
Lithops zijn kleine vetplanten uit zuidelijk Afrika die eruitzien als (levende) steentjes. Als kamerplant zijn ze behoorlijk populair vanwege hun merkwaardige uiterlijk en de fraaie bloemen die ze bij een goede verzorging kunnen krijgen. Hoe zorg je bij lithops voor een goede groei, waar kun je deze miniatuurplantjes kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:
1. Inleiding: wat is Lithops (levende steentjes) voor plant?

Een lithops ziet er op het eerste gezicht nauwelijks uit als een plant. Wat je boven de grond ziet is één paar dikke bladeren, grotendeels aan elkaar vergroeid, met een spleetje ertussen. Geen stam, geen takken, en jarenlang nauwelijks zichtbare groei. Waar komen deze planten vandaan, hoe groeien ze, en welke soorten en cultivars kom je in de handel tegen? Dat bespreken we hieronder uitgebreid.
1.1 Habitat
Lithops is een geslacht uit het droge zuiden van Afrika. Het natuurlijke verspreidingsgebied ligt in Zuid-Afrika en Namibië, met daarnaast vindplaatsen in Botswana. De planten groeien op stenige hellingen en vlaktes, tussen kwartsgrind of op verweerde graniet-, leisteen- en kalksteenbodems. In de Namibische kuststreek, waar onder meer Lithops optica voorkomt, komt het meeste vocht trouwens niet uit regen maar uit de mist die vanaf de Atlantische Oceaan het land op trekt.
Tussen al het gesteente vallen de planten nauwelijks op. Kleur en tekening van het bladoppervlak sluiten vaak nauw aan bij de kiezels en steensplinters rondom de groeiplaats. Dat is een vorm van camouflage die crypsis heet. Het is een noodzakelijke overlevingsstrategie in een omgeving waarin dieren naarstig op zoek zijn naar een beetje water; een sappig ogende, ongecamoufleerde plant zou geen schijn van kans hebben.
Geestig genoeg ziet de lokale bevolking er net iets anders in dan wij. Gebruikelijke Afrikaanse benamingen zoals perdeklou, beeskloutjie en skaappootjie verwijzen naar de hoef- of pootafdruk van een paard, een koe en een schaap.
1.2 Groeiwijze

Een lithops bestaat uit één paar sterk verdikte bladeren die grotendeels met elkaar zijn vergroeid en samen een soort omgekeerd kegeltje vormen. Tussen de twee bladhelften loopt een spleetje. Aan weerszijden daarvan, bovenop, heeft ieder blaadje het zogeheten venster: het vlakke tot iets bolle bladoppervlak met de kenmerkende vlekken, lijnen, stippen en doorschijnende gedeelten.
Dat venster zit er niet voor de sier. Er dringt licht doorheen tot dieper in het blad, waar een groot deel van het bladgroen zit. Daardoor kan de plant in de natuur vrijwel helemaal onder het bodemoppervlak blijven, met alleen de bovenkant in de zon, en toch genoeg licht opvangen om van te leven.
Wellicht het opvallendste aan lithops die je houdt als kamerplant is de jaarlijkse bladwisseling. Elk jaar maakt de plant één nieuw bladpaar, dat groeit vanuit het midden van het oude bladpaar. Terwijl dat nieuwe paar zich uitzet, trekt de plant het vocht en de voedingsstoffen uit het oude weg. Het oude paar zakt in, verschrompelt en blijft ten slotte als een dun papierachtig velletje achter. Menig huiskamertuinier denkt terwijl dat gebeurt dat zijn plant doodgaat; je ziet die nieuwe groei namelijk amper, terwijl het nogal opvalt dat het grootste deel van de plant afsterft. Dat doet de plant ook weer expres: zolang de nieuwe bladeren nog niet af zijn, beschermt het omhulsel van de oude bladeren ze tegen de omstandigheden. Je moet het dus, en dat is soms best lastig, gewoon laten gebeuren.
Geef je in die periode extra water, omdat je denkt dat je lithops aan het verdrogen is, dan drinkt het oude bladpaar mee en droogt het niet in. Je houdt dan een plant over met een nieuw paar bovenop een oud paar dat maar niet wil verdwijnen. Dat is niet direct schadelijk, maar het is ook geen fraai gezicht. Zie verder het kopje Water geven later in dit artikel.
Veel meer gebeurt er niet in het leven van een lithops. De bladeren worden niet elk jaar groter, zoals bij andere planten en er komen er niet meer bij (al splitsen bij sommige soorten na verloop van tijd de bladparen zich in twee of meer delen, zodat zich een soort polletje vormt), en zeker in de huiskamer is de bloei betrekkelijk schaars. Met die bedaarde levenswijze worden ze wel bijzonder oud: tot enkele tientallen jaren.
1.3 Stamboom en verwante kamerplanten
De naam Lithops bestaat uit de Griekse woorden lithos, ‘steen’, en ops, ‘gezicht’ of ‘aanzicht’, naar hoe deze planten eruitzien. Het geslacht hoort tot de ijskruidfamilie (Aizoaceae), binnen de orde Caryophyllales, en daarbinnen tot de onderfamilie Ruschioideae. Die groep bestaat vrijwel geheel uit vetplanten uit zuidelijk Afrika die zich aan droge, stenige groeiplaatsen hebben aangepast.
Bekende geslachten uit dezelfde familie zijn Delosperma, Argyroderma, Conophytum en Pleiospilos. Die laatste drie lijken door hun compacte, steenachtige vorm sterk op lithops, maar dat zegt minder over verwantschap dan je zou denken: binnen deze familie is die vorm meermaals los van elkaar ontstaan (convergente evolutie). Een trede hoger, binnen de orde Caryophyllales, kom je heel andere kamerplanten tegen. De lidcactus (Schlumbergera), Tephrocactus geometricus en de bougainvillea behoren allemaal tot diezelfde orde.
1.4 Soorten

Hoeveel soorten Lithops er zijn, hangt af van wie je het vraagt. De klassieke indeling komt op een stuk of veertig uit, maar een recentere herziening splitst het geslacht veel verder op en telt er ruim negentig. Voor de huiskamercultuur zijn er echter maar een handvol echt van belang.
Lithops lesliei, L. salicola, L. hookeri en L. aucampiae gelden als de vergevingsgezindste soorten. Met name tegen fouten bij het gieten zijn ze betrekkelijk goed bestand. Dat maakt ze zeer geschikt voor beginnende huiskamertuiniers. L. lesliei heeft doorgaans een bruine, olijfkleurige of groenbruine bovenkant met een fijne tekening en gele bloemen. L. salicola is meestal grijsgroen, bloeit wit en splitst zich op latere leeftijd geregeld op in meerdere bladparen. L. aucampiae is wat forser, vaak roodbruin tot kastanjebruin, ook met gele bloemen.
Zoek je iets dat helemaal niet op een steentje lijkt, dan is Lithops optica ‘Rubra’ een aardig alternatief: de bladeren zijn roodpaars tot dieppaars, en vallen daarmee volkomen buiten de toon van de bruin- en grijstinten van de rest. De wilde soort komt uit de mistige kuststreek van Namibië. L. karasmontana is grijs tot beige met een bruine, vertakte of gemarmerde tekening en witte bloemen. En L. verruculosa valt op door het wat bobbelige oppervlak en door bloemen in allerlei tinten van geel en oranje tot roze.
Bij de cultivars is door kwekers vooral op kleur en tekening geselecteerd. Een paar bekende:
- Lithops optica ‘Rubra’: de hierboven genoemde roodpaarse tot dieppaarse vorm.
- Lithops aucampiae ‘Jackson’s Jade’: geelgroen tot groen, zonder de bruintinten van de soort.
- Lithops lesliei ‘Storms’s Albinigold’: een groene vorm die, anders dan de vergelijkbare ‘Albinica’, gele bloemen heeft in plaats van witte.
- Lithops fulviceps ‘Aurea’: groenachtig, met witte bloemen.
- Lithops salicola ‘Sato’s Violet’: met een diepe wijnrode tot violette tint. Je komt hem ook tegen onder de naam ‘Bacchus’.
- Lithops julii subsp. fulleri ‘Fullergreen’: een grijsgroene vorm.
Voor al deze planten geldt dat de kleur en de compacte vorm alleen bij voldoende licht behouden blijven. Staat een lithops langdurig te donker, dan wordt hij langgerekt van vorm en vervaagt de karakteristieke tekening. Zie ook het kopje Standplaats verderop in dit artikel.
2. Verzorging Lithops (levende steentjes)

Lithops staan bekend als moeilijke kamerplanten. Wij zouden het net iets anders willen zeggen: de verzorging is eigenlijk niet moeilijk, maar wel heel specifiek. Behandel je een lithops als een willekeurige andere kamerplant, dan houdt-ie het niet langer dan een paar maanden vol. Bied je wel de juiste verzorging – en dat is vooral een kwestie van met rust laten – dan kunnen levende steentjes tientallen jaren oud worden als kamerplant. Hoe je dat precies aanpakt, bespreken we hieronder.
2.1 Water geven
Met afstand de belangrijkste doodsoorzaak voor levende steentjes in de huiskamer is dat ze te veel water hebben gekregen. Dat komt doordat ze een nogal verwarrend levensritme hebben. Aan het einde van het jaar (meestal) drogen de twee oude bladeren in, en begint een nieuw bladpaar te groeien. Dat is geen teken van droogte. Het is juist belangrijk om tijdens deze periode niet of nauwelijks te gieten. Doe je dat wel, dan loop je een gerede kans dat de plant wegrot.
Het onderstaande schema kun je als een soort ruwe vuistregel hanteren:
- Winter en vroeg voorjaar: de bladwisseling. Geef vrijwel geen water, hoe uitgedroogd de buitenste bladeren er ook uitzien.
- Laat voorjaar: het oude bladpaar is geheel verschrompeld en de nieuwe bladeren komen er tussenuit piepen. Vanaf dit moment kun je weer voorzichtig beginnen met gieten.
- Hoogzomer: veel lithops gaan bij aanhoudende hitte in rust. Houd ze dan liever droog; ze houden het echt opmerkelijk lang uit zonder water. Pas als de bladeren een beetje zacht worden en wat rimpelig ogen, geef je weer water.
- Late zomer en najaar: de groei komt op gang en volwassen planten gaan bloeien. Dit is de periode waarin je het vaakst kunt gieten.
- Na de bloei, of als die is uitgebleven, aan het einde van de herfst: niet of nauwelijks meer gieten. De bladwisseling zal weer beginnen, en de cyclus herhaalt zich.
Let op: het schema hierboven is slechts een hulpmiddeltje, geen strikt voorschrift. Lang niet alle lithopsen gedragen zich zoals hierboven staat. Met enige ervaring leer je vanzelf wat wel en niet werkt. Maar als je nog nooit eerder levende steentjes hebt gehad, is dit denken we een goed begin.
En nog een belangrijke tip ter besluit. Je zou misschien denken dat het bij dit soort planten beter is om elke keer dat je water geeft, alleen een heel klein slokje te geven. Dat is echter precies niet de bedoeling. Als je giet, doe dat dan royaal. Laat vervolgens de grond helemaal opdrogen voordat je opnieuw water geeft. Lithops is perfect aangepast om de tussenliggende droge periode te overbruggen; dat is geen enkel probleem voor de plant. Als de wortels echter telkens vochtig blijven, treedt rot op.
2.2 Temperatuureisen
Levende steentjes gedijen uitstekend bij warmte, of zelfs bij hitte. Je hoeft echter geen speciale maatregelen te treffen om ze daarin te accommoderen; het is meer het omgekeerde, namelijk dat je ze niet hoeft te evacueren als de vensterbank waarop ze staan in de zomer erg warm wordt.
In de winter mag de temperatuur zakken tot een graad of 10, maar een standplaats op een vensterbank boven een radiator wordt ook getolereerd. Een wat lagere temperatuur is wel beter, om de natuurlijke rustperiode te stimuleren. Vorst is uit den boze. En meer algemeen geldt: bij lagere temperaturen de potgrond vrijwel geheel droog houden, om rot te voorkomen.
2.3 Standplaats
Voor lithops geldt: hoe zonniger, hoe beter. De Nederlandse zon, zelfs achter glas op het zuiden hartje zomer, komt qua felheid nauwelijks in de buurt van de zon die ze in hun natuurlijke habitat te verduren hebben. Kortom: een plaatsje op het zuiden, direct achter het raam.
Te weinig licht zorgt voor een uitgerekte, slappe groeiwijze. Bladparen worden hoger dan normaal en kunnen zelfs omvallen. Dat is blijvend. Pas bij de volgende bladwisselingen kan een plant weer compacter gaan groeien – mits hij dan wel voldoende licht krijgt.
2.4 Voeding
Wat ons betreft kun je extra plantenvoeding helemaal overslaan. Levende steentjes hebben echt maar heel weinig nodig, en te veel voedsel zorgt voor hetzelfde probleem als we hierboven beschreven bij te weinig licht: een slappe, uitgerekte groeiwijze.
2.5 Verpotten

Lithops hoeft eigenlijk vrijwel nooit verpot te worden, als de plant eenmaal in de juiste pot met het juiste grondmengsel staat. Dat betekent in de praktijk dat je altijd wel één keer moet verpotten: als je de plant net hebt gekocht. In elk geval exemplaren die je bij een tuincentrum hebt aangeschaft, staan toch vaak verkeerd: te klein, en in een te venige, organische potgrond.
Het grondmengsel moet grotendeels mineraal zijn, met een grote waterdoorlatendheid: grof grit, puimsteen, lavagruis of grof zand, met een bescheiden aandeel organische potgrond erdoor. Kant-en-klare cactusgrond bevat vaak nog behoorlijk wat fijn organisch materiaal; meng daar in dat geval extra grit of puimsteen doorheen.
De pot moet niet te ondiep zijn. Lithops heeft een penwortel en wortelt in het algemeen vrij diep. Daarom is het hoge aandeel mineralen in de grond ook zo essentieel: je hebt al snel relatief veel volume, en een overwegend organisch mengsel blijft dan zo lang nat dat rot al snel optreedt.
2.6 Snoeien
Echt snoeiwerk is niet van toepassing bij deze kamerplanten. Wel kun je de plant zo nu en dan wat opschonen. Ieder jaar maakt lithops namelijk een nieuw bladpaar. Het oude verschrompelt dan en wordt bruin. Dat kan best ontsierend zijn, maar oefen je geduld. Als je het te vroeg verwijdert – het hoeft overigens überhaupt niet te worden verwijderd – kun je de plant gemakkelijk beschadigen.
2.7 Vermeerderen
Lithops wordt meestal vermeerderd uit zaad; sommige polvormende exemplaren kun je ook delen. Stekken is helaas geen optie.
2.7.1 Zaaien

Zaaien is de gebruikelijkste manier om lithops te vermeerderen. Geduld is wel een vereiste. Zaai het fijne zaad oppervlakkig op een schraal, goed doorlatend mengsel. Jonge zaailingen zijn kwetsbaar en verlangen meer vocht dan volgroeide exemplaren. Houd het geheel de eerste tijd te allen tijde licht vochtig. Naarmate de plantjes groter worden laat je het mengsel tussen de gietbeurten steeds verder opdrogen, tot je bij de verzorging van een volwassen plant uitkomt. Onder goede omstandigheden kunnen uit zaad gekweekte lithops al na drie à vier jaar voor het eerst bloeien.
De zaden zijn goed beschikbaar. Zelf zaad oogsten is behoorlijk lastig, want de planten zijn niet zelfbestuivend. Je hebt dus twee aparte planten nodig die op hetzelfde moment bloeien; met een klein kwastje of penseeltje kun je dan het stuifmeel van de ene naar de andere bloem overbrengen. Na een geslaagde bestuiving vormt zich een droge zaaddoos, en die is hydrochastisch: hij gaat open zodra hij nat wordt. In de natuur vliegen de zaadjes dan in de rondte zodra er een regendruppel in de zaaddoos ploft. Zo komen ze dus vrij precies op het moment dat er ook water is om te kiemen. Droogt de doos weer op, dan sluit hij zich opnieuw. Thuis kun je een rijpe zaaddoos met een beetje water laten opengaan om het zaad te verzamelen.

2.7.2 Delen
Sommige soorten lithops kunnen na verloop van tijd uitgroeien tot een klein polletje met meerdere bladparen. Zo’n plant kun je delen. Haal hem voorzichtig uit de pot en check eerst hoe de bladparen onder de grond met elkaar verbonden zijn. Zorgvuldigheid is belangrijk.
Zorg dat ieder deel na het scheiden zowel een compleet bladpaar als eigen gezonde wortels overhoudt. Als dat niet mogelijk is, berg dan je snoeimes weer weg en kijk het volgende jaar nog eens. Zet de losse bladparen na het delen niet eerst in zaai- en stekgrond, maar direct in een geschikt grondmengsel (zie het kopje Verpotten hierboven).
2.8 Bloeiwijze

In absolute zin zijn de bloemen van levende steentjes niet erg indrukwekkend: maximaal enkele millimeters tot centimeters groot. In relatieve zin zijn ze echter enorm: tot wel even groot als de rest van de plant. Stel je voor dat eikenbomen ook zo uitbundig zouden bloeien! De bloemetjes van lithops verschijnen in de zomer of het najaar vanuit het midden van het bladpaar. Ze hebben wat weg van margrietjesbloemen door de vele smalle kroonbladeren.
Geel en wit zijn de gebruikelijkste kleuren; Lithops verruculosa wijkt daarvan af met geel, oranje en soms rozeachtige tinten. Bij zonnig weer gaan de bloemen in de loop van de middag open en sluiten ze later op de dag weer, en dat kan zich een aantal dagen achter elkaar herhalen. Sommige soorten verspreiden een milde, aangename geur.
Er is geen speciale behandeling mogelijk om de bloei te forceren. Zorg voor zeer veel licht, respecteer de jaarlijkse groeicyclus, inclusief de winterrust, en dan komt de bloei eigenlijk vanzelf. Onder goede omstandigheden bloeien levende steentjes elk jaar. Bij veel huiskamertuiniers zal het echter significant minder vaak gebeuren dat hun lithops in bloei staat. Dat komt omdat het best uitdagend is om echt voldoende licht te bieden. Gelukkig zijn de planten ook zonder bloemen heel aardig om te zien.
2.9 Ziektes en plagen
Plagen zijn bij lithops zeldzaam. Wolluis is de bekendste en vervelendste belager, want die kruipt graag weg in de spleet tussen de bladeren of bij de wortels, precies op de plekken waar je hem nauwelijks kunt zien. Probeer bij een aantasting de luizen handmatig te verwijderen – heel voorzichtig, bijvoorbeeld met een satéprikkertje. Omdat het bij deze miniatuurplantjes doorgaans om zeer kleine aantallen gaat, is dat goed uitvoerbaar, en het is effectiever dan een bestrijdingsmiddel bij zulke verborgen plekjes.
Een veel belangrijker probleem in de huiskamercultuur is te veel water. Wortelrot uit zich als zachte, glazige of bruin verkleurende delen. Helaas zie je dat pas als de rot tamelijk vergevorderd is. Soms is er maar één blad aangetast; dan kun je dat voorzichtig wegsnijden en hopen dat de plant herstelt (verpot ook meteen in droge grond en giet minstens een aantal weken helemaal niet). Probeer dit dus zo veel mogelijk te voorkomen. Goed om te weten: te weinig water geven is vele, vele malen minder problematisch voor deze planten. Je kunt dus niet snel te voorzichtig gieten. Zie voor meer informatie ook het kopje Water geven hierboven.
2.10 Overige tips bij de verzorging
Vaak zie je lithops met een klein laagje kiezeltjes of steentjes bovenop de potgrond. Dat is vooral voor de sierwaarde; voor de plant hoef je het niet speciaal in huis te halen.
Meerdere verschillende soorten lithops kunnen prima samen in één brede pot staan. Dat kan een heel aardig gezicht zijn. Combineer ze echter liever niet met andere soorten vetplanten of cactussen; dat werkt gietfouten in de hand.
3. Lithops (levende steentjes) kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

Lithops worden zowel in gewone tuincentra verkocht als bij gespecialiseerde cactus- en vetplantenkwekers. In een tuincentrum vind je meestal jonge, naamloze planten, regelmatig met een paar exemplaren of verschillende soorten door elkaar in één potje. Zoek je een bepaalde soort, dan kun je ook op zoek gaan naar zaden: dat is een prima optie, en je hebt vaak een veel beter idee wat je krijgt. (Het kan trouwens ook heel leuk zijn om juist een zakje gemengde zaden te kopen; dan kun je zo’n bonte verzameling als op de foto hierboven krijgen.)
Is dit je eerste lithops, dan zijn er enkele specifieke soorten die we kunnen aanbevelen: L. lesliei, L. salicola, L. hookeri en L. aucampiae. Die zijn betrekkelijk ruim verkrijgbaar en ze zijn vooral relatief vergeeflijk bij gietfouten.
Let bij het kopen op de vorm. Een gezonde lithops is compact en stevig. Een hoog, smal exemplaar heeft te weinig licht gehad, en dat trekt niet meer bij; zie het kopje Standplaats eerder in dit artikel. Laat ook planten staan die week, glazig, bruin of erg opgezwollen zijn. Die zijn vermoedelijk te ruim bewaterd, en wortelrot ligt op de loer, als het al niet is ingetreden.
Een verschrompelend oud bladpaar is daarentegen geen gebrek voor een levend steentje. Dat is onderdeel van de natuurlijke groeicyclus. Check tot slot nog even de spleet tussen de bladeren, want dat is de lievelingsplek van wolluis.
Voor zover ons bekend zijn lithops niet giftig voor mensen en huisdieren.
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.
