• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen bij kamerplanten
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Kamerplanten » Callisia fragrans: kopen en verzorging

    Callisia fragrans: kopen en verzorging

    Callisia fragrans

    Callisia fragrans is een forse, gemakkelijk te verzorgen kamerplant uit Mexico, met brede rozetten van glanzend blad aan een vlezige stengel. Bij veel licht kleuren de bladeren dieppaars, en een volwassen plant kan aan het eind van de winter pluimen met kleine, sterk geurende witte bloemen vormen. Hoe zorg je bij Callisia fragrans voor een goede groei, waar kun je deze kamerplant kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:

    1. Inleiding: wat is Callisia fragrans voor plant?
      • 1.Inleiding: wat is Callisia fragrans voor plant?
      • 1.1Habitat en herkomst
      • 1.2Groeiwijze
      • 1.3Stamboom en verwante kamerplanten
      • 1.4Soorten en kweekvormen
    2. Verzorging Callisia fragrans
      • 2.Verzorging Callisia fragrans
      • 2.1Water geven
      • 2.2Temperatuureisen
      • 2.3Standplaats
      • 2.4Voeding
      • 2.5Verpotten
      • 2.6Snoeien
      • 2.7Vermeerderen
        • 2.7.1Uitlopers afleggen
        • 2.7.2Stekken
        • 2.7.3Zaaien
      • 2.8Bloeiwijze
      • 2.9Ziektes en plagen
      • 2.10Verzorging als kuipplant
      • 2.11Overige tips bij de verzorging
    3. Callisia fragrans kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
    4. Reacties
    • Water
    • Temperatuur
    • Licht
    • Voeding
    • Verpotten
    • Snoeien
    • Stekken
    • Zaaien
    • Bloei
    • Problemen
    • Reacties

    1. Inleiding: wat is Callisia fragrans voor plant?

    Callisia fragrans is binnen het geslacht Callisia het buitenbeentje. Waar de bekende schildpadplant (Callisia repens) een laag, fijnbladig kruipertje is dat je in een hangpotje zet, vormt C. fragrans stevige rozetten van glanzende bladeren van twintig tot dertig centimeter lang, aan een vlezige stengel die met steun ruim een meter hoog kan worden. Die groeiwijze verklaart de Engelse naam false bromeliad, valse bromelia.

    Een gangbare Nederlandse naam heeft de plant niet. In het Engels zijn er, naast de al genoemde, juist volop namen in omloop: basket plant (mandplant), chain plant (kettingplant), inch plant (vrij vertaald: kruipplant, van inching forward) en zelfs octopus plant, vanwege de lange uitlopers die de plant naar alle kanten uitsteekt. De Latijnse soortnaam is minder vergezocht: fragrans betekent ‘geurend’, daarmee verwijzende naar de bloemen (zie verder het kopje Bloeiwijze verderop in dit artikel). Over de herkomst van de geslachtsnaam Callisia, van het Griekse kallos (‘schoonheid’), schreven we uitgebreider in ons artikel over de schildpadplant.

    1.1 Habitat en herkomst

    Callisia fragrans tuinplant
    Callisia fragrans als tuinplant in Miami, Florida, in de Verenigde Staten, vol in bloei. Afbeelding Scott Zona/Flickr

    Callisia fragrans is inheems in Mexico, van Tamaulipas in het noordoosten tot het schiereiland Yucatán in het zuidoosten. De plant groeit daar in een tropisch klimaat met een nat en een droog seizoen (de variatie zit in de neerslag, niet in de temperatuur of de daglengte), op halfbeschaduwde plaatsen. Dat verklaart de vlezige bladeren en stengels: die herbergen een watervoorraad waarmee droge periodes (of een vergeten gietbeurt) goed overbrugd kunnen worden.

    Buiten het herkomstgebied heeft de soort zich behoorlijk verspreid. Verwilderde exemplaren zijn aangetroffen op de Caraïbische eilanden, in Florida, Louisiana en op Hawaï, in oostelijk Australië, op Taiwan en in Vietnam. Callisia fragrans is zelfs zo succesvol dat de plant op diverse plaatsen als invasieve exoot wordt beschouwd. Dat komt door de zeer effectieve voortplantingswijze. Elke uitloper die de grond raakt schiet al snel wortel en vormt dan een nieuwe plant. Daarbij is de plant behoorlijk breekbaar: de sappige stengels en uitlopers kunnen al bij een stevige windvlaag loslaten. En ook zo’n afgebroken stukje wortelt al snel als het de grond raakt. Zo groeit een enkel exemplaar in een warm klimaat vlot uit tot een aaneengesloten tapijt. Nederlandse winters overleeft de plant overigens niet, dus in onze contreien zal het zo’n vaart niet lopen.

    1.2 Groeiwijze

    Deze plant maakt twee heel verschillende soorten scheuten. Om te beginnen is er de hoofdscheut: een dikke, sappige stengel waaraan de bladeren dicht opeen staan, met de bladaanzet om de stengel gekruld. Een volwassen plant haalt wel een meter in hoogte en kan met steun nog een stuk hoger worden.

    Daarnaast zijn er de uitlopers: lange, dunne, duidelijk gelede stengels die vanuit de onderste bladoksels horizontaal uitgroeien, met aan het uiteinde een klein rozetje bladeren. Raakt zo’n rozetje de grond, dan wortelt het en ontstaat er een nieuwe plant. In een pot hangen ze meestal sierlijk over de rand, wat de plant bijzonder geschikt maakt voor een verhoogde standplaats.

    De bladeren zelf zijn glanzend, smal elliptisch tot lancetvormig en spits, doorgaans twintig tot dertig centimeter lang en vijf tot zeven centimeter breed. In de schaduw zijn ze frisgroen, maar bij veel licht kleuren ze eerst aan de onderzijde en vervolgens over hun hele oppervlak dieppaars tot violet. Hoeveel paars je krijgt, bepaal je dus voor een flink deel zelf met de standplaats.

    1.3 Stamboom en verwante kamerplanten

    Callisia fragrans behoort tot de Commelinaceae, een familie eenzaadlobbigen binnen de orde Commelinales en de clade van de commeliniden. De laagste rang die hij met een andere bekende kamerplant deelt, is het geslacht: de schildpadplant (C. repens) is eveneens een Callisia. Op familieniveau staat Callisia samen met Tradescantia, de vaderplant, in de Commelinaceae. Binnen de familie zitten beide geslachten bovendien vlak naast elkaar, in de onderfamilie Commelinoideae, de tribus Tradescantieae en de subtribus Tradescantiinae. Dat verklaart waarom een callisia in de winkel gemakkelijk voor een tradescantia doorgaat; de historische geslachtswisselingen hebben die naamsverwarring alleen maar groter gemaakt. Een stap hoger, in dezelfde orde, vind je verder nog de kangoeroepoot (Anigozanthos).

    Aardig is dat de bijnaam valse bromelia taxonomisch gezien niet helemaal uit de lucht komt vallen. Echte bromelia’s horen tot de Bromeliaceae, een familie uit de orde Poales, en staan dus op flinke afstand van onze plant. Maar beide families vallen wel binnen dezelfde grote clade van de commeliniden, waartoe ook de palmen, de grassen, de bananenplant (Musa) en de pauwenplant (Calathea) behoren. De rozetvormige groeiwijze is bij deze twee groepen los van elkaar ontstaan; de gelijkenis wijst dus niet op nauwe verwantschap. Uit recent genetisch onderzoek blijkt verder dat C. fragrans en de schildpadplant (C. repens) binnen het geslacht nauw verwant zijn, hoe verschillend ze er ook uitzien.

    1.4 Soorten en kweekvormen

    Het geslacht Callisia is bescheiden van omvang, met een soort of twintig, waarvan er maar een handjevol in de handel te vinden is. C. fragrans is daarvan één van de grootste en sterkste. Het aanbod aan kweekvormen is bij deze soort betrekkelijk beperkt: in de praktijk kom je de gewone groene vorm tegen en enkele bontbladige vormen, waarvan ‘Melnickoff’ de best gevestigde cultivarnaam is.

    1.4.1 Callisia fragrans ‘Melnickoff’

    De bonte cultivar die je met enige regelmaat tegenkomt is ‘Melnickoff’, ook geschreven als ‘Melnikoff’. De bladeren dragen onregelmatige lengtestrepen in room- tot heldergeel, die van blad tot blad sterk kunnen verschillen: het ene blad is nauwelijks getekend, het volgende voor de helft geel. Ook deze vorm loopt bij veel licht paars aan, waardoor de combinatie van geel, groen en violet behoorlijk bont uitpakt. Houd er rekening mee dat bonte planten wat meer licht vragen om hun bladtekening te houden, en dat een enkele scheut soms terugvalt naar effen groen. Zulke scheuten kun je er het beste uit halen, want ze groeien harder dan de bonte en nemen de plant dus langzaam over.

    Daarnaast circuleert de naam ‘Infinity’ voor een geelgroen gestreepte vorm. Die naam is niet echt officieel vastgelegd, en ook ‘Variegata’ gebruikt de handel niet consequent. Kijk bij een bonte plant dus vooral naar het exemplaar zelf en niet naar de naam op het etiket.

    1.4.2 Overige Callisia-soorten

    Callisia fragrans is binnen het viertal dat je als kamerplant tegenkomt het grote buitenbeentje. De andere drie zijn veel kleiner en kruipend van aard; we behandelen ze afzonderlijk in onze artikelen over de schildpadplant (C. repens), Callisia gentlei var. elegans en Callisia navicularis.

    2. Verzorging Callisia fragrans

    Callisia fragrans 2
    Callisia fragrans in de botanische tuin van Berlijn. Afbeelding Krzysztof Ziarnek, Kenraiz/Wikimedia

    Laten we met het belangrijkste beginnen: dit is één van de gemakkelijkste kamerplanten die je in huis kunt halen. Voor de huiskamertuinier zijn er vooral twee valkuilen: te weinig licht en te veel water. Houd je daar rekening mee, dan krijg je een plant die hard groeit en zichzelf vermeerdert zonder dat je er iets voor hoeft te doen. We lopen de belangrijkste aandachtspunten hieronder één voor één langs.

    2.1 Water geven

    De vlezige bladeren en stengels houden vocht vast, waardoor Callisia fragrans een misstap in het gietregime beter verdraagt dan de meeste kamerplanten. Laat de bovenste twee tot drie centimeter potgrond tussen twee beurten opdrogen en geef daarna royaal water. Stop zodra je water onder uit de pot ziet lopen, en giet de waterschaal leeg; permanent natte voeten zijn hier de belangrijkste doodsoorzaak.

    In de lente en de zomer komt dat in de praktijk vaak neer op ongeveer eens per week, in de winter op aanzienlijk minder – soms niet meer dan eens in de twee of drie weken. Een grote plant in volle groei op een warme plek verbruikt natuurlijk meer dan een klein exemplaar op een koele vensterbank, dus voel liever even met je vinger dan dat je een rigide schema aanhoudt. Als je twijfelt, wacht dan liever nog even met gieten; een licht uitgedroogde plant herstelt zonder blijvende schade na de volgende gietbeurt, terwijl een weggerotte stengelvoet niet meer te redden is.

    2.2 Temperatuureisen

    Gewone kamertemperatuur, grofweg tussen 18 en 25 graden, bevalt deze plant uitstekend. Callisia fragrans kent van nature geen koude winterrust, al zal de groei in het donkere seizoen vanzelf een stuk trager gaan. Laat de temperatuur bij voorkeur niet onder de 10 tot 12 graden zakken en vermijd koude tocht bij een deur of een raam dat op een kier staat. Vorst kan de plant fataal worden. Zie ook het kopje Verzorging als kuipplant verderop in dit artikel.

    2.3 Standplaats

    Callisia fragrans als hangplant
    Als hangplant doet Callisia fragrans het uitstekend. Afbeelding Henry10/Flickr

    Licht is bij deze plant heel bepalend voor z’n uiterlijke aanzien. Op een lichte plek met veel indirect licht, aangevuld met wat ochtend- of avondzon, krijg je een compacte plant met stevige, kort op elkaar staande bladeren die diep paars aanlopen. Een oostraam of een plek net naast het zuidraam werkt daarvoor uitstekend. Staat de plant te donker, dan gebeurt precies het omgekeerde: de bladeren blijven effen groen, de afstanden ertussen worden groter en het geheel gaat slap en slungelig uitgroeien. Voor de bonte ‘Melnickoff’ geldt dat nog wat sterker; in de schaduw vervaagt bovendien de decoratieve bladtekening.

    Een waarschuwing bij het bovenstaande: bouw de hoeveelheid licht altijd geleidelijk op. Een plant die maanden een paar meter van het raam heeft gestaan en dan ineens achter glas in de volle middagzon belandt, kan binnen korte tijd verbranden, met droge, papierachtige plekken op het blad als gevolg.

    Met de luchtvochtigheid zit het goed: Callisia fragrans is prima bestand tegen droge lucht, waar veel andere kamerplanten moeite mee hebben. In de meeste huiskamers hoef je dus niets extra’s te doen.

    2.4 Voeding

    In het groeiseizoen geef je ongeveer eens per twee tot vier weken vloeibare voeding voor groene kamerplanten, bij voorkeur wat sterker verdund dan op de verpakking staat. Van de herfst tot het vroege voorjaar stop je daarmee. Meer is niet beter; dat zorgt alleen voor slappe, uitgerekte groei. Vind je hem te hard groeien, dan is minder voeding trouwens een effectievere rem dan minder water.

    2.5 Verpotten

    Verpot in de lente, wanneer de plant weer aan de groei gaat. Jonge exemplaren groeien snel en willen vaak elk jaar een maatje groter; bij een volgroeide plant kun je toe met tussenpozen van een jaar of twee. Gebruik een goed doorlatend mengsel: gewone potgrond voor kamerplanten met een flinke hand perliet, grof zand of fijn grit erdoor.

    Kies een pot met waterafvoergaten om wortelrot te voorkomen, en houd bij die keuze meteen rekening met het zwaartepunt. Een grote Callisia fragrans draagt het meeste gewicht bovenin, en met een paar uitlopers over de rand kiepert een lichte plastic pot zo om. Neem dus liever een stevige, wat bredere pot van aardewerk, of zet de kweekpot in een zware sierpot. Wil je dat de hoofdscheut rechtop blijft in plaats van scheef weg te zakken, dan kun je hem losjes opbinden aan een stok of een andere steun.

    2.6 Snoeien

    Snoeien is bij deze plant vooral een kwestie van onderhoud. De onderste bladeren van de hoofdscheut vergelen na verloop van tijd; die trek of knip je er gewoon af, waardoor het onderste deel van de stengel geleidelijk kaal komt te staan. Uitlopers die in de weg hangen of die je niet mooi vindt, knip je er bij de voet af – bij voorkeur mét het rozetje eraan, want dat is een gratis nieuwe plant (zie het kopje Vermeerderen hieronder).

    Na enkele jaren is zo’n hoofdscheut vaak uitgegroeid tot een lange, onderin kale staak met alleen een pruikje van bladeren bovenop. Dat is op zichzelf een normaal teken van ouderdom, maar het is, ongeacht de oorzaak, niet zo’n fraai gezicht. De oplossing is even rigoureus als eenvoudig: knip de bovenste rozet af met een stuk stengel eraan, laat die opnieuw wortelen en gooi de oude stam weg. Zo’n verjonging is bij deze planten een zeer geschikte manier om een uit zijn krachten gegroeid exemplaar weer fraai te krijgen. Draag bij het snoeien voor de zekerheid handschoenen, of was daarna je handen, want het plantensap kan irriterend zijn.

    2.7 Vermeerderen

    Als er iets is waarin deze plant uitblinkt, dan is het zichzelf vermeerderen. Hij doet in feite al het werk zelf; jij hoeft alleen te bepalen waar het nieuwe exemplaar terechtkomt. Er zijn twee praktische routes, plus één die we vooral voor de volledigheid noemen.

    2.7.1 Uitlopers afleggen

    De zekerste methode is afleggen. Zet een klein potje met vochtige potgrond naast de moederplant, leg het rozetje aan het uiteinde van een uitloper op de grond en houd het met bijvoorbeeld een haarspeld of een gebogen stukje ijzerdraad op zijn plaats. De uitloper blijft ondertussen aan de moederplant vastzitten en voedt het rozetje, zodat er weinig mis kan gaan. Na twee tot drie weken is het rozetje vaak beworteld; controleer dat met een voorzichtig trekje en knip de ‘moederstreng’ pas daarna door. Dit is ook de zekerste methode als je de plant in het najaar of de winter wilt vermeerderen, wanneer losse stekken trager aanslaan.

    2.7.2 Stekken

    Callisia fragrans stekken
    Een stekje van Callisia fragrans

    Sneller, en in de lente en zomer even betrouwbaar, is gewoon stekken. Knip een rozetje van een uitloper af met een centimeter of vijf steel eraan en zet het in een glas water of direct in vochtige, luchtige stekgrond. In water zie je onder gunstige omstandigheden binnen één tot twee weken wortels verschijnen; pot de stek op zodra die wortels een paar centimeter lang zijn. Langer wachten is niet nodig en langere wortels raken bij het oppotten gemakkelijker beschadigd. Op dezelfde manier kun je de afgeknipte top van een uitgegroeide hoofdscheut bewortelen, en zelfs een afgebroken stuk stengel met een paar knopen (de verdikte plekken waar blad en wortels ontstaan) doet meestal gewoon mee. Stekpoeder is bij deze plant geheel overbodig. Wil je meteen een volle pot, zet dan drie of vier stekken samen bij elkaar.

    2.7.3 Zaaien

    Zaaien kan in theorie – na de bloei vormen zich kleine, driehokkige doosvruchtjes met een paar zaden per hokje – maar in de praktijk is het niet echt aan te raden. De plant bloeit in de huiskamer al zelden, zaad is bij ons niet of nauwelijks verkrijgbaar, en bij een bonte cultivar levert zaaien sowieso geen betrouwbaar resultaat op. En daarbij: via een uitloper heb je binnen een paar weken een nieuwe plant; met zaad ben je een stuk langer bezig.

    2.8 Bloeiwijze

    Bloemen Callisia fragrans
    De bloeiwijze van Callisia fragrans. Afbeelding Krzysztof Ziarnek, Kenraiz/Wikimedia

    Een volwassen plant kan aan het eind van de winter en in het voorjaar een lange, vertakte pluim vormen die zo’n halve meter lang wordt. Daaraan zitten dichte bosjes kleine witte bloemetjes, elk met drie vliezige, papierachtige kelkblaadjes, drie smalle witte kroonblaadjes van een millimeter of zes en zes ver uitstekende meeldraden, die meer opvallen dan de kroonblaadjes zelf. De stempel heeft de vorm van een kwastje.

    Afzonderlijk gaan die bloemetjes maar kort mee: ze openen zich in de ochtend en zijn rond het middaguur alweer verlept. Omdat er tegelijk grote aantallen aan één pluim zitten, duurt de hele vertoning toch een tijd. De geur is de echte verrassing – onverwacht krachtig en zoet voor zulke kleine bloemen, en zolang de pluim nieuwe bloemen blijft openen, ruik je een bloeiende plant door de hele huiskamer. Een truc om de bloei af te dwingen is er niet. Wat helpt, is geduld en veel licht: kleine planten bloeien vrijwel nooit, en in een donkere hoek gebeurt er sowieso niets. Zie ook het kopje Standplaats hierboven.

    2.9 Ziektes en plagen

    Verreweg het grootste risico is rot door te veel water, zoals we onder het kopje Water geven al aanstipten. Een stengelvoet die zacht, glazig en bruin wordt, is vrijwel altijd het gevolg van een te natte potgrond. De aangetaste stengel is dan meestal verloren, maar de plant hoeft dat niet te zijn: knip de gezonde top en de uitlopers eraf, gooi de rest weg en begin opnieuw met stekken.

    Voor het overige is dit een robuuste plant, al kunnen de gebruikelijke plaagbeestjes langskomen:

    • Wolluis, met afstand de vervelendste. Deze insecten verschuilen zich diep in de bladoksels, precies waar de bladvoet de stengel omsluit, en dat is een heel lastig plekje om bij te komen. Controleer die oksels dus regelmatig, zeker bij een plant die net in huis is.
    • Spint, vooral bij droge lucht boven een radiator. Herkenbaar aan fijne spinseldraadjes en een grauw, gespikkeld blad.
    • Bladluis, vooral op jonge scheuten en op de bloeipluim.

    Bestrijd de beestjes zodra je ze opmerkt. Gebruik je een bestrijdingsmiddel, volg dan de aanwijzingen op de verpakking; zichtbare wolluizen haal je er eerst met een vochtig wattenstaafje af. Bij een hardnekkige aantasting is opnieuw beginnen met schone stekken vaak de snelste oplossing; stekken lukt bij deze plant immers moeiteloos.

    2.10 Verzorging als kuipplant

    Callisia fragrans 3
    Een flinke pol met calisia’s in bloei op Hawaii. Afbeelding Forest and Kim Starr

    Winterhard is deze plant bij ons niet, maar een zomer buiten doet hem zichtbaar goed. Zet de pot vanaf half mei, als de nachten betrouwbaar boven de 12 graden blijven, op een beschut plekje met veel licht en wat directe zon, bijvoorbeeld tegen een muur op het oosten. Bouw het licht in enkele weken op, anders verbrandt het blad. Het resultaat is doorgaans een compactere plant met een veel diepere paarse kleur dan je binnenshuis meestal krijgt.

    Let buiten wel op de waterhuishouding: in een natte zomer loopt een pot zonder drainagegaten vol water, en dan gaat het alsnog mis. Haal de plant ruim voor de eerste nachtvorst weer naar binnen – begin oktober is verstandiger dan eind oktober.

    2.11 Overige tips bij de verzorging

    Tot slot nog een paar praktische aandachtspunten:

    • De stengels en uitlopers zijn breekbaar. Let daar dus op bij verplaatsingen en verpottingen, en zet de plant niet op een plekje waar er vaak mensen tegenaan kunnen stoten.
    • Zet de plant hoog: op een plantentafel, een kast of een verhoging. Zo hangen de uitlopers vrij; dat is een aantrekkelijk gezicht.
    • Blijft de plant hardnekkig groen terwijl je op paars had gehoopt, dan is dat vrijwel altijd een lichtkwestie. Zie het kopje Standplaats hierboven.
    • Draai de pot elke paar weken een kwartslag, anders groeit de hoofdscheut te veel naar het raam toe.

    3. Callisia fragrans kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

    In het gemiddelde tuincentrum ligt deze plant niet voor het grijpen. De kleine schildpadplantjes zie je overal, maar C. fragrans is bij ons vooral te vinden bij gespecialiseerde webwinkels, op plantenbeurzen en bij kwekers met een wat eigenzinniger assortiment. De bonte ‘Melnickoff’ wordt vooral via liefhebbers aangeboden en doorgegeven.

    Waar je op moet letten bij de aankoop:

    • Een stevige stengelvoet. Voel of duw voorzichtig: alles wat zacht of glazig aanvoelt, wijst op rot en is verloren.
    • Korte afstanden tussen de bladeren. Een ijl, uitgerekt exemplaar heeft te donker gestaan. Dat is te herstellen, maar je begint dan wel met een achterstand.
    • Schone bladoksels. Kijk gericht naar witte propjes wolluis op de plek waar het blad de stengel omsluit; dat is bij deze soort de klassieke schuilplaats.
    • Ook bij online aankoop is kou een aandachtspunt: kies ’s winters voor beschermde verzending en stel een bestelling tijdens vorst liever uit.

    Ten aanzien van eventuele huisgenoten nog het volgende. Het sap kan licht irriterend zijn voor mensen, en volgens sommige bronnen ook voor honden. Voor de zekerheid kun je deze kamerplant dus het beste buiten bereik van kinderen en huisdieren plaatsen.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Lidcactus: kopen en verzorging
    1 dag geleden by Pieter

    wat leuk! Mijn lidcactus is ook een stekje van mijn oma. Gekregen toen ik 43 jaar geleden op kamers ging.


    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging
    11 dagen geleden by Stijn

    Hoi Elly, Ja, dat zal waarschijnlijk de oorzaak zijn. Nu eerst even enkele weken geen water geven, dan trekt-ie als het goed is vanzelf weer…


    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging
    11 dagen geleden by Elly

    Bedankt ik heb er een gekregen bladeren worden geel en vallen eraf waarschijnlijk heb ik teveel water gegeven


    Pachira aquatica: kopen en verzorging
    1 maand geleden by Bieke

    Heel nuttige en knappe beschrijving voor verzorging pachira!


    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    3 maanden geleden by Stijn

    Hoi Claar, Bij een gezond exemplaar: ja, dat gaat eigenlijk altijd goed. Zorg wel dat je het doet op een moment dat de plant goed…


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Over ons • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz