
Ctenanthes of gebedsplanten zijn bladplanten met een opvallende tekening: gestreept, gemarmerd of met een visgraatpatroon, vaak in meerdere kleuren. Als kamerplant staan ze wat in de schaduw van bekendere familieleden zoals calathea’s en maranta’s, terwijl ze doorgaans eigenlijk minder veeleisend zijn. Hoe zorg je bij ctenanthes voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:
1. Inleiding: wat is Ctenanthe voor plant?

Ctenanthes zijn groenblijvende, kruidachtige planten uit de pijlwortelfamilie (Marantaceae). Net als hun verwanten worden ze vrijwel uitsluitend gehouden om het blad, dat bij de meeste soorten rijk getekend is met strepen, banden of vlekken, en aan de onderzijde dikwijls roodpaars verkleurt. Bloemen maken ze ook wel, maar dat is voor de huiskamertuinier niet het belangrijkste (zie het kopje Bloeiwijze verderop in dit artikel). We bespreken hieronder waar deze planten vandaan komen, hoe ze groeien, met welke andere kamerplanten ze verwant zijn en welke soorten je zoal in de handel kunt tegenkomen.
Eerst een kort naamkundig weetje, al was het maar omdat menigeen zich verslikt in de uitspraak. De geslachtsnaam Ctenanthe combineert het Griekse ‘ktenos’ (kam) met ‘-anthe’, dat teruggaat op ‘anthos’ (bloem). De naam slaat op de kamvormige bloeiaar, waarvan de schutbladen in twee keurige rijen tegenover elkaar staan, als de tanden van een kam. In het Grieks spreek je ‘ktenos’ uit met een harde ‘k’, net als ‘kam’. In Nederland spelen we voor de uitspraak echter ook wel leentjebuur bij de Engelsen, die juist een stille ‘c’ maken van de beginletter van ‘ctenanthe’. Je hoort hier dus zowel ‘ktee-nan-tuh’ als ‘tee-nan-tuh’ (bij iedereen is de ‘h’ stil). Misschien is het gemakkelijker om de Nederlandse naam gebedsplant te gebruiken – al is daar dan weer de complicatie dat die naam nog niet echt is ingeburgerd en bovendien ook op onder andere maranta’s en calathea’s wordt geplakt. Echt eenvoudig kunnen we het dus niet maken.
1.1 Habitat
Ctenanthe is een betrekkelijk klein geslacht uit het tropische deel van Midden- en Zuid-Amerika. Het gaat om een soort of vijftien, met een natuurlijk verspreidingsgebied van Costa Rica tot in tropisch Zuid-Amerika. Het zwaartepunt ligt in Brazilië, waar verreweg de meeste soorten van nature voorkomen. De planten groeien daar vooral in de onderlaag van tropische bossen, vaak in het Atlantisch regenwoud en verwante bosbiotopen.
Dat verklaart meteen een groot deel van de verzorging die we verderop bespreken. Een ctenanthe is gewend aan warmte, een hoge luchtvochtigheid en gefilterd licht, en heeft een hekel aan kou: onder een graad of twaalf voelt de plant zich niet meer thuis. Vorst verdraagt hij in het geheel niet.
1.2 Groeiwijze

Ctenanthes maken een ondergrondse wortelstok (rizoom) van waaruit ze dichte, bossige pollen vormen: bundels bladstelen die alle min of meer vanuit hetzelfde punt opschieten. Een echte stam vormen ze niet. De meeste soorten blijven daarmee tussen een halve en een hele meter hoog, al kunnen enkele forse soorten in goede omstandigheden tot wel anderhalve of twee meter uitgroeien. In de breedte is het een ander verhaal; daar zit namelijk eigenlijk geen limiet op. Dit is en blijft van nature een bodembedekker, die vroeg of laat iedere pot geheel zal opvullen.
De bladeren staan op lange stelen en zijn doorgaans ovaal tot lancetvormig. De bovenzijde draagt een calathea-achtige patroon van lichte en donkere banden, de onderzijde is vaak roodpaars. Waar veel calathea’s hun bladeren nadrukkelijk rechtop houden, spreidt een ctenanthe ze meer horizontaal uit, maar het is een subtiel verschil.
Het aardigste kenmerk van de groeiwijze laat zich pas tegen de avond zien. Net als de andere leden van de pijlwortelfamilie vouwt een ctenanthe zijn bladeren ’s nachts omhoog, om ze de volgende ochtend weer te laten zakken. Die beweging komt voort uit een verdikt scharniergewricht (een pulvinus) dat aan de voet van elk blad zit en door wisselende waterspanning de bladstand verandert. Het verschijnsel heet nyctinastie, en het heeft de hele familie de Engelse bijnaam prayer plants opgeleverd – bidplanten, naar de opgeheven bladeren die aan biddende handen doen denken. Als je scherp luistert, hoor je de bladeren bij die nachtelijke verschuiving soms zelfs zachtjes ritselen.

1.3 Stamboom en verwante kamerplanten
De ctenanthe hoort thuis in de pijlwortelfamilie (Marantaceae), die zelf deel uitmaakt van de orde Zingiberales. Binnen die familie heeft de plant diverse naaste verwanten: de pauwenplant (Calathea), de daarvan afgesplitste Goeppertia (waaronder de eeuwige vlam, Goeppertia crocata), de gebedsplant (Maranta) en Stromanthe. Stuk voor stuk planten met fraai getekend blad en hetzelfde nachtelijke vouwgedrag, en in de winkel dan ook geregeld door elkaar gehaald. Zeker is in elk geval dat ze allemaal tot de Marantaceae horen, ook al is de indeling daarbinnen de afgelopen jaren flink op de schop gegaan.
Wat verder weg in dezelfde orde Zingiberales staan nog twee bekende kamerplanten: de bananenplant (Musa) en de paradijsvogelplant (Strelitzia).
1.4 Soorten
In de handel kom je maar een handvol soorten tegen. Tamelijk problematisch is dat er allerlei verschillende namen circuleren, die vaak ook nog door elkaar heen lopen. Regelmatig worden ctenanthes zelf als calathea of stromanthe aangeprezen. Termen als ‘never never plant’, ‘bamburanta’ en ‘fishbone prayer plant’ duiken bij meerdere soorten op. We zetten de meest aangeboden soorten hieronder op een rij; de verzorging verschilt gelukkig nauwelijks per soort (zie het kopje Verzorging verderop in dit artikel).
1.4.1 Ctenanthe burle-marxii

Dit is wellicht de bekendste soort, vaak verkocht als ‘fishbone prayer plant’ vanwege het visgraatpatroon op het blad: op een lichtgroene ondergrond staan korte donkergroene streepjes schuin tegenover elkaar, als de graten van een vis langs de middennerf. De plant blijft tamelijk laag en breidt zich uit als bodembedekker. Een veelgekweekte kweekvorm is ‘Amagris’, met zilvergrijs blad waarop de groene nervatuur tot dunne lijntjes is teruggebracht (zie de afbeelding helemaal bovenaan dit artikel).
1.4.2 Ctenanthe oppenheimiana

Een forse soort die in goede omstandigheden meer dan een meter hoog en breed kan worden, met lange, smalle bladeren tot zo’n veertig centimeter. Op de zijnerven staan donkergroene banden die naar de bladrand toe samenvloeien; daartussen liggen crèmekleurige vlakken, terwijl de onderzijde roodachtig is. Een veelgehoorde alternatieve naam is ‘never never plant’. Zie de afbeelding bij het kopje Inleiding hierboven voor een exemplaar dat in het wild groeit.
Verreweg de bekendste vorm van Ctenanthe oppenheimiana is de cultivar ‘Tricolor’, met opvallende roomwitte tot roze velden door het blad. Die kweekvorm lijkt verwarrend veel op Stromanthe sanguinea ‘Triostar’, een plant uit een verwant geslacht, en in de handel worden de twee dan ook met enige regelmaat verwisseld.
1.4.3 Ctenanthe lubbersiana

Deze soort wijkt af van de meeste andere doordat het patroon uit onregelmatige gele tot lichtgroene spatten en vlekken bestaat, op een verder groene ondergrond. Het geheel oogt wat losser, bijna gemarmerd. C. lubbersiana wordt ook wel ‘Golden Mosaic’ genoemd en kan, mits hij de ruimte krijgt, tot een meter of twee uitgroeien met bladeren tot ongeveer dertig centimeter lang. Het is een dankbare, vergevingsgezinde plant die ook een wat donkerder hoekje verdraagt.
1.4.4 Ctenanthe setosa

C. setosa lijkt sterk op C. oppenheimiana, met als verschil dat de bladeren wat smaller zijn. De soortnaam setosa betekent ‘borstelig’, naar de fijne beharing van bladstelen en de onderzijde van de bladeren. Bekender dan de soort zelf is de cultivar ‘Grey Star’ (ook verkocht als ‘Silver Star’): zilvergrijs blad met zeer smalle nerven en een roodpaarse onderkant. In uiterlijk zit die kweekvorm dicht tegen C. burle-marxii ‘Amagris’ aan, al zijn de bladeren van ‘Grey Star’ iets langwerpiger.
1.4.5 Ctenanthe amabilis

Een wat compacter blijvende soort met zachtgroen blad waarop afwisselend brede en smalle donkergroene banden staan – ingetogener en bijna grijsgroen, waar de verwanten juist feller getekend zijn. De soortnaam amabilis betekent ‘beminnelijk’ of ‘lieflijk’, wat aardig past bij het ingetogen uiterlijk. In de handel en in verouderde bronnen duikt nog weleens de naam Stromanthe amabilis op.
2. Verzorging Ctenanthe (gebedsplant)

Ctenanthes staan bekend als wat gemakkelijker in de verzorging dan calathea’s, maar dat is betrekkelijk: het blijven tropische bladplanten, die het best groeien in omstandigheden die binnenshuis lastig na te bootsen zijn. Voor de huiskamertuinier zijn warmte, voldoende luchtvochtigheid en gelijkmatig vocht de belangrijkste aandachtspunten. Dat en meer bespreken we hieronder.
2.1 Water geven
Het uitgangspunt is eenvoudig: de grond moet gelijkmatig vochtig blijven, maar nooit drassig. Te veel water leidt al snel tot wortelrot, te weinig leidt tot opkrullende bladeren en bruine punten. Krullende of bruin wordende bladranden wijzen trouwens ook vaak op te droge lucht – daarover meer bij het kopje Standplaats hieronder. Je bereikt het beste resultaat door regelmatig kleine beetjes te geven. In de zomer betekent dat doorgaans meerdere keren per week bewateren, in de winter aanzienlijk minder.
Ctenanthes zijn gevoelig voor kalk. Geef bij voorkeur handwarm, kalkarm water, en het allerliefst regenwater. Als je niet aan kalkarm of regenwater kunt komen, is dat overigens niet direct een probleem. Het is wel zaak om regelmatig te verpotten – pakweg iedere twee jaar – zodat de kalk zich niet te veel kan opbouwen in de potgrond.
2.2 Temperatuureisen
Dit zijn warmteminnende planten. Vooral de minimumtemperatuur is belangrijk; aan de maxima stellen ze geen bijzondere eisen. Een gewone kamertemperatuur van 18 à 25 graden bevalt ze prima. De temperatuur mag echter het liefst niet onder de 15 graden zakken, en langere tijd onder de 12 graden is beslist te vermijden. Bij koude krijgen de bladeren al gauw slappe, glazige plekken. Vermijd verder plotselinge temperatuurwisselingen en koude tocht, want ook daar reageren deze kamerplanten slecht op.
2.3 Standplaats
Zet je ctenanthe in halfschaduw of op een lichte plek zonder directe zon. Volle zon is uit den boze: die kan het blad doen verschroeien en de fraaie tekening verbleken. Een plek een paar meter van een raam, of pal voor een raam op het noorden, is doorgaans ideaal. Soorten met veel wit of grijs in het blad mogen iets meer licht hebben dan de overwegend groene.
Minstens zo belangrijk is een hoge luchtvochtigheid. Een plaats naast of boven de radiator is beslist af te raden; de droge, warme lucht daar bezorgt de plant in korte tijd bruine bladranden. Als je het serieus wilt aanpakken, zet je de plant op een schaal met natte kiezels of in een vensterbankkasje, waar de vochtige lucht beter blijft hangen.
2.4 Voeding
Geef alleen voeding wanneer de plant in de groei is, dus in het voorjaar en de zomer. Een gewone vloeibare voeding voor bladplanten voldoet, het beste in een wat lagere dosering dan de verpakking voorschrijft. Ctenanthes zijn namelijk gevoelig voor opgehoopte zouten in de grond, en een teveel daarvan uit zich, je raadde het wellicht al, in bruine bladpunten. In de herfst en winter laat je het bijvoeden helemaal achterwege.
2.5 Verpotten

Verpot alleen wanneer de pot echt te krap wordt, doorgaans eens in de twee à drie jaar. Doe dat bij voorkeur in het voorjaar. Let op dat je alleen een echt grotere pot kiest als je ook een grotere plant wilt; vroeg of laat zal deze bodembedekker namelijk iedere pot vullen. Qua potgrond geldt dat een goed doorlatend, vrij voedselrijk en licht zuur potmengsel het beste werkt; standaard kamerplantengrond, eventueel vermengd met wat perliet of grof zand, volstaat voor de meeste ctenanthes. Speciale anthuriumpotgrond mag ook.
Is de plant lelijk uitgegroeid of simpelweg te groot geworden, dan is het verpotten meteen een mooi moment om hem te verjongen. Dat doe je door de pol te delen. Dat is bovendien de manier om je ctenanthe te vermeerderen; zie daarvoor het kopje Vermeerderen hieronder.
2.6 Snoeien

Eigenlijk valt er aan een ctenanthe weinig te snoeien. Verwelkte of beschadigde bladeren knip je gewoon zo dicht mogelijk bij de voet weg, wat de sierwaarde en de gezondheid ten goede komt. Te grote planten maak je niet kleiner met de schaar, maar door de pol te delen (zie het kopje Vermeerderen hieronder).
2.7 Vermeerderen
Ctenanthes vermeerder je verreweg het gemakkelijkst door scheuren, oftewel het delen van de pol. Haal de plant bij het verpotten uit de pot, schud voorzichtig wat grond van de wortels en trek of snijd de kluit in stukken, zodat elk deel een flink stuk wortelstok en een aantal bladeren heeft. Als je geen schop of schep voorhanden hebt, werkt een (niet al te sjiek) broodmes ook uitstekend. Pot de delen apart op en houd ze de eerste weken extra warm en vochtig, bijvoorbeeld onder wat huishoudfolie of een doorzichtig plastic zakje, tot er nieuwe groei verschijnt.
Het voorjaar en de vroege zomer zijn daarvoor het beste moment. Stekken van losse bladeren of stengels werkt bij deze planten niet. Zaaien kan in theorie, maar zaadjes van ctenanthes zijn vrijwel niet beschikbaar; dat is voor de huiskamertuinier dus niet realistisch.
2.8 Bloeiwijze

Ctenanthes kunnen bloeien, maar ten opzichte van de spectaculaire en veel grotere bladeren valt de bloeiwijze al snel weg – zie de afbeelding hierboven. De bloemen zijn klein, buisvormig en (bij de meeste soorten) wit tot crèmekleurig, en staan in kamvormige aren, die het geslacht zijn naam hebben bezorgd (zie ook het kopje Inleiding eerder in dit artikel). In de huiskamer laten ze zich betrekkelijk zelden zien. Na de bloei kunnen zich kleine rode besjes vormen, maar die zijn al helemaal zeldzaam in de huiskamer, om niet te zeggen non-existent.
2.9 Ziektes en plagen
De belangrijkste kwaal hebben we al genoemd: wortelrot door te veel water. Daarnaast hebben ctenanthes, net als hun verwanten, soms last van insecten en andere plaagdieren. Meestal is een minder ideale standplaats de onderliggende oorzaak, en die laat zich in de huiskamer nu eenmaal niet altijd verhelpen. Zolang je de plant regelmatig controleert, zijn beginnende plagen prima te bestrijden.
De meest voorkomende plagen zijn:
- Spint. Krijgt vooral kans bij te droge lucht en is dus deels te voorkomen met een hogere luchtvochtigheid.
- Wolluis en wortelwolluis. Vaak zonder eenduidige aanleiding.
- Schild- of dopluis. Ook deze duikt meestal zonder duidelijke aanleiding op; zelfs planten die een goede groei vertonen, kunnen er last van krijgen. Gelukkig komt dat betrekkelijk zelden voor.
Deze plagen bestrijd je het beste met een biologisch bestrijdingsmiddel, volgens de aanwijzingen op de verpakking.
2.10 Overige tips bij de verzorging
Een ctenanthe laat vrij duidelijk merken wanneer-ie het niet naar z’n zin heeft. Een kort overzicht van de meest voorkomende klachten en hun vermoedelijke oorzaak:
- Opkrullende bladeren en bruine punten: droogte en/of te lage luchtvochtigheid, soms ook te veel kalk in de aarde of te veel voeding.
- Gele bladeren: vaak een plaag, soms structureel te veel water.
- Slap hangende, omvallende bladeren: meestal wortelrot door te natte grond, soms koudeschade.
- Verbleekte bladtekening: te veel licht, vooral directe zon.
Een handige vuistregel: gietfouten verraden zich vaak het eerst bij de jongste, net ontvouwende bladeren. Worden die geel of slap, dan heb je waarschijnlijk te veel water gegeven. Door op zo’n eerste signaal te letten, voorkom je dikwijls dat het uitloopt op echte wortelrot. Juist geen reden tot zorg: een ouder blad verwelkt en wordt bruin. Dat hoort gewoon bij de natuurlijke groeicyclus. Zo’n blad kun je zonder pardon wegsnoeien.
3. Ctenanthe (gebedsplant) kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

Ctenanthes zijn bij de meeste tuincentra en plantenwinkels te krijgen, al staan ze er vaak met een onjuist etiket. Laat je daardoor niet van de wijs brengen: of er nu calathea, stromanthe of ‘never never plant’ op het kaartje staat, de verzorging blijft in grote lijnen hetzelfde. Kies bij voorkeur een exemplaar met gaaf, stevig blad zonder bruine punten of opgekrulde bladranden, en koop geen plant die buiten of in de tocht heeft gestaan bij temperaturen onder de 10 à 12 graden.
Laatste opmerking: ctenanthes zijn voor zover ons bekend geen giftige kamerplanten. Heb je huisgenoten zoals jonge kinderen of huisdieren die nog weleens wat willen knabbelen, dan is een ctenanthe dus een prima keuze als je overweegt een nieuwe kamerplant te kopen. Al is het altijd beter om hem dan wel een beetje buiten bereik te zetten; zo blijft je aanwinst immers het fraaiste.
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.
