• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Kamerplanten » Tephrocactus geometricus: kopen en verzorging

    Tephrocactus geometricus: kopen en verzorging

    Tephrocactus geometricus

    Tephrocactus geometricus, in het Spaans bola de indio (‘indianenbol’) genoemd, is een tamelijk ongewone kamerplant die de laatste jaren een stuk populairder is geworden. Zijn matblauwe tot diep paarsrode bolsegmenten stapelen zich na verloop van jaren op tot een klein levend bouwwerkje, en bij een mooie volwassen plant verschijnen er soms kortlevende witte tot lichtroze bloemen op de bovenste bol. Hoe zorg je bij Tephrocactus geometricus voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:

    1. Inleiding: wat is Tephrocactus geometricus voor plant?
      1. Habitat
      2. Groeiwijze
      3. Soorten
        1. Tephrocactus geometricus
        2. Overige Tephrocactus-soorten
    2. Verzorging Tephrocactus geometricus
      1. Water geven
      2. Temperatuureisen
      3. Standplaats
      4. Voeding
      5. Verpotten
      6. Snoeien
      7. Vermeerderen
        1. Stekken
        2. Zaaien
        3. Enten
      8. Bloeiwijze
      9. Ziektes en plagen
      10. Overige tips bij de verzorging
    3. Tephrocactus geometricus kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
    4. Reacties

    1. Inleiding: wat is Tephrocactus geometricus voor plant?

    Er zijn maar weinig cactussen die zo ongebruikelijk, haast onecht, groeien als Tephrocactus geometricus. De vrijwel perfect bolronde segmenten, die als losse pingpongballetjes op elkaar gestapeld zijn, lijken te zijn verzonnen in één of ander exotisch plantenlab. En toch is het echt puur natuur: een wilde woestijnplant. Waar deze cactus van nature voorkomt, hoe hij daar groeit en welke verschillende soorten het geslacht Tephrocactus nog meer telt, bespreken we hieronder.

    1.1 Habitat

    Tephrocactus geometricus komt van nature voor in het noordwesten van Argentinië, vooral in de provincie Catamarca, met soms ook vindplaatsen in de bredere grensstreek richting Bolivia. De plant groeit daar op een hoogte van zo’n 2200 tot 2900 meter boven zeeniveau, in een uitzonderlijk droog, hooggelegen woestijngebied tussen rood- en violetkleurig gesteente en grind. De bodem bestaat uit een goed waterdoorlatende mix van zand en klei; soms vlak, soms matig steil. Eén ding hebben al die plekken gemeen: dag in, dag uit is er brandende zon, met een véél hogere zonkracht dan we in Nederland krijgen.

    Het is, zacht uitgedrukt, een behoorlijk uitdagende omgeving. Gezien het felle ultraviolet, de extreme droogte en de stevige temperatuurschommelingen tussen dag en nacht zou je verwachten dat hier maar weinig leven het uithoudt. Toch is het in deze hoge, dorre woestijnen dat de Tephrocactus geometricus bij uitstek tot zijn recht komt – al staat hij er, eerlijk is eerlijk, niet bepaald in dichte gemeenschappen, maar in zeer schaars verspreide kleine pollen.

    De naam van het geslacht Tephrocactus komt uit het Grieks: tephra betekent ‘as’ en verwijst naar de matgrijze, vaak enigszins berijpte tint die veel Tephrocactus-soorten hebben. De soortnaam geometricus komt dan weer uit het Latijn, en slaat op de opvallend regelmatige, vrijwel zuiver bolvormige opbouw van de segmenten. Een echte Nederlandse naam van deze bolletjescactus is er (nog) niet.

    Een opmerking nog over die Latijnse naam, want daarover bestaat wat taxonomische schuifruimte. POWO, het taxonomische platform van de Royal Botanic Gardens, Kew, accepteert Tephrocactus geometricus als zelfstandige soort. Tegelijk kom je in oudere literatuur, op etiketten en in sommige checklists namen tegen waarin dezelfde plant bij Tephrocactus alexanderi wordt ondergebracht, bijvoorbeeld als Tephrocactus alexanderi subsp. geometricus of Tephrocactus alexanderi var. geometricus. Ook Opuntia geometrica is een historisch synoniem. We houden in dit artikel de huidige naam aan, maar zeker als je zelf een exemplaar wilt bemachtigen, is het handig om je ervan bewust te zijn dat er meerdere namen in omloop zijn.

    1.2 Groeiwijze

    Een Tephrocactus geometricus met een nieuw bolletje op komst.

    Tephrocactus geometricus is een dwergcactus. Zelfs een goed verzorgd, jaren oud exemplaar wordt meestal niet veel hoger dan vijftien centimeter. De plant is opgebouwd uit min of meer bolronde stamsegmenten van rond de vier tot vijf centimeter doorsnede, die zich één voor één op elkaar stapelen. Een nieuw segment ontspringt aan de top van het voorgaande, waarna het na verloop van tijd zijn karakteristieke vrijwel perfecte bolvorm aanneemt. Soms blijft het bij een nette kolomvormige stapel, soms vertakt de plant zich en ontstaan er meerdere zijtakken, die samen een groepje vormen. In de natuur zie je ook regelmatig kleine polletjes.

    De kleur van de segmenten is opvallend. Bij gematigde lichtomstandigheden, of bij jonge planten, is de buitenkant bleek blauwgroen met een lichte berijping. Zo’n plant ziet eruit alsof er een dun laagje as overheen ligt – daar komt, zoals eerder aangestipt bij het kopje Habitat, de naam van het geslacht ook vandaan. Maar zet dezelfde plant in de volle zon en het verhaal verandert dramatisch: binnen enkele weken kleuren de bollen rood-paars tot diep violet, en de nieuwste topgroei is vrijwel zwart-paars. Het is voor de plant een soort natuurlijke zonnebrand-beschermingsstrategie, en het zorgt en passant voor een buitengewoon decoratief plaatje. In Nederland is de zon daar trouwens niet fel genoeg voor; hooguit zie je nieuwe, onvolgroeide bolletjes zo verkleuren.

    Kijk je van dichtbij naar zo’n bolsegment, dan zie je vaak nog iets eigenaardigs: het oppervlak is niet helemaal glad, maar opgebouwd uit subtiele veelhoekige vlakjes, soms bijna zeshoekig. Dat maakt de plant niet alleen bolvormig, maar ook daadwerkelijk een klein geometrisch puzzeltje, eigenlijk niet heel anders dan een voetbal.

    Stekels heeft Tephrocactus geometricus nauwelijks. Het komt voor dat er op de bovenste delen van de bolletjes enkele korte, donkere doorntjes verschijnen – tot een centimeter of anderhalf, plat aangedrukt en omlaag gericht – maar veel exemplaren zijn praktisch geheel onbedoornd. Hierin onderscheidt deze soort zich duidelijk van de meeste andere Tephrocactus-soorten, die juist berucht zijn om hun forse, soms ronduit gevaarlijke bestekeling (zie het kopje Overige Tephrocactus-soorten verderop in dit artikel).

    Dan zijn er nog de glochiden: de microscopisch kleine, weerhaakjes-vormige borsteltjes die opuntia’s zo berucht maken omdat ze zeer lastig uit de huid te verwijderen zijn. Bij Tephrocactus geometricus zijn die afwezig of sterk gereduceerd, en in elk geval veel minder nadrukkelijk aanwezig dan bij veel andere leden van de opuntiafamilie. Normale verzorging kan meestal zonder handschoenen.

    Sterker, je moet eerder oppassen dat jij de plant niet beschadigt, in plaats van omgekeerd. Eén kenmerk verdient namelijk nog speciale aandacht, omdat het bij de verzorging van groot belang is: de afzonderlijke segmenten van Tephrocactus geometricus zitten opvallend los aan elkaar. Bij het oppakken of verpotten breekt er al snel een bol af. Dat is niet toevallig, maar één van de belangrijkste voorplantingsmethoden in de natuur: een afgevallen segment kan vervolgens, terwijl het over de bodem rolt, ergens anders een geschikt plekje vinden om wortel te schieten, zodat er een nieuwe plant ontstaat. Voor de huiskamertuinier is een dergelijk ongelukje dus niet per se altijd slecht nieuws, want je krijgt er een stekje bij (zie ook het kopje Stekken verderop) – maar het betekent wel dat de plant met meer voorzichtigheid moet worden behandeld dan je bij een typische cactus zou verwachten.

    Onder de grond produceert T. geometricus een lange, vlezige penwortel. Daar is een goede reden voor: in zijn natuurlijke habitat regent het maar zelden, en áls het dan regent, moet je als plant zo veel mogelijk opslagruimte hebben. Deze geofytische groeiwijze, met een fors ondergronds opslagorgaan, heeft direct gevolgen voor het kopje Verpotten: deze cactus vraagt om een opvallend diepe pot.

    Tot slot een korte opmerking over het groeitempo. Tephrocactus geometricus is een uitermate trage groeier. Een gezonde, goed verzorgde plant produceert per jaar slechts één of enkele nieuwe segmenten.

    1.3 Soorten

    In de handel kom je Tephrocactus geometricus vrijwel altijd tegen als de wilde vorm, met enkele speciale uitzonderingen. Daarnaast zijn er heel wat andere Tephrocactus-soorten, waarvan sommige eveneens als kamerplant interessant zijn. Beide zaken volgen hieronder.

    1.3.1 Tephrocactus geometricus

    De natuurlijke vorm van Tephrocactus geometricus hebben we hierboven al uitvoerig beschreven. Toch zijn er enkele bijzondere verschijningsvormen die expliciet vermelding verdienen, omdat ze tegenwoordig regelmatig in het assortiment van gespecialiseerde kwekers opduiken.

    • Tephrocactus geometricus f. cristata. Door een afwijking in het groeipunt – het zogeheten apicale meristeem groeit niet meer als een punt, maar als een lijn – ontstaat bij sommige exemplaren een sterk afwijkende, golvende of waaiervormige groeiwijze. Bij de cristaatvorm van T. geometricus levert dat verrassend kleine, vaak hartvormige of compacte vergroeide stamvormen op, in plaats van de gebruikelijke nette stapeling van bollen. Dit is uitermate gewild bij verzamelaars en navenant duur.
    • Tephrocactus geometricus ‘Pink’ of vergelijkbare handelsnamen. In de handel duiken soms varianten op die vooral vanwege de bloemkleur worden aangeprezen. Qua groeiwijze wijken ze doorgaans niet wezenlijk af van de soort.
    • Tephrocactus geometricus f. inermis. Een vorm die geheel doornloos is – wat bij T. geometricus sowieso al de norm is, maar bij deze vorm ontbreekt bedoorning echt volledig.

    1.3.2 Overige Tephrocactus-soorten

    Het geslacht Tephrocactus werd in 1868 voor het eerst beschreven door de Franse botanicus Charles Lemaire. Lang zijn deze planten in brede zin met het reusachtige geslacht Opuntia in verband gebracht, maar tegenwoordig wordt Tephrocactus als zelfstandig geslacht geaccepteerd binnen de subfamilie Opuntioideae. Het zwaartepunt van de verspreiding van dit geslacht ligt in Argentinië, maar er komen ook soorten voor in de bredere regio van van Bolivia tot zuidelijk Zuid-Amerika. Officieel bestaan er nu waalf soorten Tephrocactus.

    Een korte selectie van enkele andere Tephrocactus-soorten die je in de specialistische cactushandel weleens tegenkomt:

    • Tephrocactus articulatus (dennenappelcactus). Veruit de meest verkrijgbare soort, met cilindrische tot eivormige segmenten die door hun schubachtige tuberkels op een dennenappel lijken. Vooral de variëteit T. articulatus var. papyracanthus, met opvallend grote, papierachtig dunne, witte stekels, is bij verzamelaars geliefd.
    • Tephrocactus alexanderi. De nauwste verwant van T. geometricus, en zoals eerder besproken bij het kopje Habitat volgens sommige taxonomen feitelijk dezelfde soort. De typische vorm heeft duidelijk meer en langere stekels dan T. geometricus.
    • Tephrocactus aoracanthus. Heeft eivormige segmenten en daarop geplaatste, lange, dolkachtige, zwarte tot grijze stekels van tot vijftien centimeter. Een opmerkelijke verschijning, maar wel met een zeer lage aaibaarheidsfactor.
    • Tephrocactus molinensis. Een kleine soort uit het noorden van Argentinië, met grijsgroene segmenten en lichte, haarachtige stekels. Groeit nog langzamer dan T. geometricus.
    • Tephrocactus nigrispinus. Een soort met duidelijkere, vaak donker gekleurde bestekeling.
    • Tephrocactus bonnieae. Tot voor kort onder de geslachtsnaam Puna bonnieae bekend; in recente taxonomische opvattingen onder Tephrocactus geplaatst. Een uitzonderlijk klein, vrijwel ondergronds groeiend dwergcactusje, gewild bij verzamelaars van echte mini’s.

    Veel van wat we hieronder bij de verzorging van T. geometricus bespreken, geldt overigens voor de andere Tephrocactus-soorten. Het zijn allemaal planten uit hooggelegen woestijnregio’s.

    2. Verzorging Tephrocactus geometricus

    De verzorging van Tephrocactus geometricus wijkt in een aantal opzichten af van wat veel huiskamertuiniers van een cactus verwachten. Ja, hij houdt van veel zon. Ja, hij houdt van weinig water. Maar de combinatie van zijn hooggelegen afkomst en zijn specifieke wortelsysteem maakt dat je hem eigenlijk meer als een Andes-bewoner moet behandelen dan als een ‘standaard’ woestijncactus uit een Mexicaanse of Noord-Amerikaanse habitat. Hieronder bespreken we de aandachtspunten één voor één.

    2.1 Water geven

    Water geven is bij deze cactus, met afstand, het belangrijkste – en moeilijkste – onderdeel van de verzorging. De kern kunnen we meteen geven: bij Tephrocactus geometricus is te weinig water zelden het probleem; te véél water is dat vrijwel altijd.

    In het groeiseizoen, ruwweg van eind april tot eind september, mag je flink gieten – maar uitsluitend als de potkluit volledig is uitgedroogd. Dat is het centrale principe. Geef dan ineens een goede scheut, zodat het water er bij de bodem weer uitloopt, en doe daarna een week of twee à drie helemaal niets. Hoe lang precies hangt erg af van de standplaats, de temperatuur, de potgrootte en het type potgrond. Gelukkig is deze plant erg bestand tegen droogte, dus je geeft niet snel te weinig. Tip: onder optimale omstandigheden is hij echt bolrond. Krijgt hij erg weinig water, dan worden de bolletjes iets zachter, en wat rimpelig.

    In de winter is het regime volledig anders. Vanaf oktober tot ergens in maart moet je deze plant zo goed als droog laten. Dat is nu eenmaal een vereiste: T. geometricus heeft een uitgesproken winterrust nodig, met droge, koele omstandigheden. Een enkele lichte gietbeurt halverwege de winter kan, als de plant er duidelijk verschrompeld bij staat, maar qua droogte verdraagt hij echt bijzonder veel. Te veel water, daarentegen, leidt snel tot problemen.

    Een laatste belangrijke noot: een droge winterrust is een belangrijke voorwaarde voor het bloeien in het daaropvolgende seizoen (zie verder het kopje Bloeiwijze).

    2.2 Temperatuureisen

    Tephrocactus geometricus houdt van warmte in de zomer en van koelte in de winter. In de zomer zijn temperaturen van twintig tot dertig graden ideaal; zelfs hete dagen van flink boven de dertig zijn geen enkel probleem, mits de plant van voldoende water wordt voorzien (zie het kopje Water geven hierboven).

    In de winter is de situatie tegenovergesteld: dan heeft deze plant juist liefst een koele standplaats op. Idealiter zit hij dan op vijf tot tien graden, in elk geval een graad of vijftien of lager. Een onverwarmde maar vorstvrije serre, een koele logeerkamer of een lichte, niet te koude schuur is bij uitstek geschikt. Je kunt hem trouwens ook gewoon in de verwarmde woonkamer laten staan, alleen dan staakt doorgaans de groei en bloei.

    In zijn natuurlijke habitat in het Argentijnse hoogland kan het ’s nachts vriezen, en zolang de potkluit volledig droog is verdraagt Tephrocactus geometricus kortstondige nachtvorst tot ongeveer min vier à vijf graden. Maar omdat het onder meer behoorlijk lastig is om echt zeker te weten dat de kluit droog is, kun je dat beter vermijden. Houd de plant veiligheidshalve boven het vriespunt.

    2.3 Standplaats

    Licht, licht en nog eens licht. Tephrocactus geometricus heeft veel direct zonlicht nodig om écht goed te groeien, en dat is bij een typische Nederlandse vensterbank een hele opgave. Het zuiden is dan ook met afstand de beste plek: bij voorkeur vlak voor een zuidraam, of in elk geval zo dicht mogelijk in de zon. Bij onvoldoende licht gaat de plant ‘etioleren’: hij rekt zich uit, de segmenten worden niet meer mooi bolrond maar langwerpig en bleek, en de paarsverkleuring blijft uit.

    Tocht is geen probleem; deze plant groeit in de natuur zonder enige beschutting op dat vlak. Let wel op dat je de standplaats niet meer wijzigt als er een nieuw bolletje of een bloem aan het groeien is. Die wil de cactus nog weleens afstoten als hij halverwege dat proces gedraaid wordt.

    2.4 Voeding

    Bij zo’n langzame groeier is de voedingsbehoefte navenant bescheiden. Geef in het groeiseizoen, ruwweg van mei tot eind augustus, ongeveer eens per maand een sterk verdunde dosis vloeibare cactusvoeding bij het water – bij voorkeur niet meer dan de helft van wat op de verpakking staat. In de winter helemaal niet voeden.

    2.5 Verpotten

    Verpotten is bij Tephrocactus geometricus een handeling die eigenlijk maar heel zelden nodig is. De plant groeit langzaam (zie het kopje Groeiwijze eerder in dit artikel) en vindt het niet erg om wat krap in zijn pot te staan; ook uitgeputte grond is weinig bezwaarlijk.

    Twee dingen zijn bij het verpotten cruciaal. Ten eerste het substraat. Vergeet standaardpotgrond; deze plant wil een zeer schraal, mineralig of zanderig grondmengsel. Een goed werkende verhouding is ongeveer dertig procent gewone cactusgrond of een potgrond met turfvervanger, en zeventig procent mineraal toevoegmateriaal, zoals puimsteen, lavasteen, perliet of grof gewassen zand. Het mengsel moet zo doorlatend zijn dat een gietbeurt binnen één à twee dagen volledig is opgedroogd. Heb je een cactusgrond uit een tuincentrum gekocht en lijkt die nog steeds verdacht turfachtig en vasthoudend? Meng dan extra mineraal materiaal door.

    Het tweede aandachtspunt is de pot zelf. Vanwege de stevige penwortel – zie het kopje Groeiwijze eerder in dit artikel – vraagt deze cactus om een opvallend diepe pot. Een ondiep schaaltje, hoe esthetisch dat ook combineert met de geometrische look van de plant, en hoe vaak je het ook ziet bij andere cactussen, zal de wortelgroei beperken en op termijn problemen geven. Kies dus een pot die zeker zo diep is als hij breed is. En het kan verstandig zijn om een wat zwaardere, aardewerken of terracotta, pot te kiezen: deze planten groeien niet bepaald recht omhoog, dus ze zijn zelden helemaal in evenwicht. En je wilt natuurlijk niet dat je cactus omkukelt.

    Tip: verpot je T. geometricus bij voorkeur in het vroege voorjaar, vlak voordat de groei weer op gang komt. Geef de eerste twee weken na het verpotten geen water.

    Houd er ten slotte rekening mee dat de losse segmenten tijdens een verpotting maar al te gemakkelijk afbreken. Dat hoeft geen groot drama te zijn, maar als het ongepland gebeurt, is dat vaak toch vervelend; zie verder het kopje Stekken hieronder voor wat je er vervolgens mee kunt doen.

    2.6 Snoeien

    Snoeien is bij Tephrocactus geometricus niet nodig en in feite ook niet wenselijk. De plant houdt zelf in alle rust de bouw van zijn segmenten bij; de huiskamertuinier hoeft daar niets aan te corrigeren. Wat je hooguit weleens doet, is een rotte of beschadigde segment-onderkant netjes wegnemen met een schoon, scherp mes, om te voorkomen dat de schade zich verspreidt.

    Wel kun je natuurlijk, mocht je dat willen, een segment afnemen voor vermeerdering. Zie daarvoor het kopje Stekken hieronder.

    2.7 Vermeerderen

    Er zijn drie manieren om Tephrocactus geometricus te vermeerderen: door middel van stekken (in dit geval het afnemen van segmenten), door zaaien, of door te enten op een snelgroeiende onderstam. We bespreken ze achtereenvolgens.

    2.7.1 Stekken

    Stekken is veruit de gemakkelijkste vermeerderingsmethode voor deze plant. Zoals besproken bij het kopje Groeiwijze zitten de segmenten van nature al opvallend los aan elkaar. Een lichte aanraking is regelmatig al voldoende om er eentje af te laten breken. De moederplant ondervindt daar praktisch geen schade van.

    De werkwijze is simpel. Heb je een segment in handen – bewust afgenomen of per ongeluk losgeraakt – leg het dan ongeveer een tot twee weken op een droge, luchtige plek in de schaduw, zodat de breukrand een korst kan vormen. Dit zogenoemde ‘callusen’ is bij cactussen essentieel: zou je het verse, vochtige wondvlak meteen in vochtige grond stoppen, dan is de kans op rot praktisch honderd procent.

    Na de wachttijd plaats je het segment met de onderkant in een potje licht vochtige, sterk minerale stekgrond – bijvoorbeeld zuivere puimsteen of fijngebroken lavasteen. Geef verder geen water. Zet het potje op een warme, lichte plek. Pas na vier tot zes weken, als de stek zichtbaar geworteld is (te beoordelen door zeer voorzichtig te voelen of-ie vastzit), geef je een eerste voorzichtige gietbeurt. Daarna behandel je de stek precies als een volwassen plant.

    2.7.2 Zaaien

    Zaaien is een aanzienlijk grotere uitdaging. Tephrocactus geometricus-zaden staan bekend als lastig en onvoorspelbaar in kieming. De zaden bezitten een dikke, kurkachtige zaadhuid en een uitgesproken kiemrust, precies het soort voorzichtigheid dat handig is in een habitat waar een enkel regenbuitje nog geen betrouwbaar voorjaar maakt. Voor de kweker betekent dat: van hetzelfde zaaisel kunnen sommige zaden binnen enkele weken kiemen en andere doen het pas na maanden of zelfs jaren.

    Probeer je het toch, dan is dit de aanpak: gebruik bij voorkeur vers zaad (kiempercentages bij oud zaad zijn vaak teleurstellend), strooi het oppervlakkig over een mengsel van fijne puimsteen en perliet (ongeveer 50/50), en bedek het zaad heel licht met fijn mineraal materiaal. Houd het geheel in een afgesloten kweekbakje of onder wat plasticfolie om de luchtvochtigheid hoog en redelijk constant te houden. Streef naar dagtemperaturen van rond de 25 tot 30 graden. Nachtkoelte (tot een graad of vijftien) kan helpen om de kieming te stimuleren. Wees voorbereid op een lange wachttijd.

    Eenmaal gekiemde zaailingen zijn de eerste maanden zeer kwetsbaar. Houd ze warm en vochtig – niet nat! – totdat ze zich tot herkenbare kleine bolletjes hebben ontwikkeld.

    Over zelfbestuiving bij deze soort is in gangbare bronnen weinig hard en consequent gedocumenteerd. Wil je betrouwbaar zaad winnen, ga er daarom praktisch vanuit dat je twee genetisch verschillende exemplaren nodig hebt, die je met een zacht penseeltje van bloem naar bloem kruisbestuift. Zie hiervoor verder het kopje Bloeiwijze hieronder.

    2.7.3 Enten

    In de wereld van de gespecialiseerde cactuskweek is enten een gebruikelijke techniek, zeker bij traaggroeiende soorten zoals Tephrocactus geometricus. Hierbij wordt een segment of zaailing op een snelgroeiende onderstam geplaatst, zodat de plant veel sneller in omvang toeneemt dan op eigen wortels mogelijk zou zijn. Populaire onderstammen voor het enten van Tephrocactus zijn Pereskiopsis spathulata (vooral voor zaailingen), Selenicereus undatus (de drakenfruitcactus, in de handel nog vaak Hylocereus undatus genoemd) en Austrocylindropuntia subulata.

    Een geënt exemplaar groeit doorgaans veel sneller dan een plant op eigen wortels – wat aan de ene kant prettig is om snel een mooi exemplaar te kweken, maar voor de purist een wat onelegant compromis kan zijn. Bovendien kunnen geënte tephrocactussen minder goed overwinteren zijn dan exemplaren op eigen wortels, met name omdat een tropische onderstam als Selenicereus beduidend minder koudebestendig is dan een hooglandwoestijnplant als Tephrocactus. Als je geënt exemplaar koopt en op termijn een natuurlijk groeiende plant wilt overhouden, kan het de moeite waard zijn om de plant op enig moment ‘af te enten’: het bovenste deel met een schoon mes losmaken en als een gewone stek verder behandelen (zie het kopje Stekken hierboven).

    2.8 Bloeiwijze

    De bloeiwijze van Tephrocactus geometricus is, gezien de bescheiden omvang van de plant, uitbundig te noemen. De bloemen verschijnen op de top van een volwassen segment en zijn relatief groot – soms wel de doorsnede van het segment zelf, dus drie tot vijf centimeter. Ze zijn doorgaans wit tot zachtroze, met een opvallende donkerder middenstreep over elk kroonblad, en een geel-oranje hart van talloze meeldraden.

    De bloeiwijze is des te bijzonderder door de korte duur. Hij opent in de ochtend en sluit zich diezelfde avond weer; in uitzonderlijke gevallen herhaalt zich dat een tweede dag, maar daarna is het echt voorbij. Gelukkig komen er bij een goed groeiende, volwassen plant in een goed seizoen vaak meerdere bloemen kort na elkaar.

    Om tot bloei te komen, moet je met een aantal zaken rekening houden. Ten eerste moet de plant volwassen genoeg zijn – een enkel segment of een stek van twee segmenten bloeit zelden of nooit, een plant van vier à vijf segmenten kan het al wel. Ten tweede moet er een uitgesproken koele, droge winterrust aan vooraf zijn gegaan; zonder die periode geen bloemknopaanleg in het volgende voorjaar. Zie verder het kopje Water geven en Temperatuureisen eerder in dit artikel. Neem je dat in acht, dan kun je de bloei aan het begin van de zomer verwachten.

    Bij zelfbestuiving houden we hier een slag om de arm: voor T. geometricus is zelfsteriliteit niet overal even duidelijk gedocumenteerd. Voor betrouwbare zaadvorming is het verstandig met twee verschillende exemplaren te werken. Wie zaad wil winnen, kan hier rekening mee houden bij het aanschaffen van zijn plantenmateriaal (zie ook het kopje Zaaien hierboven).

    2.9 Ziektes en plagen

    Tephrocactus geometricus is gelukkig weinig vatbaar voor plaaginsecten. Spint, witte vlieg, bladluis zijn maar heel zelden een probleem. Wat dan af en toe wél kan voorkomen, is een infectie met wolluis of schildluis. Beide zijn met een gericht, mild biologisch bestrijdingsmiddel goed te bestrijden; volg de aanwijzingen op de verpakking.

    De grote dreiging voor deze cactus zit ergens anders, en is al uitvoerig besproken bij het kopje Water geven eerder in dit artikel: wortelrot en stamrot, vrijwel altijd het gevolg van een combinatie van te koude omstandigheden en een te vochtige kluit. Een aangetast exemplaar verraadt zich door zachte, glazige, bruinverkleurende plekken aan de basis van een segment, vaak met een onaangename geur. Snijd het aangetaste segment in dat geval met een scherp, schoon mes royaal weg – liefst nog door een stukje van het gezonde weefsel daarboven – en laat de wond minimaal een week op een droge plek opdrogen voordat je de plant opnieuw in droge minerale grond zet. Een groot deel van de plant kan zo nog gered worden, mits je er op tijd bij bent.

    Bij stamrot die al heel diep zit en duidelijk de penwortel heeft bereikt, is de prognose helaas slecht. Beschouw zo’n plant liever als een bron van eventueel nog te redden stekken (van de bovengrondse, gezonde delen).

    2.10 Overige tips bij de verzorging

    • Werk bij verpotten of stekken bij voorkeur met een schone keukenhanddoek of een opgevouwen krant om de plant heen. Zo voorkom je dat de glochiden (zie het kopje Groeiwijze eerder in dit artikel) in je vingers terechtkomen. Mochten ze er toch in zitten, dan helpt afplakken met een stuk plakband, waarna je het plakband voorzichtig aftrekt; een pincet werkt aanmerkelijk minder goed.
    • Voor zover ons bekend is Tephrocactus geometricus geen giftige kamerplant voor mens of huisdier. De mechanische risico’s van glochiden en eventuele stekels zijn echter wel reëel, dus houd de plant buiten bereik van kleine kinderen en nieuwsgierige huisdieren.

    3. Tephrocactus geometricus kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

    Een behoorlijk fors exemplaar, met uitgebloeide bloemen en bloemknoppen.

    Tephrocactus geometricus is in Nederland niet bepaald een courante soort. Voor een mooi exemplaar moet je naar een gespecialiseerde cactuskweker of een online aanbieder van zeldzame vetplanten. De plant is de laatste jaren behoorlijk in trek geraakt – vooral via sociale media, waar de geometrische opbouw en de paarsgekleurde segmenten het uitstekend doen – en is daardoor steeds breder verkrijgbaar dan tien jaar geleden, maar nog altijd niet algemeen.

    De prijs varieert flink. Een klein, eensegmentsstekje koop je bij gespecialiseerde kwekers vanaf zo’n tien à vijftien euro. Een mooi exemplaar van vier of vijf gestapelde segmenten ligt al snel boven de dertig euro. Cristaatvormen en grotere, oudere exemplaren kunnen honderden euro’s per stuk kosten. Vergeleken met een doorsnee kamerplant is dat hoog; vergeleken met andere zeldzame liefhebberscactussen valt het mee. Grotere planten zijn bovendien vaak al behoorlijk oud; een vuistregel is dat er één verdieping van bolletjes per jaar bijkomt.

    Waar moet je op letten als je een Tephrocactus geometricus gaat kopen? Een paar aandachtspunten:

    • Stevige segmenten zonder verkleuringen. De segmenten moeten stevig en strak aanvoelen, niet slap of ingedeukt. Bruine of vergeelde plekken aan de basis zijn een waarschuwingsteken voor beginnende rot.
    • Geen wonden of zwarte plekken bij de aanhechtingen. Aansluitend op het vorige punt: de overgang tussen twee segmenten is dé plek waar rot vaak ontstaat. Inspecteer die zorgvuldig.
    • Geënt of op eigen wortels? Vraag het de verkoper. Geënte exemplaren zijn vaak forser en goedkoper, maar op langere termijn meestal minder duurzaam dan exemplaren op eigen wortels (zie verder het kopje Enten eerder in dit artikel).
    • Aantal segmenten. Hoe meer segmenten, hoe ouder en kostbaarder de plant. Een enkel segmentje van een paar centimeter dat in een potje van vijf centimeter staat, is feitelijk een stekje en moet ook geprijsd zijn als zodanig. Houd er rekening mee dat het – gezien het lage groeitempo – meerdere jaren gaat duren voordat zo’n stekje uitgroeit tot een mooie verzameling bolletjes.
    • Kleur. De Nederlandse zon is zelden fel genoeg om de plant van bleekgroen naar paars te doen verkleuren. Dit kan dan ook een teken zijn van andere stress. Het kan lonen om de verkoper hier even naar te vragen.

    Bij een online aankoop is de verzending nog wel een aandachtspunt. Anders dan veel andere kamerplanten kunnen deze cactussen enige kou hebben, maar toch kun je ze beter niet midden in de winter aanschaffen. En is het een groot exemplaar, met diverse gestapelde segmenten, moet je er serieus rekening mee houden dat er één of meerdere loskomen tijdens de reis.

    Een laatste tip: laat je niet te snel verleiden om de cristaatvorm aan te schaffen als je nog geen ervaring hebt met Tephrocactus. Het zijn fascinerende, zeer fotogenieke planten, maar ze zijn doorgaans duur, niet altijd even sterk en in cultuur soms behoorlijk lastig in vorm te houden.

    Voor zover ons bekend is Tephrocactus geometricus niet giftig voor mensen of huisdieren, maar eventuele glochiden (die gemene, weerhaakjes) en stekels kunnen mechanisch wel voor irritatie zorgen. En de plant is sowieso niet geschikt om mee te spelen, omdat de bolletjes zo gemakkelijk loslaten. Houd de plant daarom buiten bereik van kleine kinderen en huisdieren.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    11 uur geleden by Stijn

    Hoi Claar, Bij een gezond exemplaar: ja, dat gaat eigenlijk altijd goed. Zorg wel dat je het doet op een moment dat de plant goed…


    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    11 uur geleden by Claar

    Is het echt zo dat je heel diep terug kunt snoeien? Ik heb er een staan die al een aantal jaar oud is maar het…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    18 dagen geleden by Kristel

    Beste Louise ik heb voorlopig geen zaadjes van de gele . ik heb jonge platen staan maar weet niet meer of het gele of rode…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Louise

    Hallo Kristel , als je zaden van de gele hebt zou ik die kunnen overnemen van je . Ik ben er al heel lang naar…


    Papyrusplant: kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Stijn

    Hoi Eddy, Zeker doen! Dat kan voor de plant absoluut geen kwaad, en het ziet er veel beter uit.


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Adverteren • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz