
Spint is één van de vervelendste plagen voor kamerplantenliefhebbers. Spintmijten zijn piepklein, zitten graag aan de onderkant van bladeren en kunnen zich in warme, droge lucht razendsnel vermeerderen. Je ontdekt ze bovendien vaak pas als er sprake is van een enorme plaag. Toch is spint in de regel meer een ergernis dan een afgetekend doodvonnis. Wie vroeg kijkt, consequent behandelt en de omstandigheden wat minder comfortabel maakt voor de mijten, komt vaak een heel eind.
In dit artikel kijken we naar wat spint precies is, hoe je het herkent, waarom het zo hardnekkig kan zijn en hoe je een aantasting stap voor stap aanpakt. Voor de algemene principes rond plantproblemen verwijzen we naar ons hoofdartikel over ziektes en plagen bij kamerplanten; isoleren, rustig blijven en herhalen zijn ook hier geen overbodige luxe. En goed om te weten: vaak zorgt spint vooral voor cosmetische problemen; kamerplanten hebben er meestal eigenlijk niet zo’n grote moeite mee, zeker niet als je zorgt dat de plaag niet te zeer uit de hand loopt.
- Wat is spint precies?
- Spint herkennen: de eerste signalen
- Waarom is spint zo hardnekkig?
- Welke kamerplanten zijn gevoelig voor spint?
- Hoe komt spint je huis binnen?
- Spint voorkomen
- Spint bestrijden, stap voor stap
- Wanneer is het verstandiger om op te geven?
- Terugkeer voorkomen
- Reacties
1. Wat is spint precies?

Spint is geen insect, maar een mijt. Daarmee hoort het diertje bij de spinachtigen, dezelfde grote groep waar ook spinnen, teken en hooiwagens in zitten. Bij kamerplanten gaat het meestal om plantenetende spintmijten uit de familie Tetranychidae. De bekendste soort is Tetranychus urticae, in het Nederlands vaak bonenspintmijt of kasspintmijt genoemd.
Tetranychus urticae is bijzonder klein: volwassen dieren zijn grofweg 0,4 tot 0,5 millimeter lang. Je kunt ze met het blote oog soms zien als bewegende puntjes, maar dat is het wel zo’n beetje; om iets van details te kunnen onderscheiden, moet je er een vergrootglas bij pakken. De kleur varieert van geelgroen tot bruin, oranje of roodachtig. Veel volwassen exemplaren hebben twee donkere vlekken op de rug, vandaar de Engelse naam two-spotted spider mite.
Spint leeft vooral aan de onderkant van bladeren. Daar prikken de mijten afzonderlijke plantencellen aan en zuigen ze leeg. De beschadigde cellen verliezen hun groene kleur, waardoor op het blad een fijn licht spikkelpatroon ontstaat. Bij een zware aantasting maken de mijten bovendien spinsel: dunne webjes rond bladoksels, jonge scheuten en soms hele bladeren. Dat spinsel is ook de reden voor de Nederlandse benaming van dit plaagdier.
Een klein, tamelijk gek feitje: Tetranychus urticae was in 2011 de eerste spinachtige waarvan het genoom volledig werd beschreven. Een nauwelijks zichtbaar diertje op de onderkant van een blad kreeg daarmee een opvallend grote rol in de genetica. In het Nature-artikel over het genoom van Tetranychus urticae wordt de soort bovendien beschreven als een plaag met een extreem brede waardplantenreeks en een beruchte aanleg voor resistentie. Klein beestje, groot cv.
2. Spint herkennen: de eerste signalen
Spint wordt vaak pas ontdekt wanneer er al webjes zichtbaar zijn. Dat is jammer, want in die fase is er al sprake van een serieuze plaag, terwijl er in de beginfase slechts beperkte schade is, en de plaag dan bovendien veel beter te behandelen is. Het loont dus om bij het water geven niet alleen naar de potgrond te kijken, maar ook af en toe naar de bladeren. Vooral naar de onderkant, waar die beginfase zich meestal voornamelijk afspeelt.
2.1 Vroege schade aan het blad
Het eerste herkenbare symptoom is meestal een fijne, lichte spikkeling op het blad. Bij stevigere aantasting wordt het blad doffer, grijzer of bronskleurig. Later kunnen bladeren geel worden, verdrogen en afvallen.
De webjes verschijnen meestal pas bij een grotere populatie. Je ziet ze vaak bij jonge groeipunten, in bladoksels, tussen bladstelen en langs de nerven aan de onderkant van het blad.
2.2 De papiertest
Een eenvoudige test: houd een vel wit papier onder een verdacht blad en tik stevig op het blad. Als er spint aanwezig is, vallen er soms kleine stipjes op het papier die na enkele seconden beginnen te lopen. Niet elk stipje is meteen schuldig, maar bewegende puntjes op wit papier zijn in elk geval reden om beter te kijken.
Een vergrootglas is het beste instrument om de diagnose te stellen, maar dat heeft niet iedereen zomaar liggen. De camera van veel smartphones is tegenwoordig trouwens ook verrassend goed om spint in beeld te krijgen – zie de lezersfoto in de inleiding!
3. Waarom is spint zo hardnekkig?
Spint is niet zo vervelend omdat één mijt zo indrukwekkend is. Net als bij andere plagen wordt het pas echt erg als er heel veel van die individuele plaagdieren zijn. En bij spint is de snelheid waarmee zo’n populatie kan groeien helaas buitengewoon hoog.
Bij gunstige omstandigheden, vooral warmte en droge lucht, kan Tetranychus urticae zich zeer snel ontwikkelen. Rond 27,5 tot 32,5 graden Celsius duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen mijt ongeveer zeven tot acht dagen. Een vrouwtje kan in haar leven meer dan honderd eitjes leggen. Als je terugkomt van een paar weken zomervakantie, kan een populatie van slechts enkele losse spintmijten zich hebben ontwikkeld tot een enorme plaag.
Daar komt bij dat niet elk middel alle levensstadia even goed raakt. Veel contactmiddelen werken vooral op de actieve mijten, minder op eitjes. Een plant kan er na één behandeling dus schoner uitzien, terwijl er onder het blad nog een nieuwe generatie ligt te wachten. Spint is ook berucht om resistentie tegen bestrijdingsmiddelen, vooral wanneer vaak hetzelfde middel wordt gebruikt. In de professionele teelt is dat een groot probleem; in de huiskamer is het vooral een reden om niet gedachteloos te blijven sprayen met hetzelfde flesje.
4. Welke kamerplanten zijn gevoelig voor spint?
In principe kan spint op veel kamerplanten voorkomen. Tetranychus urticae heeft een brede smaak; kieskeurigheid is niet zijn sterkste karaktereigenschap. Toch zijn er duidelijke risicogroepen:
- Planten met dun, zacht blad, zoals hibiscus, klimop en veel tropische bladplanten.
- Calathea en verwante gebedsplanten, zeker wanneer ze te droog staan.
- Alocasia, vooral bij warme, droge lucht en weinig luchtbeweging.
- Palmen met fijn verdeeld blad, zoals arecapalm en verwante soorten.
- Citrusboompjes, olijfboompjes en andere kuipplanten die binnen overwinteren.
- Bananenplanten, met hun grote zachte bladeren.
- Jonge planten, zaailingen en stekken met mals nieuw blad.
Planten met zeer stevig, leerachtig of sappig blad worden minder vaak zwaar aangetast. Denk aan sansevieria’s, zamioculcas en veel succulenten. Maar dat is slechts een algemene regel. Cactussen zijn beslist niet resistent tegen spint, en de vioolbladplant (Ficus lyrata) is onder onze lezers sterk oververtegenwoordigd als het gaat om spint.
5. Hoe komt spint je huis binnen?
Spint lijkt soms uit het niets te verschijnen. Dat is zelden echt zo. De diertjes zijn alleen zo klein dat je een beginnende besmetting gemakkelijk over het hoofd ziet. Een nieuwe plant kan er in de winkel prima uitzien en toch enkele mijten of eitjes bij zich dragen.
Nieuwe planten twee tot drie weken apart houden is daarom verstandig, vooral wanneer je al een flinke plantencollectie hebt. Quarantaine klinkt zwaar, maar in plantenland betekent het meestal gewoon: even niet meteen gezellig tussen de rest zetten.
6. Spint voorkomen
Voorkomen draait bij spint vooral om twee dingen: de plant weerbaar houden en de omstandigheden minder gunstig maken voor de mijt:
- Controleer regelmatig de onderkant van bladeren. Vooral bij gevoelige soorten en planten die dicht bij een radiator staan.
- Vermijd extreem droge lucht. Veel tropische kamerplanten varen wel bij een relatieve luchtvochtigheid van 50% of hoger. Zeker in de winter ligt die in veel huizen lager. Het kan helpen om de was te drogen in de ruimte waar je je kamerplanten hebt staan; ook helpt het om kamerplanten dicht bij elkaar te zetten als je er meerdere hebt. Ze creëren namelijk ook hun eigen luchtvochtigheid.
- Gebruik eventueel een luchtbevochtiger. Vooral in de winter kan dat voor mens én plant prettiger zijn. Houd wel genoeg luchtbeweging en voorkom permanent nat blad.
- Stof bladeren af. Een vochtige doek verwijdert stof en soms ook beginnende plaagdruk. Werk voorzichtig, zeker bij tere bladeren.
- Zet risicoplanten niet pal boven de radiator. Dat is voor veel planten toch al de botanische versie van een föhnstand.
Sproeien met water kan tijdelijk helpen om stof te verwijderen en de directe omgeving iets vochtiger te maken, maar het is geen zelfstandige spintbestrijding. Bovendien verdragen niet alle planten nat blad even goed. Planten met behaard, fluweelachtig of zeer gevoelig blad kun je beter niet voortdurend natspuiten.
7. Spint bestrijden, stap voor stap
Heb je spint gevonden, werk dan methodisch. Het doel is niet om de plant in één keer volledig spintvrij te krijgen, maar om meerdere generaties mijten te verstoren.
7.1 Plant isoleren en andere planten controleren
Zet de aangetaste plant eerst apart van je andere kamerplanten. Een badkamer, logeerkamer of lichte bijkeuken kan prima dienstdoen als tijdelijk onderkomen. Controleer daarna de planten die ernaast stonden, vooral aan de onderkant van het blad.
Was na het behandelen je handen en maak schaar, plantenspuit of doek schoon. Spint verspreidt zich niet alleen op eigen initiatief; wij helpen soms onbedoeld mee.
7.2 Ernstig aangetast blad weghalen
Bladeren die zwaar gespikkeld, geel, bruin of verdroogd zijn herstellen niet meer. Knip ze met een schone schaar weg en gooi ze weg. Bij een zware aantasting heeft dat niet alleen een cosmetische functie: je verwijdert ook een deel van de populatie, inclusief eitjes en webjes.
Wees tegelijk niet roekeloos. Een plant heeft blad nodig om energie te maken. Haal vooral de slechtste bladeren weg en laat gezond of licht aangetast blad zitten als de plant anders bijna kaal wordt.
7.3 De plant grondig afspoelen
Spoel de plant daarna goed af met lauw (zeker niet warm, maar beter ook niet ijskoud) water. Kleine en middelgrote planten kunnen vaak onder de douche of in de gootsteen. Richt de waterstraal vooral op de onderkant van de bladeren, want daar zitten de meeste mijten. Bij grote planten kun je met een plantenspuit en een vochtige doek werken, al is dat meer werk. Of zet ze in de zomer buiten onder een mals regenbuitje.
Dek de potgrond waar mogelijk af, bijvoorbeeld met een plastic zak rond de pot, zodat de kluit niet onnodig doorweekt raakt. Als je met een douchekop of sproeier in de weer gaat, is het vaak al voldoende om de plant lichtjes te kantelen, zodat niet al het water recht omlaag op de potgrond valt.
7.4 Middelen tegen spint
Na het afspoelen kun je een geschikt middel gebruiken. Kies bij voorkeur een biologisch product dat bedoeld is voor sierplanten of kamerplanten en waarop spint of mijten duidelijk op het etiket genoemd worden. Volg de gebruiksaanwijzing op de verpakking.
Huismiddeltjes met groene zeep, afwasmiddel of spiritus worden vaak aangeraden, maar zijn niet zonder risico. Te sterke of verkeerd gemengde oplossingen kunnen bladschade geven, zeker bij tere soorten. Een kant-en-klaar product met duidelijke gebruiksaanwijzing is meestal saaier, en precies daarom aan te bevelen.
Overigens is het niet per se nodig om naar middelen te grijpen. Zeker als je de plant regelmatig en zonder veel gedoe onder de douche kunt zetten – of op een andere manier kunt besproeien – kun je daar meestal prima mee volstaan. Her en der wat spintmijten zijn voor geen enkele plant bezwaarlijk. Die volledig uitroeien is dan ook niet nodig. Wel moet je regelmatig blijven sproeien, zodat het beperkt blijft tot die kleine populatie, en het niet uitgroeit tot een plaag.
7.5 Biologische bestrijding met roofmijten
Als je meerdere (grote) planten hebt, kan het een goed idee te zijn om nader te kijken naar de mogelijkheden van biologische bestrijding. Roofmijten zoals Phytoseiulus persimilis eten spint en worden ook in de professionele teelt ingezet.
Voor de gewone huiskamer is het wel goed om realistisch te blijven. Roofmijten werken het best bij voldoende temperatuur, voldoende luchtvochtigheid en een nog aanwezige spintpopulatie. Bij een bijna droge vensterbank boven de verwarming kunnen ze het moeilijk krijgen. Ook combineren ze slecht met recent gespoten bestrijdingsmiddelen.
7.6 Waarom herhalen nodig is
Eén behandeling is bij spint zelden genoeg. Eitjes en goed verscholen mijten kunnen achterblijven, waarna de populatie opnieuw op gang komt. Herhaal de behandeling daarom meerdere keren. Hanteer, als algemene richtlijn, tussenpozen van ongeveer vijf tot zeven dagen bij warme omstandigheden, of zeven tot tien dagen wanneer de plant koeler staat. Staat op het etiket van een middel een ander interval, houd dan het etiket aan.
Controleer tussendoor steeds nieuw blad en de onderkant van oude bladeren. Pas wanneer je enkele weken geen nieuwe spikkeling, webjes of bewegende puntjes ziet, kun je voorzichtig aannemen dat de plaag onder controle is.
8. Wanneer is het verstandiger om op te geven?
Soms is redden niet meer zinvol. Een zwaar aangetaste plant kan een blijvende bron van besmetting zijn voor de rest van je collectie. Daarom kan soms beter zijn om de plant maar weg te doen. Bedenk daarbij dat spint meestal eigenlijk ook maar een symptoom is. Sommige planten zijn zo ongelukkig in je huiskamer – niet doordat je niet goed genoeg voor ze zorgt, maar omdat de omstandigheden simpelweg te zeer verschillen van de natuurlijke habitat – dat spint en andere problemen altijd terug zullen komen. Het is één keer vervelend, maar daarna heb je er ook nooit meer last van.
Bij planten die gemakkelijk te stekken zijn, kun je soms nog een schoon, gezond deel redden. Spoel de stek goed af, zet hem in verse potgrond of water en houd hem apart. Gebruik geen stekken met webjes, zware spikkeling of verdachte plekken.
9. Terugkeer voorkomen
Na een geslaagde behandeling begint de nazorg. Houd de plant nog enkele weken apart of in elk geval goed in de gaten. Nieuwe schade begint vaak opnieuw als fijne spikkeling, zonder nadere zichtbare problemen. Kijk dus niet alleen naar of je weer spinsels ziet – dan is het vaak alweer een ernstige plaag.
Spint is hardnekkig. Het is een kleine mijt die profiteert van warme, droge omstandigheden en van onze neiging om vooral naar de bovenkant van bladeren te kijken. Maak de plant schoon, behandel consequent, herhaal op tijd en verbeter waar mogelijk de omstandigheden. Dan is goede groei na een spintperiode vaak gewoon weer mogelijk!
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.