temperatuur ligt tussen ruwweg 18 en 27 graden Celsius. Hogere temperaturen zijn geen enkel probleem, mits de plant niet uitdroogt – wat in een normale huiskamer haast niet kan gebeuren als je gewoon de aanwijzingen bij het kopje Water geven hierboven volgt.
Aan de onderkant van de temperatuurmarge is de plant minder tolerant. Onder de 10 graden krijgt hij koudeschade, die zich uit in glazige, gele tot bruine vlekken op de bladeren. Bij langduriger blootstelling aan dergelijke temperaturen geeft de plant er definitief de brui aan.
Tegelijk hebben deze kamerplanten geen hekel aan een koelere overwintering, mits de temperatuur boven de 10 graden blijft én je ze droog houdt. Een plek in een lichte logeerkamer of op een koele vensterbank waar de verwarming ’s nachts uitgaat, is doorgaans uitstekend. Zo’n koele, droge rustperiode helpt bovendien om de plant in het voorjaar te laten bloeien.
2.3 Standplaats
Sansevieria’s tolereren een opmerkelijk brede waaier aan lichtomstandigheden, van een zonnig zuidraam tot een achterafhoekje in een halfdonkere gang. Dat is meteen ook een belangrijke reden waarom ze als onverwoestbaar te boek staan. Maar ‘tolereren’ is iets anders dan ‘optimaal gedijen’. Als je wilt zorgen voor een goede groei, moet je je sansevieria een lichte of zelfs zonnige plaats geven. Helder, indirect licht doet de meeste cultivars het mooist uitkomen.
In een donkere hoek zal de plant niet snel doodgaan, maar de groei stagneert en bij sommige bonte cultivars verbleekt de variëgatie. Vooral ‘Laurentii’ en ‘Bantel’s Sensation’ hebben goed licht nodig om hun gele bladranden respectievelijk witte strepen mooi aan te houden; in een donkere standplaats vergroenen die bladeren langzaam. Aan de andere kant kunnen de bladeren bij langdurig felle middagzon, vooral achter glas, lelijke bleke of bruine brandplekken oplopen, zeker als ze niet gewend zijn aan felle zon. Een zonnig oost- of westraam is doorgaans een prima middenweg.
2.4 Voeding
Een sansevieria heeft heel weinig voeding nodig. Een dosis vloeibare cactus- of universele plantenvoeding eens per maand tot eens per zes weken is ’s zomers voor een gezonde plant ruim voldoende. ’s Winters geen extra voeding geven.
2.5 Verpotten
In tegenstelling tot veel andere kamerplanten zitten sansevieria’s graag knus in hun pot. Bovendien: een te grote pot bevat te veel grondvolume dat ’s winters te lang vochtig blijft, en dat is een veelvoorkomende oorzaak van wortelrot. Verpot dus liever te laat dan te vroeg. Houd er daarbij trouwens ook rekening mee dat je sansevieria vroeg of laat z’n pot geheel zal vullen. De maat van de pot bepaalt dus hoe groot je plant wordt – en op welke standplaatsen er wel of geen ruimte voor zal zijn op termijn. (Vergelijk ook de afbeelding bij het kopje Kopen verderop in dit artikel: sansevieria’s zonder begrenzing vormen pollen die enorm breed kunnen worden.)
In de praktijk is verpotten dus meestal alleen nodig als de plant zo’n grote pol heeft gevormd dat de pot lichtjes vervormt of zelfs barst – iets dat bij een gezonde sansevieria zeker kan voorkomen, want het kruipende rhizoom drukt langzaam tegen de potwand. In zo’n geval kun je de plant meteen wat kleiner maken door hem te delen; zie ook het kopje Scheuren (rhizoom delen) verderop in dit artikel.
Kies een pot die maar een fractie groter is dan de huidige, en kies bij voorkeur een potgrondmengsel met een snelle drainage. Standaard cactus- of vetplantengrond is prima. Een gewone potgrond werkt ook, mits je hem aanlengt met een schep perliet of grof zand om de drainage te verbeteren. Een stevige, terracotta pot is aan te raden: mits de pot niet al te ruim in doorsnee is, wordt je sansevieria op termijn een stuk hoger dan breed. Dan wil je graag de extra stabiliteit van een wat zwaardere pot.
Het beste moment om te verpotten is het late voorjaar, als de plant weer in de groei komt. Geef vlak na het verpotten enkele weken geen water; eventueel beschadigde wortels kunnen dan wat indrogen en helen voordat er weer vocht bij komt.
2.6 Snoeien
Snoeien is bij sansevieria’s eigenlijk niet aan de orde. De plant maakt geen bovengrondse vertakkingen die je in toom zou moeten houden, en de bladeren groeien niet door na een snoeibeurt. Sterker nog, een afgeknipt blad krijgt aan de snijrand een bruine, ietwat verdroogde streep die nooit meer weggaat. Als je sansevieria te groot is geworden, kun je trouwens nog wel iets anders doen, namelijk de kluit delen; zie het kopje Scheuren (rhizoom delen) verderop.
Toch zijn er enkele situaties waarin het alsnog gepast is om de snoeischaar erbij te pakken. Een verschrompeld, vergeeld of duidelijk afstervend blad kun je gewoon helemaal weghalen. Het zit doorgaans niet vast aan de andere bladeren; trek het rustig met een wrikkende beweging uit het rhizoom. Lukt dat niet, snijd het dan bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de basis weg.
Heeft je plant een omgevallen of geknakt blad? Dan zit er meestal niets anders op dan het hele blad weg te halen. Snijd het schuin af, vrij dicht bij de basis. Tip: gooi het beschadigde blad niet weg, maar gebruik het om een nieuwe plant op te zetten via bladstekken.
2.7 Vermeerderen
Wil je leren stekken, dan zijn sansevieria’s dankbaar oefenmateriaal. Er zijn ruwweg twee veelgebruikte methodes: bladstekken en het delen van het rhizoom (de wortelstok). Beide werken goed, maar ze hebben elk hun eigen aandachtspunten.
2.7.1 Bladstekken
Bladstekken is de bekendste vermeerderingsmethode bij sansevieria’s. Het werkt verbluffend goed: snijd een gezond blad af, deel het eventueel verder in stukken van zo’n vijf tot tien centimeter en zet de stukken met de oorspronkelijke onderkant naar beneden in zaai- en stekgrond of zelfs – maar dan is succes niet altijd gegarandeerd – in een glas water. Het is wel belangrijk om de stekken niet ondersteboven te plaatsen, want sansevieria’s wortelen alleen aan de oorspronkelijke onderkant van het blad.
Bij stekken in water duurt het meestal enkele weken tot er de eerste worteltjes verschijnen, en weer enkele weken voordat er een mini-rhizoom met een eerste klein blaadje uit groeit. Houd het water schoon door het wekelijks te verversen. Zodra de jonge plant een centimeter of twee, drie aan eigen rhizoom heeft gevormd, kun je hem in zaai- en stekgrond opzetten en zoals een normale sansevieria gaan verzorgen.
Bij stekken in grond zie je minder van wat er gebeurt, en het duurt doorgaans wat langer. Houd de aarde licht vochtig – absoluut niet nat – en wacht twee tot drie maanden. Met enig geluk schiet er dan een mini-sansevieria uit de aarde, een paar centimeter naast de stek.
Belangrijk voorbehoud: bij bonte cultivars zoals ‘Laurentii’, ‘Bantel’s Sensation’ en ‘Golden Hahnii’ zal de jonge plant uit een bladstek doorgaans niet de variëgatie van de moederplant overnemen. Bonte sansevieria’s zijn vaak chimaera’s: de bonte cellen zitten alleen in de oppervlaktelaag van het blad, niet in de groeicellen (meristematische cellen) waaruit nieuwe planten ontstaan. Wil je zeker weten dat het bont blijft, scheur de plant dan in plaats van hem te stekken (zie hieronder).
2.7.2 Scheuren (rhizoom delen)
Scheuren, oftewel het delen van het rhizoom, is de andere gangbare manier om sansevieria’s te vermeerderen. Voordeel: de nieuwe planten zijn genetisch identiek aan de moederplant, inclusief eventuele bonte bladtekening. Nadeel: je hebt er wel een redelijk volwassen plant met meerdere rozetten voor nodig.
Scheuren is overigens mogelijk met de hand, maar voor meer controle kun je veel beter een schop of een (oud) broodmes gebruiken. Het proces is verder bijzonder simpel. Hak of scheur de kluit in meerdere stukken. Zorg dat ze niet kleiner worden dan één rozet – maar dat mag ook een heel kleintje zijn. Bij een heel grote plant is het handiger om eerst de kluit dwars doormidden te scheuren, en dan pas verder op te delen.
Laat de snijwond één tot twee dagen drogen aan de lucht voor je de aparte plantjes opnieuw oppot. Dat verkleint de kans op rotting flink. Gebruik droge tot licht vochtige potgrond, en behandel de planten daarna als normale sansevieria’s. Je kunt er trouwens ook voor kiezen om sommige planten gewoon in de groenbak te gooien. Scheuren is eigenlijk de enige manier om een te groot geworden plant kleiner te maken, en bij normaal snoeiwerk gooi je het snoeiafval doorgaans ook zonder pardon weg.
2.8 Bloeiwijze

Het is een wat hardnekkig fabeltje dat sansevieria’s in de huiskamer nooit bloeien. Onder de juiste omstandigheden – een paar jaar oud, lichte standplaats, droge koele winterrust – doen ze het wel degelijk, en regelmatig zelfs. De bloeiwijze is alleen niet altijd direct goed zichtbaar (maar wel te ruiken!).
Uit het hart van een rozet (of vlak bij het rhizoom) verschijnt een lange, dunne bloemstengel, vaak een halve meter tot wel een meter lang, met daarop trosjes kleine, smalle, witte tot crèmegele bloemen. De bloemen openen zich voornamelijk ’s avonds en geuren dan vaak heerlijk zoet – soms met een vleugje vanille, soms iets jasmijnachtig. Voor sommige mensen is de geur trouwens wat al te intens. Bestuiving in het wild gebeurt door nachtvlinders.
Een opvallende bijzonderheid is dat sansevieriabloemen kleverige nectardruppels afscheiden, die langs de bloemstengel naar beneden lopen. Dat is volstrekt normaal en geen teken van een ziekte of plaag – maar het kan bij ongelukkig geplaatste planten wel zorgen voor plakkerige vlekken op een vensterbank of houten tafel.
Vruchtzetting (de plant kan kleine rode besjes vormen) komt in de huiskamer haast niet voor, omdat sansevieria’s niet of nauwelijks zelfbestuivend zijn en er ’s avonds zelden de juiste nachtvlinders door je woonkamer zullen fladderen.
2.9 Ziektes en plagen
Op zichzelf zijn sansevieria’s weinig vatbaar voor ziektes en plagen. Verreweg het grootste risico is wortelrot door overmatig water geven (zie het kopje Water geven eerder in dit artikel). Een plant die wortelrot heeft, herken je aan slap geworden, omvallende bladeren, soms met geel- of bruinverkleuring aan de voet.
Bij beginnende wortelrot kun je proberen om de plant te redden. Haal hem uit de pot, tik of spoel de aarde van de wortels en het rhizoom af, en bekijk de schade. Snijd alle zachte, rottige delen weg met een scherp mes. Ze zijn geel tot bruin verkleurd en kunnen stinken, als rottend fruit. Snijd voor de zekerheid ook wat gezond weefsel weg. Laat de wond enkele dagen aan de lucht drogen en pot de plant dan weer op in vers, vrij droog substraat. Geef de eerstvolgende weken geen water. Met enig geluk zet de plant nieuwe wortels en herstelt geleidelijk; helaas is dat zeker geen garantie. Voor de zekerheid kun je tegelijkertijd een bladstek nemen.
Van de insectenplagen komt wolluis nog het meest voor. Je herkent ze aan kleine, witte plukjes in de bladoksels of op het rhizoom. Verwijder ze met een wattenstaafje gedoopt in alcohol of een speciaal biologisch bestrijdingsmiddel; behandel grote aantastingen volgens de aanwijzingen op de verpakking. Spint is bij sansevieria’s veel zeldzamer, omdat het dikke, leerachtige blad voor spintmijten geen aantrekkelijke kost is. Schildluis komt soms voor maar is meestal eenvoudig met de nagel of een mesje weg te schrapen.
2.10 Overige tips bij de verzorging
- Stoffige bladeren kun je voorzichtig afnemen met een zachte vochtige doek. De bladeren zijn redelijk stevig, maar krassen op de bladhuid genezen niet, dus wees voorzichtig en gebruik geen schurende materialen.
- Bij oudere bladeren kun je zien dat de top een beetje ingedroogd raakt en aan de uiterste punt verkleurt. Dat is bij een gezonde plant normaal, vooral bij ‘Laurentii’ en andere langbladige cultivars. Trek de top niet af – dan ontstaat juist een veel grotere bruine plek. Laat hem zitten of knip hem heel voorzichtig schuin af met een schaar.
- Sansevieria’s zijn topzwaar zodra de bladeren een aardige lengte hebben bereikt. Gebruik een stevige, liefst wat zwaardere pot – een diepe stenen of betonnen pot werkt visueel mooi én praktisch – om omvallen te voorkomen.
- Bladeren die op een bepaald moment doorbuigen of slap gaan hangen, zijn niet altijd het slachtoffer van een tekort, maar vaak juist van een teveel aan water. Voel altijd eerst aan de potaarde: voelt die nat aan, dan moet je niet bijgieten maar juist een tijdje stoppen.
- Bij lage temperaturen kunnen bladeren glazige, waterig doorschijnende plekken krijgen. Dit is een onomkeerbaar gevolg van koudeschade. Verplaats de plant naar een warmer plekje en verwijder de aangetaste bladeren.
3. Sansevieria kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

Sansevieria’s zijn vrijwel overal te koop: in elk tuincentrum, in veel supermarkten, bij bloemisten en zo’n beetje alle online plantenwinkels. Ze zijn doorgaans heel betaalbaar, zeker mini’s – al kunnen de zeldzamere soorten en cultivars wat meer kosten.
Bij het kopen zijn er een paar aandachtspunten die de moeite waard zijn:
- Til de plant op of, beter nog, draai voorzichtig aan een blad. Een gezonde sansevieria zit stevig in de aarde verankerd door zijn rhizoom en wortels. Beweegt een blad of een hele rozet verdacht gemakkelijk, of voelt het zwabberig aan, dan kan er sprake zijn van beginnende wortelrot, vermoedelijk al ontstaan in de kas of in de winkel.
- Bekijk de basis van de bladeren goed. Bruine, zachte plekken aan de voet zijn een serieus alarmsignaal en duiden meestal op rotting in het rhizoom.
- Let op de variëgatie. Bij ‘Laurentii’, ‘Bantel’s Sensation’ en ‘Golden Hahnii’ moet de variëgatie helder en regelmatig zijn. Een exemplaar dat te lang donker heeft gestaan, vergroent, en die tekening komt nadien niet vanzelf terug. Het is geen reden om de plant af te wijzen, maar je koopt wel een minder bonte plant dan je denkt.
- Een paar bruine puntjes aan de bladeren zijn onschuldig en doorgaans onvermijdelijk – alle sansevieria’s krijgen ze met de tijd. Strepen of dwarse vlekken op het blad zelf zijn iets om wat alerter op te zijn, omdat ze kunnen wijzen op koudeschade of waterschade tijdens het transport.
- Zorg voor goede verpakking als je je plant in het koude seizoen meeneemt. Sansevieria’s zijn weliswaar stevig, maar bijvoorbeeld een koude fietstocht naar huis kan al voldoende zijn voor koudeschade.
Tot slot een opmerking over kinderen en huisdieren. Sansevieria’s bevatten saponinen en zijn daardoor licht giftig voor mensen, honden en katten als er grotere hoeveelheden van worden gegeten. Zet de plant bij jonge kinderen of dieren die aan planten knabbelen daarom liever buiten bereik.
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.
