• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Kamerplanten » Graslelie (chlorophytum): kopen en verzorging

    Graslelie (chlorophytum): kopen en verzorging

    Chlorophytum

    De graslelie (Chlorophytum) is één van de meest vergevingsgezinde kamerplanten die er bestaan. Ze hebben een even eigenaardige als herkenbare groeiwijze: aan lange, zwevende uitlopers hangen complete miniatuurplantjes, vaak tientallen tegelijk. Hoe zorg je bij Chlorophytum voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:

    1. Inleiding: wat is de graslelie (Chlorophytum comosum) voor plant?
      1. Habitat en herkomst
      2. Groeiwijze
      3. Stamboom en verwante kamerplanten
      4. Soorten
        1. Chlorophytum comosum
        2. Overige Chlorophytum-soorten
    2. Verzorging graslelie (Chlorophytum comosum)
      1. Water geven
      2. Temperatuureisen
      3. Standplaats
      4. Voeding
      5. Verpotten
      6. Snoeien
      7. Vermeerderen
        1. Kindjes oppotten
        2. Scheuren
        3. Zaaien
      8. Bloeiwijze
      9. Ziektes en plagen
      10. Overige tips bij de verzorging
    3. Graslelie kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
    4. Reacties

    1. Inleiding: wat is de graslelie voor plant?

    De graslelie is een echte klassieker. Door zijn onverwoestbaarheid, en doordat hij zo gemakkelijk te stekken is, hebben sommigen al generaties lang een chlorophytum in de familie. De smalle, vaak bonte bladeren vormen een sierlijke rozet, en zodra de plant volwassen is, schiet er een dunne stengel uit waaraan kleine witte sterbloemetjes verschijnen – om na verloop van tijd plaats te maken voor de welbekende kindjes: miniplantjes die kant-en-klaar aan de uitlopers hangen, klaar om te worden afgeknipt en als nieuwe plant te worden opgepot.

    De wetenschappelijke geslachtsnaam Chlorophytum is opgebouwd uit het Oudgriekse chloros (groen) en phyton (plant), dus letterlijk: ‘groene plant’. Nu blinkt dit soort namen zelden uit in originaliteit – ze dienen immers hoofdzakelijk om de plant te beschrijven – maar het moet gezegd: dit is wel erg fantasieloos, en bovendien weinig onderscheidend. De soortaanduiding comosum van de bekendste vertegenwoordiger van het geslacht is afkomstig van het Latijnse coma, en betekent zoiets als ‘voorzien van een kuif’ of ‘bossig’ – een redelijk treffende verwijzing naar de bossige rozet van bladeren.

    De Nederlandse naam graslelie verwijst naar de smalle, grasachtige bladeren en naar de leliefamilie (Liliaceae), waar de plant tot enkele decennia geleden onder werd geschaard. In de moderne indeling op grond van DNA-onderzoek hoort de graslelie inmiddels tot de aspergefamilie (Asparagaceae), dezelfde familie als planten als de dracaena, de yucca en de sansevieria. Het lijkt op het eerste oog een vreemd gezelschap, maar als je eens goed kijkt naar de bouw van de bloeiwijze en naar de vlezige, vaak wat taps toelopende wortels, zie je de overeenkomsten al snel.

    1.1 Habitat en herkomst

    De graslelie die wij als kamerplant kennen is Chlorophytum comosum, een soort die van nature voorkomt in een opmerkelijk groot deel van tropisch en zuidelijk Afrika. De verspreiding loopt ruwweg van westelijk tropisch Afrika tot Kameroen, en van Ethiopië via Oost-Afrika tot in zuidelijk Afrika. In Zuid-Afrika groeit de plant op tal van plekken, van Swellendam in de West-Kaap tot het Soutpansberggebergte in de noordelijke provincie Limpopo, en op uiteenlopende ondergronden, waaronder vulkanisch gesteente, zandsteen en schalie.

    Het natuurlijke groeigebied is gevarieerd, maar voorkeursomstandigheden zijn de onderbegroeiing van beboste rivierdalen, halfopen struikvegetatie en steile berghellingen, soms tot meer dan 1000 meter hoogte. Chlorophytum comosum groeit dus vooral in de halfschaduw, niet in de volle zon, en is gewend aan een redelijk vochtige bodem die toch goed afwatert.

    1.2 Groeiwijze

    Chlorophytum pol
    In tropisch Azië vult Chlorophytum al snel een heel perk.

    De chlorophytum is een meerjarige, kruidachtige plant die uitgroeit tot een polletje met een centrale bladrozet. De lange, smalle bladeren zijn doorgaans 20 tot 45 centimeter lang en zo’n 6 tot 25 millimeter breed; ze buigen sierlijk omlaag naarmate ze langer worden. Onder de grond zit een korte, kruipende wortelstok (rizoom) van waaruit nieuwe bladeren ontspringen.

    Wat de graslelie meteen onderscheidt van veel andere kamerplanten zijn de wortels. Die zijn ronduit vlezig: dik, taps toelopend, soms zelfs een beetje knobbelig, en tot ongeveer een centimeter dik. Deze wortels fungeren als waterreservoir, vergelijkbaar met de knolwortels van bijvoorbeeld vetplantachtige soorten, en zijn een groot deel van de verklaring voor het ontzagwekkende uithoudingsvermogen van graslelies: pas na weken zonder water beginnen deze ogenschijnlijk frêle bladplanten echt dorstig te worden. Een minder aangename bijkomstigheid van deze stevige wortels is wel dat ze letterlijk uit hun pot kunnen barsten – zie ook het kopje Verpotten verderop in dit artikel.

    Het meest opvallende kenmerk van de plant is echter de manier waarop hij zich vermeerdert. Vanuit het hart van een volwassen exemplaar groeien lange, dunne stengels (botanisch heten deze ietwat verwarrend zowel ‘stolonen’ als ‘bloemstengels’, afhankelijk van wat ze precies dragen) die alle kanten op schieten en wel een meter lang kunnen worden. Aan de uiteinden van die stengels vormen zich aanvankelijk kleine witte sterbloemetjes (zie het kopje Bloeiwijze verderop), en daarna ontwikkelen zich op die plekken volledige miniplantjes met alles erop en eraan, inclusief (lucht)wortels: de zogenoemde kindjes, in het Engels ‘spiderettes’ of ‘spider babies’ geheten (de volwassen plant heet daar ‘spider plant’). Komt zo’n kindje met de bodem in aanraking, dan schiet het wortel en groeit het door als zelfstandige plant – precies zoals een aardbei een nieuwe plant maakt aan een uitloper. Geen wonder dus dat de plant in andere talen wel ‘hen and chickens’ of ‘loopplant’ wordt genoemd.

    De graslelie staat in zijn natuurlijke habitat dan ook bekend om zijn vermogen om snel een flink oppervlak te bedekken. Dat kun je dus thuis ook benutten: zie het kopje Vermeerderen verderop in dit artikel.

    De plant zelf wordt zonder de uitlopers meegerekend hooguit een centimeter of zestig hoog en even breed. Met de afhangende uitlopers en kindjes erbij kan een grote graslelie in een hangpot echter wel een ruime meter of meer omlaag bungelen.

    1.3 Stamboom en verwante kamerplanten

    Taxonomisch zit de graslelie tegenwoordig in de aspergefamilie (Asparagaceae), binnen de orde Asparagales. Binnen de kamerplantenwereld komt de graslelie daardoor in hetzelfde brede familieverband terecht als onder meer Asparagus, Aspidistra, Beaucarnea, Cordyline, Dracaena, Sansevieria en Yucca.

    1.4 Soorten

    Het geslacht Chlorophytum omvat ruim tweehonderd soorten, die vooral voorkomen in de tropen en subtropen van de Oude Wereld: Afrika voorop, daarnaast delen van Azië en Australië. In de Nederlandse kamerplantenhandel is één soort echter veruit dominant, namelijk Chlorophytum comosum. Daarvan bestaan wel nog diverse cultivars. Hieronder een overzicht.

    1.4.1 Chlorophytum comosum

    De ‘echte’ soort, Chlorophytum comosum, met effen lichtgroene bladeren, is in de Nederlandse handel verrassend genoeg minder gemakkelijk te vinden dan zijn bonte kweekvormen. Dat is opvallend, want effen groene exemplaren zijn vaak iets robuuster en groeien iets sneller dan de bonte; in het witte (of gele) deel van een bont blad zit nu eenmaal geen bladgroen, en dat scheelt de plant fotosynthetisch energie. De effen variant is ook iets toleranter voor schaduw. Zie ook het kopje Standplaats verderop in dit artikel.

    De bekendere én meer gekochte vormen zijn de volgende cultivars (er bestaan er meer; we noemen de gangbaarste):

    • Chlorophytum comosum ‘Vittatum’: de wereldwijde bestseller. De bladeren zijn middelgroen met een brede romige tot witte streep in het midden. De bloeistengels en uitlopers zijn witachtig. Het is de cultivar die de meeste mensen voor ogen hebben als ze aan een graslelie denken.
    • Chlorophytum comosum ‘Variegatum’: het tegenovergestelde variëgatiepatroon, met donkergroene bladeren en een smalle witte of crèmekleurige rand. De bloeistengels en uitlopers zijn groen. Iets compacter dan ‘Vittatum’.
    • Chlorophytum comosum ‘Bonnie’ (ook wel ‘Curly Spider’): heeft dezelfde variegatie als ‘Vittatum’, maar dan met sterk gekrulde bladeren. Nog weer compacter, en ook de kindjes komen met krullen tevoorschijn. Hij is in opmars en wordt steeds vaker aangeboden.
    • Chlorophytum comosum ‘Hawaiian’: een opmerkelijke cultivar waarbij nieuwe bladeren bont uitlopen, om naarmate ze ouder worden hun variëgatie te verliezen en uiteindelijk geheel te vergroenen.
    • Chlorophytum comosum ‘Ocean’: een compacter type met kortere, iets bredere bladeren en witte randen, vergelijkbaar met ‘Variegatum’, zij het iets robuuster aandoend.

    Er zijn nog tal van zeldzamere of minder algemeen verkrijgbare cultivars, zoals ‘Picturatum’ (gele middenstreep), ‘Milky Way’, ‘White Stripe’ en ‘Reverse Variegatum’. De chlorophytum mag dan wel een klassieker zijn, maar er wordt nog steeds volop mee doorgekweekt.

    1.4.2 Overige Chlorophytum-soorten

    Naast C. comosum zijn er nog enkele andere soorten uit het geslacht die als kamerplant worden verkocht. Ze lijken bij eerste aanblik soms nauwelijks op de klassieke graslelie, maar het zijn toch echt familieleden:

    • Chlorophytum orchidastrum, in de handel meestal aangeboden onder cultivarnamen als ‘Fire Flash’, ‘Green Orange’ of ‘Mandarin Plant’. Heel anders van uiterlijk dan C. comosum: brede, lansvormige, donkergroene bladeren met opvallende oranje- tot zalmrode bladstelen en hoofdnerven. Maakt zelden tot nooit uitlopers en is wat veeleisender qua verzorging.
    • Chlorophytum amaniense (eigenlijk C. filipendulum subsp. amaniense): een qua uiterlijk vergelijkbare soort, soms ook verkocht onder namen als ‘Fire Flash’, die evenmin uitlopers maakt. De bladeren zijn nog wat breder.
    • Chlorophytum laxum ‘Zebra Grass’: smalle bladeren met opvallende gele tot lichtgroene randen. Wordt soms voor een cultivar van C. comosum aangezien, maar is botanisch een andere soort.
    • Chlorophytum bichetii: wordt nog geregeld onder die naam verkocht als kleine, bontbladige terrarium- of paludariumplant. Botanisch is het verstandig hier een slag om de arm te houden: de naam wordt in moderne bronnen vaak als synoniem of handelsnaam rond Chlorophytum laxum behandeld.

    In tropisch Afrika en delen van Azië worden overigens verschillende andere Chlorophytum-soorten gekweekt of in het wild geoogst, soms voor de eetbare of medicinaal gebruikte wortelknollen, maar voor onze Nederlandse huiskamerencyclopedie zijn die te exotisch: hier zul je ze nooit in de handel aantreffen.

    2. Verzorging graslelie (Chlorophytum comosum)

    Chlorophytum 2

    De graslelie staat te boek als een van de gemakkelijkste kamerplanten die er zijn, en we kunnen eigenlijk wel ronduit zeggen dat-ie die reputatie verdient. Het is bij uitstek een plant die zelfs bij verwaarlozing en op een minder dan optimale standplaats jaren achter elkaar overleeft – in veel gevallen blijven graslelies daarbij zelfs gewoon mooi om te zien. Met wat aandacht voor de juiste omstandigheden kun je echter een aanmerkelijk weelderiger exemplaar krijgen, met dikke, sappige bladeren en een grote oogst aan kindjes. Hoe je dat aanpakt, bespreken we hieronder puntsgewijs.

    2.1 Water geven

    Graslelies zijn dankzij hun vlezige wortels (zie ook het kopje Groeiwijze eerder in dit artikel) buitengewoon tolerant voor een onregelmatige watergift. Toch wil dat niet zeggen dat de plant graag dorst lijdt. Voor een mooi vol en groen exemplaar geef je gewoon op tijd water, en wel zodra de bovenste laag potgrond goed droog aanvoelt – in het groeiseizoen is dat doorgaans één keer per week, soms wat vaker bij warm en zonnig weer.

    In de wintermaanden, als de plant nauwelijks groeit, mag de potgrond meer uitdrogen tussen de waterbeurten in. Wortelrot is voor graslelies, ondanks hun verder ijzersterke karakter, het belangrijkste risico. Niet meer water geven dan de plant aankan is dus het devies, in het bijzonder bij kleine plantjes in vrij grote potten of bij standplaatsen die weinig licht en warmte krijgen.

    Eén bijzonder aandachtspunt verdient een aparte vermelding: graslelies krijgen opvallend gemakkelijk bruine, droge bladpunten. Vermoedelijk heeft dat vooral te maken met een ophoping van kalk en zouten in de bodem; typisch worden dit soort ijzersterke kanjers zelden verpot. Met te veel of te weinig water heeft het dus eigenlijk niet te maken. Heb je er heel veel last van, dan kun je overwegen om regenwater te geven, en niet kraanwater. Zie verder ook het kopje Snoeien verderop in dit artikel voor wat je met bestaande bruine punten kunt doen.

    2.2 Temperatuureisen

    De graslelie is bemoedigend onkieskeurig wat betreft temperatuur. De normale kamertemperatuur tussen pakweg 15 en 25 graden bevalt hem prima. Lager mag ook, maar houd hem liefst boven 7 à 8 graden. Korte periodes rond de 5 graden worden vaak nog getolereerd, zeker als de plant droog staat, maar groei hoef je dan niet te verwachten. Echte vorst is fataal.

    ’s Zomers buiten zetten kan prima, al staan deze planten net zo lief – eigenlijk net iets liever – het gehele jaar binnen. Let op dat je hem niet vol in de felle middagzon plaatst buiten. Als ze goed afgehard zijn, kunnen ze dat meestal net hebben, maar een te snelle overstap zorgt voor ernstige verbranding (zie ook het kopje Standplaats hieronder). Een schaduwrijke veranda of een halfbeschut plekje op het balkon is bij uitstek geschikt. Vergeet niet om de plant op tijd weer naar binnen te halen; eind september of begin oktober, als vuistregel.

    Voor de maximumtemperatuur gelden geen bijzondere eisen, zolang de luchtvochtigheid maar op peil blijft. Heel droge, hete lucht direct naast een radiator is, evenmin als voor de meeste kamerplanten, niet echt een verwennerij voor chlorophytums.

    2.3 Standplaats

    Een lichte standplaats met veel indirect zonlicht is ideaal. De graslelie verdraagt echter ook flink wat schaduw – tot in de hoek van een woonkamer waar nauwelijks daglicht komt weet hij zich vaak nog jarenlang te handhaven. Wel zal zo’n schaduwexemplaar minder hard groeien, minder kindjes produceren en kunnen de bladeren wat slapper hangen.

    Bonte cultivars zoals ‘Vittatum’, ‘Variegatum’ en ‘Bonnie’ hebben licht nodig om hun variëgatie te behouden. Te weinig licht, en de bladeren worden geleidelijk almaar groener en groener – mooi als je van egaal groen houdt, maar als je de plant juist om zijn bontbladigheid hebt gekocht, is dat een tegenvaller.

    Felle, directe middagzon achter glas is daarentegen weer te veel van het goede. Dan kunnen de bladeren verbranden, met name bij dunbladige bonte cultivars. Een plekje enkele meters van een zuidraam, of vlak achter een raam op het oosten of het westen, is meestal goed.

    Een klassieke standplaats voor de graslelie is de hangpot, juist vanwege de afhangende uitlopers met kindjes. Een breed bovenkastje of een hoge plantenstandaard doen het overigens ook goed: zolang de uitlopers vrij omlaag kunnen hangen, komt de plant tot zijn recht. Wel een tip: een volgroeid exemplaar met een waterval aan uitlopers is erg snel uit balans. Staat je plant zonder steun of iets dergelijks bovenop een kast, kies dan een lekker zware stenen pot, en check met enige regelmaat of je plant niet met een licht duwtje van achteren om kan vallen.

    Tochtige plekken zijn het beste te vermijden: net als de meeste kamerplanten houdt de graslelie daar niet van. Daarmee samenhangend kan een te lage luchtvochtigheid in de winter, als de centrale verwarming op volle toeren draait, leiden tot meer last van plaaginsecten. Zie verder het kopje Ziektes en plagen verderop in dit artikel.

    2.4 Voeding

    Graslelies gedijen jarenlang zonder voeding, maar om mooi vol en groen te blijven bevelen we niet aan om te testen hoever je daarmee kunt gaan. Geef vanaf april tot en met september ongeveer eens in de twee tot vier weken een dosis vloeibare kamerplantenvoeding, volgens de aanwijzingen op de verpakking. Iets zwakker doseren dan de fabrikant adviseert is in dit geval prima – zoals zoveel kamerplanten reageert ook de graslelie eerder ongunstig op te veel voeding dan op te weinig.

    In het bijzonder kunnen overdadig bemeste planten bruine bladpunten ontwikkelen, doordat zich te veel zouten in de potgrond ophopen. Als dat een groot probleem wordt, is het zaak om te verpotten, en voortaan wat minder uitbundig voeding te geven.

    ’s Winters geef je geen extra voeding. De plant groeit dan toch nauwelijks.

    2.5 Verpotten

    Chlorophytum wortels
    Een wat dramatisch voorbeeld van hoeveel wortels chlorophytums kunnen aanmaken. Deze plant heeft er baat bij als je de wortels stevig uit elkaar trekt. Beschadigingen moet je op de koop toe nemen; zoals je ziet, komen er hoogstwaarschijnlijk al heel snel weer tal van nieuwe wortels voor in de plaats.

    Graslelies groeien snel uit hun pot, vooral als je ze in het groeiseizoen voldoende water en voeding geeft. Het eerste teken dat een verpotbeurt aanstaande is, zijn wortels die uit de drainagegaten naar buiten komen. Een ander, minder welkom signaal is een potje dat uitstulpt of zelfs scheurt of breekt onder druk van de stevige, vlezige wortels. Overigens krijg je wel een steeds grotere plant als je blijft verpotten; wil je dat niet, kies dan een stevige terracotta pot: die zijn meestal echt wel bestand tegen de druk van de wortels.

    Verpot bij voorkeur in het vroege voorjaar, vlak voor het nieuwe groeiseizoen begint. Kies een pot die ongeveer 2 tot 4 centimeter breder is dan de huidige. Standaard potgrond is voor de graslelie prima; eventueel kun je een handje perliet of grof zand toevoegen voor extra waterdoorlatendheid. En een tip: vaak zitten de wortels al behoorlijk dicht op elkaar. Wees niet bang om ze even flink los te halen. Wat beschadigingen zijn echt geen probleem. Sterker nog, daarna kan de kluit zich beter ontwikkelen.

    Tijdens het verpotten kun je meteen de kans nemen om de plant eens goed te bekijken. Zijn er bruine, verschrompelde wortels? Snijd of trek die er zonder pardon uit. Is de pol enorm groot geworden? Overweeg om hem in tweeën of zelfs drieën te delen – zie het kopje Scheuren hieronder.

    2.6 Snoeien

    Snoeien in de strikte zin is bij de graslelie niet nodig. Het kan bovendien eigenlijk niet: de centrale rozet zal zich niet vertakken bij snoei, net zomin als wanneer je een graspol ‘snoeit’. Wel zijn er enkele onderhoudshandelingen die op snoeien lijken:

    • Bruine bladpunten wegknippen. Vrijwel elke graslelie heeft hier weleens last van (zie het kopje Water geven eerder in dit artikel voor de meest waarschijnlijke oorzaak). Je kunt het bruine deel gemakkelijk met een schaartje wegknippen. Probeer daarbij niet recht door het blad heen te gaan, want dat geeft een lelijke horizontale rand die meteen je oog trekt. Knip in plaats daarvan in een schuine hoek of imiteer voorzichtig de natuurlijke spitse vorm van het bladuiteinde. Als je bruine punten visueel storend vindt, trekt een onnatuurlijk afgeknipte punt ook je oog.
    • Volledig bruine of verdorde bladeren verwijderen. Je kunt die beter niet uit de plant trekken, want vaak zitten ze nog opmerkelijk goed vast; dan kun je de gezonde delen beschadigen. Snijd het in plaats daarvan zo dicht mogelijk bij de basis met een mes of schaar af.
    • Overbodige uitlopers wegknippen. Het maken van kindjes kost de plant energie. Als je geen behoefte hebt aan tientallen kleinkinderen, of als je een esthetische voorkeur hebt voor een wat sober ogend geheel, kun je zonder enig probleem alle uitlopers wegknippen zodra ze tevoorschijn komen. Je kunt trouwens ook in bestaande uitlopers snoeien.

    2.7 Vermeerderen

    Vermeerderen is bij graslelies echt een inkoppertje. Het is (ook in dit opzicht) één van de gemakkelijkste kamerplanten die er bestaan. Hij doet namelijk bijna al het werk al voor je. Althans, als je de meest gebruikelijke methode kiest, via de kindjes; voor oudere pollen die geen kindjes (meer) produceren is scheuren een goed alternatief. Zaaien is ook mogelijk. Wel een belangrijke kanttekening: bij bonte cultivars levert vermeerdering uit zaad niet noodzakelijkerwijs weer een bonte plant op.

    2.7.1 Kindjes oppotten

    Dé manier om aan veel nieuwe graslelies te komen is om de kindjes van de moederplant te scheiden en op te potten. Het is echt uitermate eenvoudig; haalbaar voor jonge kinderen, maar het blijft leuk voor volwassenen.

    Een aanrader is om te wachten tot een kindje al wat luchtwortels (herkenbaar als verdikte witte uitsteeksels onderaan de rozet) heeft gevormd. Een kindje van een centimeter of vijf tot zeven, met enkele luchtwortels, is doorgaans een mooi stekrijp formaat. Snijd of knip vervolgens de uitloper net boven het plantje door – eigenlijk alsof je de moederstreng doorsnijdt – en pot het op in een klein potje met zaai- en stekgrond of gewone potgrond. Houd de grond de eerste weken licht vochtig en zet het potje op een lichte, warme plek.

    Wie het nog gemakkelijker wil aanpakken, kan een variant op afleggen toepassen: zet een potje met aarde naast de moederplant en duw een kindje (zonder het van de uitloper te scheiden) in het potje. Druk het lichtjes aan en houd het potje vochtig. Binnen enkele weken slaat het kindje aan en wortelt het in zijn nieuwe potje. Pas als dat is gebeurd, snijd je de uitloper door. Voordeel van deze methode: de moederplant zorgt al die tijd voor het kindje via de uitloper, dus de kans op uitval is zo goed als nul.

    Snelle tip tussendoor: als je een vollere, bossigere plant wilt, kun je ook gewoon de uitlopers terug in de pot leiden; duw ze een beetje onder de aarde, en zorg dat ze op hun plek blijven met een touwtje of iets dergelijks. De babyplantjes schieten daar wortel, en na verloop van tijd krijg je er in dezelfde pot tal van nieuwe rozetten bij.

    Ook in water laten bewortelen werkt prima. Hang het kindje, na het lossnijden van de uitloper, met de luchtwortels in een glaasje water op een lichte plek. Binnen een paar weken zie je nieuwe, witte waterwortels groeien. Pot daarna voorzichtig op in normale potgrond. Tip: laat de plant niet te lang in water staan, want waterwortels zijn weliswaar het bewijs dat het kindje is aangeslagen, maar het zijn andere wortels dan bodemwortels, en de overgang naar potgrond verloopt dan soepeler. Tip twee: het kan wel een heel aardig gezicht zijn in een vaasje, en de planten blijven het lang goed doen. Het is alleen dus niet de snelste en beste weg naar een nieuwe plant.

    2.7.2 Scheuren

    Bij oudere planten die om wat voor reden dan ook geen kindjes (meer) maken, of bij planten die simpelweg te groot zijn geworden voor hun standplaats, is scheuren een goede methode. In mindere of meerdere mate maken de planten altijd wel nieuwe bladrozetten aan rondom de originele centrale rozet, en de daaruit gevormde pol bestaat na verloop van jaren feitelijk dus uit meerdere (min of meer) losse planten die aan dezelfde wortelmassa hangen.

    Haal de plant uit zijn pot en schud zoveel mogelijk losse aarde van de wortels. Kijk even goed wat de belangrijkste rozetten zijn. Pak de plant dan met beide handen vast en trek de pol voorzichtig uit elkaar. Lukt dat zonder al te veel weerstand, dan ben je klaar. Vaak zal de kluit echter tamelijk hecht zijn; dan biedt een schep of een (oud) broodmes uitkomst. Maak je geen zorgen om wat gebroken wortels: de plant verdraagt dat probleemloos. Pot de twee (of meer) gescheurde stukken vervolgens op in eigen potten. Of gooi de helft in de groenbak en zet de rest terug in de oude pot; niet iedereen heeft altijd behoefte aan telkens meer of grotere planten. Zo’n verjongingskuur van tijd tot tijd is dan echt een uitkomst.

    Het beste moment voor zo’n ingreep is het vroege voorjaar.

    2.7.3 Zaaien

    Zaaien wordt bij graslelies zelden gedaan, simpelweg omdat de plant zich via kindjes zo gemakkelijk laat vermeerderen. Toch is het voor de huiskamertuinier best leuk, juist omdat volwassen planten in de huiskamer geregeld bloeien en na bestuiving zaad kunnen zetten; zie ook het kopje Bloeiwijze hieronder. Laat de zaaddozen aan de plant rijpen tot ze bruin worden en beginnen open te springen, oogst de glanzend zwarte zaadjes en zaai ze ondiep in een luchtig, licht vochtig zaaimengsel. Zet het bakje warm en licht, maar niet in de volle zon. Houd er wel rekening mee dat zaailingen van bonte cultivars niet per se weer bont worden; soms krijg je gewoon een volledig groene graslelie terug.

    2.8 Bloeiwijze

    De bloeiwijze van de graslelie is bescheiden maar charmant: aan de lange uitlopers verschijnen kleine, witte, zesdelige sterbloemetjes, doorgaans niet meer dan een centimeter of twee in doorsnede. Ze ruiken nauwelijks en zitten ver uit elkaar verspreid langs de stengel. Na bestuiving kunnen zich zaaddozen vormen; in de huiskamer gebeurt dat niet altijd vanzelf, maar je kunt een handje helpen door met een fijn kwastje van bloem naar bloem te gaan.

    Anders dan bij veel kamerplanten is bloei bij de graslelie een algemeen verschijnsel. De meeste volwassen exemplaren bloeien elk jaar, en sommige bloeien zo’n beetje het hele jaar door af en aan. Het is beslist niet ongewoon om bloemen en kindjes tegelijkertijd aan een en dezelfde uitloper aan te treffen.

    Tegelijkertijd kan het voorkomen dat een plant nooit bloeit, of jarenlang geen uitlopers maakt. Dat heeft meestal te maken met de leeftijd van de plant – jonge exemplaren bloeien zelden, heel oude exemplaren zijn soms simpelweg uitgeput – of met te weinig licht. Ook daglengte speelt waarschijnlijk mee. Dat wil zeggen: seizoenen spelen wel degelijk een rol; de lente en de zomer zijn toch wel de meest typische bloeimomenten.

    Wie zelf zaad wil oogsten kan na bloei en bestuiving wachten tot zich de groene, driehoekige zaaddozen vormen, die naarmate ze rijpen geleidelijk verdrogen tot bruine omhulsels met daarin glanzend zwarte zaadjes. Knip de zaaddozen af zodra ze beginnen te splijten en bewaar de zaadjes op een koele, droge plek. Dit vergt enige oplettendheid en gevoel voor timing: de zaaddozen barsten spontaan open, en dan moet je de zaadjes van de vloer rapen. Omgekeerd moet je niet te vroeg oogsten, want dan zijn ze nog niet rijp. In dat geval komen er ook geen kiemplantjes uit.

    2.9 Ziektes en plagen

    Onder goede omstandigheden is de graslelie weinig vatbaar voor ziektes en plagen. Toch komt er weleens iets voorbij, vooral in de wintermaanden. Weinig verrassend zijn vrijwel alle problemen dan ook terug te voeren op een lage luchtvochtigheid, te veel water of te weinig licht.

    De plagen die je in de praktijk het meest tegenkomt zijn:

    • Spint. Microscopisch kleine spinachtigen die de bladeren aanprikken en uitzuigen. Tekenen: lichte spikkels op de bladeren, fijne webachtige draadjes en uiteindelijk verbleking of verdorring van het blad. Spint gedijt vooral op droge, warme plekken. Eerste hulp: de plant onder de douche zetten, met lauw water, en daarna de luchtvochtigheid omhoog brengen. Eventueel met een biologisch bestrijdingsmiddel nabehandelen.
    • Wolluis. Witte, wattige propjes op de bladeren of in de bladoksels, met daaronder een klein insect. Bij milde besmetting kun je de propjes met een wattenstaafje gedrenkt in spiritus of in een mild zeepwater wegvegen. Bij ernstigere aantasting is een (biologisch) bestrijdingsmiddel het overwegen waard.
    • Bladluis. Komt op graslelies veel minder voor dan bijvoorbeeld op een bananenplant, maar onder droge winterse omstandigheden is het niet uitgesloten.

    De belangrijkste ‘ziekte’ in strikte zin is wortelrot: een schimmelinfectie die optreedt bij te lang vochtige potgrond. Symptomen zijn slappe bladeren bij vochtige aarde (dus juist niet de stevige, rechtopstaande bladeren die je bij een goede plant ziet) en bruine, slappe plekken bij de plek waar bladeren uit de rozet komen. Eerste hulp: plant uit pot halen, alle rotte, zwarte wortels wegsnijden, gezond wortelweefsel onbeschadigd laten en de plant in droge, schone potgrond opnieuw oppotten. Geef de eerstvolgende weken zeer beperkt water tot je zeker weet dat de plant zich herstelt.

    Bruine bladpunten, ten slotte, zijn geen ziekte maar een kwaaltje. Zoals besproken bij het kopje Water geven is waterkwaliteit een mogelijke factor, vooral in combinatie met droge lucht, zoutophoping in de potgrond of overbemesting.

    2.10 Overige tips bij de verzorging

    • Verbleking of vergelen van de bladeren kan duiden op te veel zon, op een tekort aan voeding, of (bij sterke vergeling met groen blijvende nerven) op een te verkalkte potgrond. Verpotten naar een verse, neutrale potgrond lost dat laatste meestal op.
    • De graslelie is een van die zeldzame planten die zich uitstekend lenen voor groepering: meerdere exemplaren in één grote pot zien er weelderiger uit en groeien doorgaans probleemloos samen. Combineer eventueel verschillende cultivars voor een gevarieerd kleurpatroon.

    3. Graslelie kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

    Chlorophytum 3

    Graslelies zijn zeer ruim verkrijgbaar. Vrijwel elk tuincentrum, elke bouwmarkt met een plantenafdeling, elke supermarkt met een hoekje kamerplanten, en uiteraard elke onlinewinkel van enige omvang heeft ze in het assortiment. De prijs is doorgaans laag – dat heeft te maken met het feit dat de plant uitstekend in bulk te kweken is.

    Het aanbod wordt echter sterk gedomineerd door de twee meest gangbare cultivars: ‘Vittatum’ en ‘Variegatum’. Wil je één van de meer obscure cultivars, zoals ‘Bonnie’, ‘Hawaiian’ of de zeldzamere effen groene zuivere soort, dan zul je doorgaans een gespecialiseerde kweker of een online plantenwinkel moeten zoeken. Hetzelfde geldt voor zustersoorten als Chlorophytum orchidastrum ‘Fire Flash’ of C. laxum ‘Zebra’ (zie het kopje Overige Chlorophytum-soorten eerder in dit artikel).

    Bij het kopen van een graslelie zijn er enkele dingen om op te letten. De bladpunten zijn bij voorkeur groen en niet (of niet ernstig) bruin; bruine punten zijn weliswaar doorgaans zonder gevolgen voor het verdere welzijn van de plant, maar wel een aanwijzing dat de plant in het tuincentrum niet optimaal water heeft gekregen. Bij bonte cultivars kijk je naar de variëgatie: deze hoort helder en duidelijk te zijn, niet vaag of grotendeels weggevallen (wat duidt op een te donkere standplaats in de kwekerij).

    Verder is de algemene conditie van de plant van belang. Een graslelie hoort stevig in zijn pot te zitten; wankelt de plant of valt hij om bij een lichte aanraking, dan is het wortelstelsel meestal niet goed ontwikkeld of mogelijk aangetast door wortelrot. Trek het plantje bij twijfel voorzichtig een paar centimeter uit de pot om de wortels te bekijken – die horen wit tot lichtbeige te zijn en stevig, niet zwart en zacht.

    Aan het aantal kindjes hoef je geen al te hoge eisen te stellen: de plant maakt thuis bij goede verzorging zelf snel genoeg nieuwe uitlopers. Wel is het natuurlijk een leuke bijkomstigheid als er al een paar kindjes hangen, want dan kun je vrijwel direct zelf gaan stekken (zie het kopje Kindjes oppotten eerder in dit artikel).

    Tot slot: voor zover ons bekend is de chlorophytum niet giftig voor mens en dier. Maar of graslelies daarmee ook meteen eetbaar zijn, is een tweede. Daarbij: de plant heeft geen stekels of iets anders dat dieren of kinderen ervan weerhoudt om eraan te knabbelen. Als je zulke huisgenoten hebt, is het wellicht beter om een plekje te overwegen waar hij buiten bereik staat. Dat is overigens, omdat hij zo geschikt is als hangplant, misschien ook al louter uit interieuroverwegingen een goed idee.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    11 uur geleden by Stijn

    Hoi Claar, Bij een gezond exemplaar: ja, dat gaat eigenlijk altijd goed. Zorg wel dat je het doet op een moment dat de plant goed…


    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    11 uur geleden by Claar

    Is het echt zo dat je heel diep terug kunt snoeien? Ik heb er een staan die al een aantal jaar oud is maar het…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    18 dagen geleden by Kristel

    Beste Louise ik heb voorlopig geen zaadjes van de gele . ik heb jonge platen staan maar weet niet meer of het gele of rode…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Louise

    Hallo Kristel , als je zaden van de gele hebt zou ik die kunnen overnemen van je . Ik ben er al heel lang naar…


    Papyrusplant: kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Stijn

    Hoi Eddy, Zeker doen! Dat kan voor de plant absoluut geen kwaad, en het ziet er veel beter uit.


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Adverteren • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz