• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Ziektes en plagen » Dopluis en schildluis: herkennen, voorkomen en bestrijden

    Dopluis en schildluis: herkennen, voorkomen en bestrijden

    Schildluis op Ficus elastica (rubberboom)
    Schildluis op Ficus elastica (rubberboom)

    Dopluis en schildluis zijn twee plagen die op het eerste gezicht sterk op elkaar lijken: kleine, vastgekleefde plaatjes op stengels, bladnerven en bladonderzijden van kamerplanten. Ze zien eruit alsof de plant wat korstjes heeft gemaakt. Onschuldig, zou je wellicht denken – tot blijkt dat die korstjes leven en plantensap drinken. Het verschil tussen dopluis en schildluis is niet van doorslaggevend belang, maar het helpt wel bij de herkenning, vooral wanneer je wel of juist geen kleverige honingdauw ziet.

    In dit artikel kijken we naar wat dopluis en schildluis precies zijn, hoe je ze in een vroeg stadium herkent, waarom ze zo hardnekkig zijn en hoe je ze gericht aanpakt. Voor de algemene principes rond plantproblemen verwijzen we naar ons hoofdartikel over ziektes en plagen bij kamerplanten; veel daarvan – snel handelen, isoleren, geduld hebben – geldt onverkort ook hier.

    1. Wat zijn dopluis en schildluis?
    2. Vroege symptomen herkennen
    3. Waarom zijn ze zo hardnekkig?
    4. Het biologische verschil tussen dopluis en schildluis
    5. Welke kamerplanten lopen meer risico?
    6. Hoe komen ze in huis?
    7. Dopluis en schildluis voorkomen
    8. Bestrijden, stap voor stap
      • 8.1Isoleren en inspecteren
      • 8.2Mechanisch verwijderen
      • 8.3Lokaal aanpakken met alcohol
      • 8.4De hele plant behandelen
      • 8.5Biologische bestrijding
      • 8.6Herhalen, met geduld
    9. Wanneer is een plant niet meer te redden?
    10. Terugkeer voorkomen
    11. Reacties

    1. Wat zijn dopluis en schildluis?

    Dopluizen en schildluizen zijn kleine zuigende insecten binnen de orde Hemiptera, de snavelinsecten. In moderne indelingen worden de schildluizen in brede zin vaak onder de infraorde Coccomorpha geplaatst. Belangrijker dan die naam is dat dopluis, gepantserde schildluis en wolluis verwante groepen zijn.

    Ze prikken met hun monddelen in de plant en zuigen sap. Wat ze onderscheidt van bijvoorbeeld bladluis of trips is hun beschermende bedekking. Volwassen vrouwtjes zitten meestal vrijwel onbeweeglijk op stengel, bladnerf of bladonderzijde. Over zich heen hebben ze een wasachtige dop of een losser schild, waardoor ze meer op een stukje schors lijken dan op een insect.

    Volwassen exemplaren zijn meestal ongeveer één tot enkele millimeters groot. De kleur loopt uiteen van licht beige en geelbruin tot donkerbruin of bijna zwart. Als je een verdacht plaatje voorzichtig loswipt met een nagel, tandenstoker of pincet, zie je vaak een zacht, lichtgekleurd lichaam eronder of een vochtig vlekje op de plant.

    Bij kamerplanten kom je onder meer bruine dopluis (Coccus hesperidum), halve-boldopluis of hemisferische dopluis (Saissetia coffeae) en oleanderschildluis (Aspidiotus nerii) tegen. Voor de eerste bestrijding hoef je de precieze soort over het algemeen niet te identificeren. Het onderscheid tussen dopluis en gepantserde schildluis is wel nuttig; dat bespreken we verderop bij Het biologische verschil tussen dopluis en schildluis.

    2. Vroege symptomen herkennen

    Dopluis en schildluis ontwikkelen zich meestal langzamer dan bladluis of spint. Dat is prettig, want de plant stort niet meteen in. Het is ook verraderlijk, want een kleine kolonie kan weken of maanden ongemerkt blijven zitten. Let vooral op deze signalen:

    • Kleine ronde of ovale plaatjes op stengels, bladnerven, bladonderzijden of bladstelen.
    • Een kleverig laagje op bladeren, vensterbank of vloer onder de plant. Dit is honingdauw. Het wijst vooral op dopluis of andere zachte schildluizen, niet op gepantserde schildluis.
    • Zwarte aanslag op blad of stengel. Dat is roetdauw: een schimmel die groeit op honingdauw. De schimmel leeft niet van de plant zelf, maar kan het blad wel ontsieren en licht wegnemen.
    • Mieren op of rond de plant. Buiten en in serres komen ze op honingdauw af en kunnen ze luizen zelfs beschermen. In een gewone woonkamer is dit minder vaak het eerste signaal, maar het kan.
    • Geleidelijke groeivertraging, vergeling van bladeren, plaatselijke verkleuringen of bladval bij zware aantasting.

    Een eenvoudige test: probeer een verdacht plaatje voorzichtig los te schrapen. Een beschadiging in het blad blijft zitten. Een dopluis of schildluis komt los, soms met een licht plekje eronder.

    3. Waarom zijn ze zo hardnekkig?

    Dopluis en schildluis zijn geen snel uit de hand lopende plaag, maar wel een vasthoudende. Hun hardnekkigheid komt door een paar eigenschappen die elkaar goed aanvullen; handig voor de luis en lastig voor jou:

    • De beschermende bedekking houdt veel contactmiddelen tegen. Een sproeibeurt die een bladluis direct raakt, bereikt bij schildluis lang niet altijd het lichaam onder de dop of het schild.
    • Volwassen vrouwtjes bewegen nauwelijks. Daardoor blijven ze lang op precies dezelfde verborgen plek zitten: in bladoksels, langs nerven, op houtige stengels, onder oude bladscheden en dergelijke.
    • De jonge stadia zijn klein en mobiel. Pas uitgekomen jonge luizen, vaak ‘crawlers’ genoemd, kruipen rond tot ze een geschikte plek vinden. Juist dit stadium is het kwetsbaarst, maar ook gemakkelijk te missen.
    • Er kunnen meerdere levensstadia tegelijk op dezelfde plant aanwezig zijn. Een behandeling die volwassen luizen raakt, mist dan jonge stadia of eieren onder de bedekking.

    De consequentie voor de huiskamertuinier is simpel: één keer spuiten is bij deze plaag meestal te weinig. Mechanisch verwijderen, gericht behandelen en herhalen werken samen veel beter. Zie ook Bestrijden, stap voor stap verderop in dit artikel.

    4. Het biologische verschil tussen dopluis en schildluis

    In het dagelijks taalgebruik worden dopluis en schildluis nogal eens door elkaar gehaald. Dat is begrijpelijk, want allebei zien ze eruit als kleine schubjes op een plant. Toch gaat het om verschillende families binnen dezelfde brede groep:

    • Dopluizen of zachte schildluizen horen bij de familie Coccidae. Hun bedekking is onderdeel van het lichaam en laat zich niet als los dakje optillen. Ze zuigen vooral aan suikerrijk plantsap en produceren vaak ruime hoeveelheden honingdauw.
    • Gepantserde schildluizen horen bij de familie Diaspididae. Hun schild is een losse beschermkap van was en vervellingsresten. Het diertje zit eronder, maar is er niet mee vergroeid. Gepantserde schildluizen produceren meestal geen honingdauw.
    • Wolluizen horen weer bij een andere verwante familie, Pseudococcidae. Ze hebben geen hard plaatje, maar een witte, wasachtige bedekking. Over wolluizen hebben we een apart artikel.

    Voor herkenning is honingdauw dus een handig onderscheid. Is de plant kleverig, dan kijk je waarschijnlijk naar dopluis, wolluis, bladluis of een andere honingdauwproducent. Zie je harde of platte plaatjes zonder kleverigheid, dan is gepantserde schildluis waarschijnlijker. Voor de aanpak blijft de basis vergelijkbaar: weghalen wat je ziet, kwetsbare jonge stadia raken en de behandeling herhalen.

    Een klein zijpaadje: binnen de brede groep schildluizen vallen ook insecten waar mensen al eeuwen iets mee doen. Uit de lakschildluis Kerria lacca komt de hars die tot schellak wordt verwerkt, en uit Dactylopius coccus komt karmijnrode kleurstof. Er bestaan dus mensen die dit soort luizen kweken.

    5. Welke kamerplanten lopen meer risico?

    Dopluis en schildluis kunnen op veel kamerplanten voorkomen. Toch zijn er groepen waar je ze relatief vaak ziet, vooral omdat ze stevige stengels, nerven, bladoksels of schuilplekken hebben:

    • Planten met houtige stengels en stevig blad, zoals ficussen, citrusplanten, oleanders en olijfboompjes. Houtige stengels bieden veel kleine spleten waar luizen rustig kunnen zitten.
    • Palmen, vooral soorten met veel smalle bladslippen en stevige bladnerven. Een kleine schildluis kan daar lang verscholen blijven.
    • Anthuriums, monstera’s en philodendrons, vooral langs bladstelen, hoofdnerven en luchtwortels.
    • Klimop (Hedera helix) en andere planten met veel knopen, stengels en verborgen hoekjes.
    • Orchideeën, vooral op bladbasis, bloemstelen en luchtwortels.
    • Cactussen en succulenten, waar luizen zich kunnen vastzetten in ribben, oksels en bij de stengelbasis.

    Planten met heel dun, zacht blad, zoals sommige calathea’s en alocasia’s, krijgen vaker last van spint of trips dan van schildluis. Onmogelijk is het niet, maar het is niet de eerste verdachte.

    6. Hoe komen ze in huis?

    Schildluis mannelijk en vrouwelijk
    De – veel minder algemene – mannetjes kunnen vliegen; de vrouwtjes vormen het kenmerkende schild.

    Dopluis en schildluis komen meestal niet spontaan uit de lucht vallen, al kunnen jonge stadia zich buiten wel door wind of contact verspreiden. In huis liften ze meestal mee, langs een paar vaste routes:

    • Nieuwe planten zijn de belangrijkste route. Een paar jonge schildluizen op een bladsteel vallen bij aankoop niet snel op.
    • Stekken of plantmateriaal van anderen kunnen een besmetting meenemen, zeker wanneer de moederplant groot en wat onoverzichtelijk is.
    • Planten die in de zomer buiten hebben gestaan, kunnen in het najaar luizen mee naar binnen nemen. Dit zie je vooral bij citrus, olijf, oleander en andere planten die graag buiten logeren.
    • In serres, kassen en dicht op elkaar staande plantenverzamelingen verspreiden crawlers zich gemakkelijker van plant naar plant.

    Omdat de plaag zich langzaam opbouwt, lijkt het soms alsof de besmetting uit het niets komt. In werkelijkheid heeft de plaag zich vaak al weken of maanden in stilte opgebouwd.

    7. Dopluis en schildluis voorkomen

    Voorkomen is bij dopluis en schildluis vooral een kwestie van kijken: regelmatig de plekken controleren waar deze plaag graag begint. Een paar gewoontes helpen daarbij:

    • Zet nieuwe planten twee tot drie weken apart en controleer stengels, bladonderzijden, bladstelen en de overgang tussen blad en stengel.
    • Bekijk planten die buiten hebben gestaan extra grondig voordat ze weer naar binnen gaan.
    • Neem stof regelmatig van bladeren. Je ziet nieuwe plaatjes eerder en verwijdert soms meteen beginnende stadia.
    • Controleer houtige stengels en bladoksels even als je water geeft. Juist daar begint een kolonie vaak.
    • Houd planten met honingdauw niet alleen schoon, maar zoek ook naar de oorzaak; plakkerige bladeren wijzen bijna altijd op een zuigend insect.

    8. Bestrijden, stap voor stap

    Bij dopluis en schildluis werkt een gecombineerde aanpak het best. Je verwijdert eerst zoveel mogelijk zichtbare luizen, behandelt daarna de plant om overblijvers en jonge stadia te raken, en herhaalt dat een paar keer. Dat klinkt weliswaar wat omslachtig, maar het is wel het meest effectief.

    8.1 Isoleren en inspecteren

    Zet de plant apart van andere kamerplanten. Bekijk hem daarna grondig: bladonderzijden, hoofdnerven, bladstelen, stengelvoeten, luchtwortels, bloemstelen en de potrand. Loop ook de planten in de directe omgeving na. Als je één volwassen luis ziet, is de kans redelijk groot dat er elders nog een aantal zit.

    8.2 Mechanisch verwijderen

    Schraap zichtbare dopluizen en schildluizen voorzichtig weg met een nagel, houten satéprikker, tandenstoker, pincet of iets dergelijks. Bij leerachtig blad kun je ook een vochtige doek gebruiken. Werk rustig, zodat je het blad niet onnodig beschadigt.

    Gooi verwijderde luizen weg in keukenpapier of een afgesloten zakje – of pak even de stofzuiger, als je ze gewoon op de grond hebt laten vallen. Mik ze liever niet terug in de pot. Sommige exemplaren zijn al dood, maar onder bedekkingen kunnen ook eieren of jonge stadia zitten.

    8.3 Lokaal aanpakken met alcohol

    Bij kleine aantastingen kan een wattenstaafje met isopropylalcohol of spiritus helpen om afzonderlijke luizen lokaal aan te stippen. Dep alleen de plek zelf en test bij gevoelige planten eerst op een onopvallend blad. Vooral planten met dun, behaard of mat blad kunnen slecht reageren op alcohol.

    8.4 De hele plant behandelen

    Na het schrapen behandel je de plant als geheel, vooral om jonge crawlers en luizen op verborgen plekken te raken. Gebruik een middel dat geschikt is voor kamerplanten en volg altijd het etiket. In de praktijk gaat het meestal om insectenzeep, een oliehoudend middel of een biologisch middel op basis van plantaardige olie. Let bij het aanbrengen op het volgende:

    • Maak bladonderzijden, stengels, bladoksels en nerven goed nat. Daar zitten de luizen het vaakst.
    • Oliehoudende middelen kunnen helpen doordat ze vooral jonge stadia en niet goed afgeschermde luizen verstikken. Volwassen gepantserde schildluizen onder een stevig schild blijven lastiger te raken.
    • Insectenzeep werkt alleen goed bij direct contact en moet grondig worden aangebracht. Herhaling is belangrijker dan hoeveelheid.
    • Gebruik chemische middelen alleen als ze voor kamerplanten binnenshuis zijn toegelaten en volg de veiligheidsinstructies.

    8.5 Biologische bestrijding

    Er bestaan biologische bestrijders tegen dopluis en schildluis, maar voor een enkele kamerplant zijn ze vaak minder praktisch dan bij bijvoorbeeld rouwvliegjes of trips. Bij grotere collecties kunnen ze wel zinvol zijn, zeker op warme plekken.

    Gespecialiseerde leveranciers kiezen de bestrijder op basis van de schildluissoort en de omstandigheden. Voorbeelden zijn sluipwespen uit geslachten als Aphytis, Metaphycus en Coccophagus, en roofkevers uit het geslacht Chilocorus. De soort moet bij de plaag en de omstandigheden passen.

    8.6 Herhalen, met geduld

    Eén ronde van behandelen is bij dopluis en schildluis meestal niet genoeg. Herhaal inspectie, mechanisch verwijderen en behandeling minimaal twee tot drie keer, met tussenpozen van ongeveer zeven tot tien dagen. Bij een zware besmetting kan een langere periode nodig zijn.

    Let vooral op nieuwe kleine exemplaren. Die jonge stadia zijn kwetsbaarder dan de volwassen dieren onder hun schild. Als je juist dan consequent behandelt, haal je de vaart uit de populatie.

    9. Wanneer is een plant niet meer te redden?

    Dopluis en schildluis doden een gezonde kamerplant meestal niet, en zeker niet snel. Toch zijn er situaties waarin je er mogelijk verstandig aan doet om de strijd te staken en de plant weg te doen:

    • De plant is ernstig verzwakt, kaal of grotendeels misvormd en maakt nauwelijks nog gezonde nieuwe groei.
    • De besmetting blijft ondanks meerdere zorgvuldige behandelrondes terugkomen of breidt uit naar andere planten.
    • De plant heeft naast schildluis ook andere zware problemen, zoals rot, langdurige uitdroging of een sterk aangetaste wortelkluit.
    • De plant fungeert als reservoir voor een waardevolle verzameling eromheen; soms is er één plant die telkens maar grote hoeveelheden luis ontwikkelt, en dan kan het beter zijn die plant weg te halen.

    Bij sommige planten kun je nog een schone stek nemen van een gezond deel. Spoel die goed af, zet hem in verse potgrond of water en houd hem op afstand van de oude plant.

    10. Terugkeer voorkomen

    Dopluis op tak
    Anders dan veel andere plaaginsecten komen dop- en schildluis typisch niet voor op de jongste, sappige delen van de plant, maar op oudere bladeren en vaak zelfs op takken. Afbeelding Mick Talbot/Flickr

    Dopluis en schildluis hebben de hinderlijke gewoonte om na een paar rustige weken alsnog terug te keren. Meestal komt dat door één overgeslagen oksel, een verborgen stukje stengel of een naburige plant die nooit was meegenomen in de controle. Zo houd je de terugkeer tegen:

    • Blijf na de laatste zichtbare luis nog minstens vier tot zes weken wekelijks controleren.
    • Inspecteer ook planten die dicht bij de besmette plant stonden.
    • Verwijder elk nieuw plaatje meteen. Eén dopluis is geen drama, maar wel een signaal om even op te letten.
    • Maak kleverige bladeren schoon, zodat je nieuwe honingdauw sneller ziet; de douche of tuinslang is hiervoor reuze geschikt, zeker met net lauwwarm en niet ijskoud water (dat vindt je plant ook leuker).
    • Gebruik bij verpotten een schone pot of reinig de oude pot grondig.

    Dopluis en schildluis zijn taai, maar zelden onverslaanbaar. Met vroege herkenning, rustig schrapen, gerichte behandeling en een paar herhalingen krijg je de meeste besmettingen goed onder controle. En zodra de plant niet meer voortdurend wordt leeggezogen, volgt de goede groei vaak weer verrassend snel.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    20 dagen geleden by Stijn

    Hoi Claar, Bij een gezond exemplaar: ja, dat gaat eigenlijk altijd goed. Zorg wel dat je het doet op een moment dat de plant goed…


    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    20 dagen geleden by Claar

    Is het echt zo dat je heel diep terug kunt snoeien? Ik heb er een staan die al een aantal jaar oud is maar het…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    1 maand geleden by Kristel

    Beste Louise ik heb voorlopig geen zaadjes van de gele . ik heb jonge platen staan maar weet niet meer of het gele of rode…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Louise

    Hallo Kristel , als je zaden van de gele hebt zou ik die kunnen overnemen van je . Ik ben er al heel lang naar…


    Papyrusplant: kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Stijn

    Hoi Eddy, Zeker doen! Dat kan voor de plant absoluut geen kwaad, en het ziet er veel beter uit.


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Over ons • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz