• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Kamerplanten » Castanospermum: kopen en verzorging

    Castanospermum: kopen en verzorging

    Castanospermum kiemplant

    De castanospermum is een ongewone kamerplant: je koopt hem vrijwel altijd in de vorm van een grote, glanzende boon die half boven de potgrond uitsteekt, met daaruit een steeltje vol fris groen blad. Die boon is geen sierstuk of toevallige wortelknobbel, maar gewoon het zaad waaruit de plant is ontsproten – en meteen de reden waarom hij in de handel ook wel ‘lucky bean’ heet, oftewel geluksboon. Het is dus een kiemplantje, maar wel één dat in het Australische oerwoud veertig meter hoog kan worden. Hoe zorg je bij castanospermum voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:

    1. Inleiding: wat is de castanospermum voor plant?
      • 1.Inleiding: wat is de castanospermum voor plant?
      • 1.1Habitat en herkomst
      • 1.2Groeiwijze
      • 1.3Stamboom en verwante kamerplanten
      • 1.4Soorten
    2. Verzorging castanospermum
      • 2.Verzorging castanospermum
      • 2.1Water geven
      • 2.2Temperatuureisen
      • 2.3Standplaats
      • 2.4Voeding
      • 2.5Verpotten
      • 2.6Snoeien
      • 2.7Vermeerderen
        • 2.7.1Stekken
        • 2.7.2Zaaien
      • 2.8Bloeiwijze
      • 2.9Ziektes en plagen
      • 2.10Overige tips bij de verzorging
    3. Castanospermum kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
    4. Reacties
    • Water
    • Temperatuur
    • Licht
    • Voeding
    • Verpotten
    • Snoeien
    • Stekken
    • Zaaien
    • Bloei
    • Problemen
    • Reacties

    1. Inleiding: wat is de castanospermum voor plant?

    Net zoals veel kamerplanten is de castanospermum van oorsprong geen Nederlandse plant; buiten de verwarmde huiskamer zou hij hier geen winter doorkomen. Maar waar komt die boon-met-blad dan wel vandaan, hoe groeit hij in het wild, met welke andere kamerplanten is hij eigenlijk verwant, en welke soorten en cultivars liggen er in de winkel? Dat bespreken we hieronder.

    1.1 Habitat en herkomst

    Stamvoet castanospermum
    De stamvoet van een castanospermum (en een grote liaan die lokaal bekendstaat als ‘Wonga wonga’) in Queensland, Australië.

    In het wild is de castanospermum (Castanospermum australe) een forse, groenblijvende boom die langs de oostkust van Australië voorkomt, ruwweg van het noordoosten van Nieuw-Zuid-Wales tot het schiereiland Kaap York in Queensland. Daarnaast komt hij van nature op Vanuatu voor. Op andere eilanden en in tropische streken is hij vooral aangeplant of verwilderd. Het is bij uitstek een boom van vochtig regenwoud en van oevers: je vindt hem vaak langs beken en rivieren, waar zijn zware zaden simpelweg met het water mee kunnen drijven naar een nieuwe kiemplek.

    Het kunnen uiteindelijk zeer grote bomen worden: tot een meter of veertig hoog, al blijven veel exemplaren in de praktijk een stuk kleiner. Van die imposante maten merk je als huiskamertuinier overigens nog niet veel, want hij komt de meeste huiskamers binnen als kiemplant – zie ook het kopje Groeiwijze hieronder.

    Aan de herkomst zit nog een opvallend verhaal vast. De zaden zijn veel te zwaar om door de wind te worden verspreid en te groot om door dieren te worden meegenomen (ze zijn pakweg het formaat van een buitenmodel paardenkastanje, of van een kleine golfbal). Maar toch staat de boom verspreid over een enorm gebied. Genetisch onderzoek heeft uitgewezen dat de Aboriginalbevolking de zaden over grote afstanden heeft meegedragen en bewust uitgezaaid, als waardevolle voedselbron. Dat maakt de castanospermum tot een van de zeldzame gevallen waarin we de hand van de mens in de verspreiding van een niet-gecultiveerde boomsoort hebben kunnen aantonen.

    Hoe het trouwens zit met de eetbaarheid van die zaden, is nog wel een aardig verhaal. Rauw zijn ze flink giftig, maar voor de Aboriginalbevolking van Oost-Australië is het al minstens tweeduizend jaar een belangrijk onderdeel van hun dieet. Het is wel een bewerkelijk recept: roosteren, in stukjes snijden, dagenlang spoelen in stromend water en ten slotte tot meel stampen. Overigens wordt het gif uit rauwe zaden nu onderzocht op geneeskundige eigenschappen. Het gaat dan specifiek om het stofje castanospermine, een alkaloïde (plantengif) dat enzymen remt en in laboratoriumonderzoek opmerkelijke antivirale eigenschappen liet zien, onder meer tegen hiv.

    1.2 Groeiwijze

    De volwassen boom heeft een korte, rechte stam met een vrij compacte kroon en draagt geveerde bladeren met doorgaans zeven tot zeventien glanzende, langwerpige deelblaadjes. Aardig detail als je ze ooit in de hand houdt: gekneusd blad ruikt, althans volgens sommigen, naar vers gemaaid gras, en als je in de bast snijdt, komt er een geur vrij die nog het meest aan komkommer doet denken. De bloemen verschijnen niet zoals gebruikelijk in de kroon, maar rechtstreeks op de stam en de oudere takken – een verschijnsel dat cauliflorie heet. Daarna volgen de grote, houtige peulen van twaalf tot twintig centimeter, die elk een handvol forse, kastanjeachtige zaden bevatten en bij rijpheid met enige kracht openspringen. De cauliflorie laat zich zo trouwens ook direct verklaren: als de zeer zware peulen aan het einde van takken zouden verschijnen, is de kans aanmerkelijk groter dat de tak onder het gewicht knapt. Als de peulen alleen verschijnen aan dikke, oude takken en op de stam, is dat risico er niet.

    In de huiskamer zie je van dat alles weinig terug. Wat wij als kamerplant kopen is namelijk een kiemplant: een enkele scheut die rechtstreeks uit de boon groeit. De groeisnelheid is doorgaans bescheiden. Je houdt hem dan ook niet voor de bloei of voor het formaat, maar voor de combinatie van dat glanzende, geveerde blad en die rare, half boven de grond liggende boon eronder.

    1.3 Stamboom en verwante kamerplanten

    Botanisch hoort de castanospermum thuis in de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae), de uitgestrekte familie van erwten, bonen, klaver en acacia’s. Dat verklaart een hoop: de vlindervormige bloemen, de peulvruchten en die voedzame, eiwit- en zetmeelrijke zaden zijn allemaal typische familietrekken. Het geslacht Castanospermum is monotypisch – het bevat maar één soort, Castanospermum australe – zodat we geen nauwere verwanten kunnen aanwijzen dan op familieniveau.

    De laagste rang die castanospermums met zekerheid met andere kamerplanten delen is dus de familie Fabaceae. De bekendste familiegenoot op vensterbankniveau is het kruidje-roer-me-niet (Mimosa pudica), het plantje dat zijn blaadjes bij aanraking dichtklapt. Verder is de familie in de huiskamer eigenlijk amper vertegenwoordigd.

    1.4 Soorten

    Het assortiment is snel besproken. Omdat het geslacht maar één soort telt, is er botanisch gezien niets te kiezen: elke castanospermum die je tegenkomt is Castanospermum australe. Anders dan bij bijvoorbeeld de calathea of de aglaonema, waar je bijkans keuzestress krijgt door de vele tientallen cultivars, zijn er hier nauwelijks kweekvormen. Wel wordt er af en toe een bontbladige vorm aangeboden als Castanospermum australe ‘Variegata’, maar het aanbod daarvan is zeer beperkt.

    De enige variatie die je in de winkel ziet, zit in de presentatie: soms ontspruit er één scheut uit de boon, soms twee of drie, en de ene boon is wat forser dan de andere. Naar het uiterlijk van die bonen verwijst de geslachtsnaam Castanospermum. Deze is samengesteld uit het Latijnse castanea (kastanje) en het Griekse sperma (zaad): ‘kastanjezaad’, naar de gelijkenis van de zaden met tamme kastanjes. Met de echte kastanjes die we hier in het bos hebben staan (Castanea, uit de napjesdragersfamilie) is de plant overigens in het geheel niet verwant; het is puur uiterlijke gelijkenis. De soortnaam australe betekent simpelweg ‘zuidelijk’, net als in de naam Australië.

    2. Verzorging castanospermum

    Zaadpeulen castanospermum
    De zaadpeulen van een castanospermum. Elk hiervan bevat meerdere zaden; het formaat is ongeveer hetzelfde als van een kleine courgette of een grote banaan. En laat je niet misleiden door het fluwelige uiterlijk: deze peulen zijn zwaar, stevig en verhout.

    De castanospermum is een dankbare en vrij gemakkelijke kamerplant, zolang je een drietal dingen in de gaten houdt: niet te nat, warm genoeg en voldoende licht. Dat is in feite het hele recept. Wil je het toch graag uitgebreid hebben, dan lopen we de aandachtspunten hieronder puntsgewijs langs.

    2.1 Water geven

    Water geven is het belangrijkste punt van zorg. De castanospermum wil vochtig staan, maar beslist niet nat. Laat de bovenste paar centimeter potgrond opdrogen voordat je opnieuw giet, en zorg er altijd voor dat overtollig water goed kan weglopen; een plant die langdurig met natte voeten staat, krijgt vroeg of laat last van wortelrot (zie ook het kopje Ziektes en plagen verderop in dit artikel). In de winter, als de groei zo goed als stilvalt, mag je de gietbeurten flink terugschroeven.

    Eén bijzonderheid verdient aandacht: laat de half-zichtbare boon zelf nooit in een laagje water staan en giet er niet recht overheen. Die boon is in wezen een grote voedselvoorraad, en als hij voortdurend nat blijft gaat hij rotten in plaats van de plant te voeden. Giet dus gericht in de potgrond eromheen.

    2.2 Temperatuureisen

    Als regenwoudplant wil de castanospermum het hele jaar door warm staan. Gewone huiskamertemperaturen van grofweg 18 tot 25 graden Celsius zijn prima; warmer mag ook. De plant is absoluut niet winterhard; laat hem in het koude seizoen niet onder een graad of twaalf zakken en bespaar hem koude tocht of een kille vensterbank.

    2.3 Standplaats

    Geef de castanospermum een lichte standplaats met vooral veel indirect licht. Wat ochtendzon of zachte avondzon verdraagt hij prima, maar de felle middagzon kan in de zomer achter glas lelijke verbrandingsplekken op het blad geven. Een plek bij een venster op het oosten of westen, of iets terug van het zuiden, voldoet meestal uitstekend. Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat de plant niet eenzijdig naar het licht toe gaat groeien.

    In de hoogzomer mag hij desgewenst een poosje naar buiten, naar een beschutte, halfbeschaduwde plek. Wen hem dan geleidelijk aan het buitenlicht om verbranding te voorkomen, en haal hem ruim op tijd weer binnen: zodra de nachten kil beginnen te worden, wil hij terug de warmte in.

    2.4 Voeding

    Met voeding hoef je niet te overdrijven. Een jonge plant teert in het begin gewoon op de reserves in de boon en vraagt dus weinig. In het groeiseizoen, ruwweg van het vroege voorjaar tot de nazomer, kun je eens in de twee tot vier weken een verdunde dosis universele vloeibare kamerplantenvoeding geven. In de herfst en winter geef je geen voeding; een plant die nauwelijks groeit, heeft ook geen mest nodig.

    2.5 Verpotten

    De castanospermum is een trage groeier en hoeft maar zelden verpot te worden – eens in de twee tot drie jaar, of wanneer de wortels de pot duidelijk hebben gevuld, is ruim voldoende. Kies een pot die weinig groter is. De verleiding om hem meteen een royale pot te gunnen is begrijpelijk, maar werkt averechts: in een te grote pot blijft veel grond te lang vochtig, met alle risico op rot van dien. Gebruik een luchtig, goed doorlatend potmengsel; gewone potgrond met een schepje perliet of fijne grit erdoor volstaat prima.

    En de boon? Die laat je gewoon zitten zoals hij zit, half boven het oppervlak. Met de tijd droogt hij vanzelf in en laat hij los; dan mag je hem verwijderen, aangezien zijn nut voor de plant afgelopen is. Begraaf hem in elk geval niet alsnog onder de grond – hij hoort er deels bovenuit te steken.

    2.6 Snoeien

    Snoeien hoeft niet, maar het mag wel. Een scheut uit een enkele boon groeit van nature als één rechte stengel omhoog, en als je liever een voller, struikiger plantje hebt, kun je in het groeiseizoen de groeitop wegknijpen of -knippen. De plant loopt dan met enig geluk ook lager uit en vertakt zich. Verder verdraagt hij een corrigerende snoeibeurt zonder morren. Anders dan bij sommige andere kamerplanten zit hier geen bijtend melksap in, maar omdat de plant wel degelijk giftige stoffen bevat, is het verstandig om na het snoeien je handen te wassen.

    2.7 Vermeerderen

    Vermeerderen gaat bij de castanospermum vrijwel altijd via zaad – dat is per slot van rekening precies wat je in de winkel koopt: een ontkiemde boon. Stekken is een ander verhaal, zoals we hieronder toelichten.

    2.7.1 Stekken

    Eerlijk is eerlijk: stekken is voor de huiskamertuinier geen haalbare kaart. Stengelstekken wortelen slecht; eigenlijk mislukken die altijd. Vermeerdering verloopt dan ook nagenoeg uitsluitend uit zaad.

    2.7.2 Zaaien

    Zaaien lukt het best met verse zaden; oude, ingedroogde bonen kiemen veel onwilliger. Help de kieming op weg door de boon een nacht in lauw water te laten weken, eventueel na de harde zaadhuid licht in te kerven. Duw het zaad vervolgens half onder de grond in een luchtig, vochtig zaaimengsel, houd dat warm (zo’n 20 tot 25 graden Celsius) en gelijkmatig vochtig, en oefen je geduld. Het kan zo’n twee weken tot drie maanden duren voordat de kieming volgt. Maar dan heb je daarna wel meteen een plantje van enig formaat: vanwege de grootte van het zaad zijn de kiemplantjes fors.

    2.8 Bloeiwijze

    Bloeiwijze castanospermum
    De bloeiwijze. Links op de foto zie je nog net de stam, waar deze bloeiwijze dus direct uit ontspruit.

    De bloeiwijze van de castanospermum is tamelijk spectaculair. De vlindervormige bloemen zijn tweekleurig – een mengeling van oranjerood en geel – en verschijnen niet aan de uiteinden van de twijgen, maar rechtstreeks aan de stam en op de dikkere takken. Zie ook de afbeelding hierboven. Ze zitten in korte trossen en geven flink wat nectar, waarmee ze in hun thuisland vogels zoals honingeters en lori’s aantrekken, en zelfs vleermuizen. Na de bloei volgen de grote, houtige peulen met daarin de kastanjeachtige zaden, die bij rijpheid openspringen.

    In de huiskamer hoef je hier helaas niet op te rekenen. Cauliflorie – die bloeiwijze direct aan de stam en op oudere takken – is iets van een volgroeide boom. Een huiskamerformaat castanospermum is daar nog vele jaren en vele meters van verwijderd. Gelukkig is de plant ook zonder bloemen al heel aardig om te zien.

    2.9 Ziektes en plagen

    De voornaamste verzorgingsfout is een te royaal gietbeleid. Te veel water leidt tot wortelrot, en dat is meestal fataal. Vergelende, slap wordende onderste blaadjes in combinatie met een natte pot zijn vrijwel altijd een teken dat je het wat rustiger aan moet doen met water geven.

    Voor insectenplagen is de plant niet bijzonder gevoelig, maar in de droge lucht van een verwarmde kamer kunnen spintmijten opduiken. Die kun je herkennen aan een fijne spikkeling en soms een uiterst dun spinsel aan de onderkant van het blad. Daarnaast zie je zo nu en dan schildluis of wolluis. Een stevige douchebeurt maakt vaak al veel verschil; ’s zomers doet een plekje buiten wonderen.

    2.10 Overige tips bij de verzorging

    Tot slot nog een paar losse aandachtspunten. De half-zichtbare boon is geen sierelement: het is het meest essentiële onderdeel van de plant. Laat het dus zitten tot het geheel ingedroogd is. Verwacht verder geen wonderen qua snelheid: het zal soms kunnen lijken alsof de plant stilstaat, maar dat is in de huiskamer heel gebruikelijk. En houd er rekening mee dat de rauwe zaden en de plantendelen giftig zijn als je ze opeet.

    3. Castanospermum kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

    De castanospermum is geen plant die je in elk tuincentrum tegenkomt, maar het aanbod is al met al best aanzienlijk. Je vindt hem vooral bij goed gesorteerde tuincentra, bij gespecialiseerde kamerplantenwinkels en in webshops, doorgaans als jong plantje: een enkele scheut die uit een grote, half-zichtbare boon groeit. Dat is precies de vorm die als ‘lucky bean’ in de handel zit, en die meteen het meest karakteristieke aan de plant is.

    Let bij de aankoop vooral op de gezondheid van twee onderdelen: het blad en de boon. Het blad hoort stevig en glanzend groen te zijn, zonder bruine randen, plakkerige plekjes of spinsel die op een beginnende plaag wijzen. De boon zelf moet hard en gaaf aanvoelen; een zachte, ingedeukte of beschimmelde boon, of een drassige, donker verkleurde stengelvoet, zijn tekenen van rot.

    Een aardig alternatief, als je het geduld hebt, is om niet op zoek te gaan naar kiemplantjes, maar naar de zaden. Die zijn best regelmatig te koop, vooral online. Mits het zaad goed vers is, is zaaien weliswaar een kwestie van enig geduld, maar verder is het zeer goed te doen (zie nader het kopje Zaaien hierboven).

    Ter besluit: de rauwe zaden en plantendelen zijn giftig. Heb je huisdieren of kleine kinderen, kies dan bij voorkeur een plekje waar er niet zomaar aan geknabbeld kan worden.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    10 dagen geleden by Stijn

    Hoi Claar, Bij een gezond exemplaar: ja, dat gaat eigenlijk altijd goed. Zorg wel dat je het doet op een moment dat de plant goed…


    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    10 dagen geleden by Claar

    Is het echt zo dat je heel diep terug kunt snoeien? Ik heb er een staan die al een aantal jaar oud is maar het…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    28 dagen geleden by Kristel

    Beste Louise ik heb voorlopig geen zaadjes van de gele . ik heb jonge platen staan maar weet niet meer of het gele of rode…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Louise

    Hallo Kristel , als je zaden van de gele hebt zou ik die kunnen overnemen van je . Ik ben er al heel lang naar…


    Papyrusplant: kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Stijn

    Hoi Eddy, Zeker doen! Dat kan voor de plant absoluut geen kwaad, en het ziet er veel beter uit.


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Over ons • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz