• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen bij kamerplanten
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Kamerplanten » Siernetel (Coleus scutellarioides): verzorging en tips

    Siernetel (Coleus scutellarioides): verzorging en tips

    Siernetel (Coleus scutellarioides)

    De siernetel (Coleus scutellarioides) is een snelgroeiende kamerplant die vooral om zijn bontgekleurde blad wordt gehouden. Afhankelijk van de cultivar zijn de bladeren groen, geel, roze, rood, paars, bruin – of combinaties daarvan. Hoe zorg je bij siernetels voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:

    1. Inleiding: wat is de siernetel (Coleus scutellarioides) voor plant?
      • 1.Inleiding: wat is de siernetel (Coleus scutellarioides) voor plant?
      • 1.1Habitat en herkomst
      • 1.2Groeiwijze
      • 1.3Stamboom en verwante kamerplanten
      • 1.4Soorten
    2. Verzorging siernetel (Coleus scutellarioides)
      • 2.Verzorging siernetel (Coleus scutellarioides)
      • 2.1Water geven
      • 2.2Temperatuureisen
      • 2.3Standplaats
      • 2.4Voeding
      • 2.5Verpotten
      • 2.6Snoeien
      • 2.7Vermeerderen
        • 2.7.1Stekken
        • 2.7.2Zaaien
      • 2.8Bloeiwijze
      • 2.9Ziektes en plagen
      • 2.10Verzorging als eenjarige of kuipplant
    3. Siernetel (Coleus scutellarioides) kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
    4. Reacties
    • Water
    • Temperatuur
    • Licht
    • Voeding
    • Verpotten
    • Snoeien
    • Stekken
    • Zaaien
    • Bloei
    • Problemen
    • Reacties

    1. Inleiding: wat is de siernetel (Coleus scutellarioides) voor plant?

    Een opvallend paarsgekleurde coleus.
    Een opvallend paarsgekleurde siernetel. Afbeelding Thomas Quine/Flickr

    De siernetel is een overblijvende plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). In Nederland is de siernetel vooral bekend als kamerplant en als eenjarige bladplant voor potten, bakken en borders, want tegen vorst is hij niet bestand. Hoe de siernetel in de natuur groeit, waar hij oorspronkelijk vandaan komt en welke soorten er zijn, bespreken we hieronder.

    1.1 Habitat en herkomst

    Coleus scutellarioides komt van nature voor in een groot deel van de natte tropen van Azië en het westelijke deel van de Grote Oceaan. Het verspreidingsgebied loopt van Indochina en Zuidoost-China via onder meer Maleisië, Indonesië, de Filipijnen en Nieuw-Guinea tot het noorden van Australië. Ook op verschillende eilanden in de regio is de soort inheems. Elders in de tropen is hij op veel plaatsen ingevoerd en soms verwilderd. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de siernetel in Engeland populair als kamerplant en voor geometrische perkbeplanting, wat ze daar carpet bedding noemen.

    1.2 Groeiwijze

    De siernetel groeit snel en vertakt gemakkelijk. De stengels zijn zacht en kunnen aan de basis wat verhouten. Net zoals bij veel leden van de lipbloemenfamilie zijn die stengels niet rond, maar min of meer vierkant. De bladeren staan twee aan twee tegenover elkaar. Ze zijn meestal ovaal tot langwerpig, met een getande of gegolfde rand, maar door veredeling bestaan ook vormen met diep ingesneden, gekruld, smal of juist opvallend groot blad.

    De uiteindelijke omvang die een siernetel kan bereiken, hangt sterk van de cultivar af. Compacte typen blijven in een pot vaak enkele tientallen centimeters hoog, terwijl krachtige vormen in één groeiseizoen richting een meter kunnen gaan. Zonder toppen worden veel siernetels na verloop van tijd slordig, open van vorm en langgerekt. Neem je een groeipunt weg, dan lopen de knoppen in de bladoksels daaronder uit en wordt de plant voller. Meer daarover bij het kopje Snoeien. De kleine bloemen groeien aan langwerpige aren.

    Het meest opvallende kenmerk van siernetels zijn de felgekleurde bladeren. De zeer vele kweekvormen die in de loop der tijd zijn ontwikkeld, hebben vaak amper nog groene stukken – toch de natuurlijke basiskleur. De kleurstoffen die hiervoor verantwoordelijk zijn, worden soms geproduceerd ten koste van bladgroen (chlorofyl) in een zodanige mate dat de groei van de plant erdoor geremd wordt. Voor de meeste huiskamertuiniers is dat overigens weinig bezwaarlijk; van nature groeien siernetels zo krachtig dat een onsje minder groeikracht geen probleem is.

    1.3 Stamboom en verwante kamerplanten

    De Nederlandse naam van de siernetel verwijst naar het getande blad, dat oppervlakkig wat aan een brandnetel doet denken. Botanisch staan siernetels en brandnetels echter ver uit elkaar. De wetenschappelijke naam is meerdere keren gewijzigd. Namen als Coleus blumei, Plectranthus scutellarioides en Solenostemon scutellarioides zijn daarom nog geregeld op etiketten en in oudere boeken te vinden. Sinds een botanische herziening uit 2019 wordt Coleus weer als afzonderlijk geslacht erkend; de soortnaam is Coleus scutellarioides.

    De geslachtsnaam Coleus is afgeleid van het Griekse woord voor ‘schede’ en verwijst naar vergroeide meeldraden, een kenmerk waarop het geslacht vroeger mede werd onderscheiden. De toevoeging scutellarioides betekent dat de plant op het geslacht Scutellaria (glidkruid) lijkt.

    De siernetel behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) binnen de orde Lamiales. Bekende familieleden zijn munt, basilicum, salie, tijm, lavendel en rozemarijn.

    Tot dezelfde orde Lamiales behoren ook de mozaïekplant (Fittonia), de lippenstiftplant (Aeschynanthus), het Kaaps viooltje (Streptocarpus ionanthus), jasmijn (Jasminum polyanthum) en de China doll plant (Radermachera sinica). Deze planten behoren allemaal tot andere families en staan dus veel verder van de siernetel af dan munt of basilicum.

    1.4 Soorten

    Assortiment coleus
    Het assortiment Coleus is zeer uitgebreid en zeer gevarieerd, zoals deze kleine selectie goed laat zien. Afbeelding Wouter en bua/Flickr

    Het assortiment bestaat uit de talrijke cultivars van Coleus scutellarioides. De bladtekening kan bijna ieder denkbaar patroon aannemen: een contrasterende rand, een afwijkend gekleurde middennerf, vlekken, spikkels of meerdere kleurzones over één blad. Ook bladvorm, groeikracht en lichttolerantie verschillen sterk per cultivar. Verder maakt het uit of je de planten uit zaad opkweekt of koopt als gestekte cultivar.

    1.4.1 Siernetels uit zaad

    Een deel van het assortiment wordt uit zaad opgekweekt. Dat kan interessant zijn als je veel planten wilt, of als je variatie zoekt. Wizard is een bekende compacte zaadserie. Kong valt op door het zeer grote blad en is bedoeld voor schaduwrijkere plekken; Kong Jr. heeft dezelfde standplaatsbehoefte, maar kleinere bladeren. Daarnaast bestaan Premium Sun-selecties die uit zaad worden geteeld en voor zonnigere standplaatsen zijn ontwikkeld.

    Bij een zakje gemengd siernetelzaad is verschil in kleur juist de bedoeling. Wil je precies dezelfde bladtekening terug, dan is een stek van die cultivar betrouwbaarder dan zaad.

    1.4.2 Stekcultivars

    Daarnaast zijn er talloze cultivars die vegetatief, dus via stek, worden vermeerderd. Daarmee blijft het erfelijke materiaal gelijk aan dat van de moederplant en kun je dezelfde bladtekening behouden. In deze groep zitten veel variëteiten die sterk groeien, later bloeien of beter tegen directe zon kunnen. Voorbeelden zijn onder meer ‘Campfire’ en verschillende ColorBlaze-cultivars.

    2. Verzorging siernetel (Coleus scutellarioides)

    Siernetel (Coleus scutellarioides Blue Velvet)

    De siernetel is een vrij gemakkelijke kamerplant, maar hij heeft weinig buffers tegen fouten in de verzorging. Zo leidt een keertje vergeten om water te geven al heel snel tot problemen. Bij een goede verzorging is dit echter een dankbare soort. De verschillende aandachtspunten voor een goede groei bespreken we hieronder.

    2.1 Water geven

    Houd de potgrond tijdens actieve groei gelijkmatig vochtig. Het relatief dunne blad verdampt veel water en een dorstige siernetel kan in korte tijd slap gaan hangen. Geef water zodra de bovenste laag van de potgrond begint op te drogen. Staat de plant op een zonnige plek of buiten in een pot, dan kan het prima zijn dat je meerdere malen per week water moet geven.

    Vochtig betekent niet doorweekt. Gebruik bij voorkeur een pot met een afvoergat en laat overtollig gietwater weglopen. Langdurig natte potgrond verhoogt het risico op wortelrot. In de winter of op een koelere, donkerdere plek groeit de siernetel minder hard en verbruikt hij minder water.

    2.2 Temperatuureisen

    De siernetel is een warmteliefhebber. Gewone kamertemperaturen zijn prima geschikt, maar het mag ook best een graadje meer. Qua ondergrens geldt: wil je hem het hele jaar actief laten groeien, houd hem dan boven de 15 graden.

    Vorst verdraagt de siernetel niet. Dat is vooral van belang bij planten die in de zomer buiten staan: haal de plant naar binnen (of neem enkele stekken) ruim voordat er in het weerbericht weer over nachtvorst wordt gesproken. Zie ook het kopje Verzorging als eenjarige of kuipplant.

    2.3 Standplaats

    Siernetels verlangen veel licht. Op een te donkere plek worden de internodiën, de stukken stengel tussen twee bladparen, langer en verliest de plant zijn compacte vorm. Ook kunnen ze erg naar het licht gaan groeien, waardoor het model uit balans raakt. Draai een siernetel die duidelijk naar het raam groeit af en toe een stukje, zodat hij gelijkmatiger groeit.

    Houd daarbij een onderscheid tussen licht en directe zon in acht. Hoeveel directe zon een siernetel verdraagt, hangt sterk van de cultivar af. Sommige oudere en grootbladige vormen doen het fraaist met helder, gefilterd licht of een paar uur ochtend- of avondzon. Veel moderne cultivars zijn juist voor zonnige standplaatsen geselecteerd. Ook die kunnen echter bladschade krijgen als ze zonder gewenning ineens in de volle zon komen. Laat de plant daarom geleidelijk aan een veel zonnigere plek wennen.

    De kleur van de bladeren reageert op de lichtsterkte. Bij de ene cultivar worden rode of paarse tinten in fel licht intenser, bij een andere variant verbleekt het blad of ontstaat juist bladschade als hij te zonnig staat. Echt harde regels zijn vooraf niet te geven (al kan het zeker lonen om de verkoper hiernaar te vragen als je een siernetel in huis haalt). Kijk daarom vooral naar je plant en hoe die reageert op een andere standplaats met meer of juist minder licht. Ziet de plant er na een paar weken fraaier uit, dan zit je op de goede weg. Zo niet, dan kan het verstandig zijn om de standplaats toch weer aan te passen.

    2.4 Voeding

    Een siernetel die warm en licht staat, kan stevig groeien. Tijdens het groeiseizoen mag je daarom ongeveer eens per twee weken vloeibare plantenvoeding geven, volgens de dosering op de verpakking. Een gewone voeding voor groene kamerplanten is prima geschikt.

    In de herfst en winter moet je de voeding verminderen of stoppen zodra de groei duidelijk terugloopt. Anders groeit je siernetel uit z’n krachten, zoals huiskamertuiniers dat vaak zeggen: nieuwe bladeren en stengels zijn slap en flets, en eenvoudigweg niet aantrekkelijk om te zien.

    2.5 Verpotten

    Als snelgroeiende kamerplant vereist de siernetel relatief vaak een grotere pot. Zolang hij aan de groei is, kan dat het hele jaar door. Kies de pot niet ‘op de groei’; in een veel te ruime pot blijft de grond gemakkelijk langer nat dan nodig.

    Gebruik een luchtige, voedzame potgrond die vocht vasthoudt en tegelijk overtollig water laat weglopen. Gewone kamerplantenpotgrond is goed bruikbaar. Oudere siernetels worden vaak onderaan houtiger en kaler. Dan kan verjongen door middel van stekken een betere keuze zijn dan de plant steeds opnieuw in een grotere pot te zetten.

    2.6 Snoeien

    Toppen is de eenvoudigste manier om een siernetel compact te houden. Knip of knijp het groeipunt net boven een bladpaar weg. Uit de bladoksels daaronder kunnen nieuwe scheuten ontstaan, waardoor de plant zich vertakt. Dit kun je zo veel en zo vaak doen als je wilt. Overigens: bij veelvuldig contact met het blad van Coleus scutellarioides kunnen sommige gevoelige mensen een (milde) allergische huidreactie krijgen. Wil je dat voorkomen, draag dan handschoenen bij snoeiwerk en was nadien je handen.

    Is een plant te uitgerekt en van onderen kaal geworden, dan kun je hem in het groeiseizoen desgewenst ook flink dieper terugsnoeien. Laat wel altijd een centimeter of tien boven de grond zitten. Dan heeft de plant de kans om op talrijke plaatsen tegelijk uit te lopen, zodat je meteen weer een bossig geheel krijgt; bovendien lopen sommige exemplaren überhaupt niet meer uit als je ze te diep terugsnoeit. De afgeknipte delen zijn meteen bruikbaar als stekmateriaal (zie hieronder). Ook bloemaren kun je verwijderen als je de plant vooral voor zijn blad houdt. Zeker bij cultivars die vroeg in het jaar al bloeien, kan dat helpen om de bladgroei langer door te laten gaan.

    2.7 Vermeerderen

    Siernetels kun je op twee manieren vermeerderen: met stengelstekken en uit zaad. Een stek is de beste keuze als je een bepaalde cultivar exact wilt behouden. Zaaien is vooral aan te bevelen voor de ambitieuze huiskamertuinier die in één keer een hele verzameling kleine sierneteltjes wil.

    2.7.1 Stekken

    Knip een gezonde scheut met een lengte van pakweg 7 tot 12 centimeter af, bij voorkeur vlak onder een bladknoop. Verwijder de onderste bladeren en zet de stek in water of direct in schone, vochtige potgrond. Op een warme, lichte plek zonder felle middagzon vormen zich doorgaans gemakkelijk en snel wortels, al binnen enkele weken. Een waterstek kun je oppotten zodra hij meerdere wortels heeft gevormd.

    Stekken is ook een praktische manier om een buitenplant te ‘overwinteren’. In plaats van een stevig uitgegroeid, misschien wat lelijk geworden exemplaar naar binnen te halen, neem je in de nazomer enkele gezonde toppen. Die nemen weinig ruimte in en kunnen binnen verder groeien. In het voorjaar heb je dan jonge planten die je weer buiten kunt zetten.

    2.7.2 Zaaien

    Siernetelzaad is fijn en heeft licht nodig om goed te kiemen. Zaai het daarom op vochtige zaaigrond, druk het licht aan en dek het niet af met aarde. Houd de zaaibak warm: ongeveer 20 tot 25 graden. Bij gelijkmatige warmte en vocht verschijnen de eerste zaailingen doorgaans al binnen twee weken.

    Zodra de jonge planten hun eerste echte bladeren hebben, kun je ze voorzichtig verspenen (uit elkaar zetten in eigen potjes). Zorg voor veel licht, zodat ze niet uitgerekt en slap uitgroeien. Zaailingen uit één zadenmengsel kunnen overigens flink van elkaar verschillen.

    2.8 Bloeiwijze

    Bloeiwijze siernetel
    De bloeiwijze van de siernetel is best aardig om te zien, maar voor de meeste huiskamertuiniers zijn de bladeren een stuk belangrijker. Afbeleding michael_swan/Flickr

    De siernetel bloeit met slanke, rechtopgaande aren waaraan kleine tweelippige bloemen staan. De bloemen zijn meestal blauwpaars, lila of wit. Binnenshuis vallen de bloemen minder op dan het blad. In de tuin kunnen ze wat meer opvallen, doordat ze populair zijn bij insecten.

    Als je niet geïnteresseerd bent in het zelf oogsten van zaden, kun je overwegen om de bloeiaren weg te knippen. Bij vroeg bloeiende typen worden ze vaak verwijderd om de bladgroei en compacte vorm langer te behouden. Moderne cultivars zijn overigens vaak geselecteerd op laat of weinig bloeien. Vind je het te veel gedoe, of vind je de bloemetjes wel aardig om te zien, dan kun je ze gerust laten zitten. Heel veel verschil zal het in de praktijk niet maken.

    2.9 Ziektes en plagen

    Het blad van siernetels is niet alleen aantrekkelijk om te zien, maar het trekt helaas ook diverse plaagdieren aan. Deze kamerplanten kunnen last krijgen van bladluizen, witte vlieg, wolluis, schildluis en spint. Controleer vooral jonge scheuten en de onderkant van het blad als de groei stokt, bladeren verkleuren of er plakkerige plekken verschijnen. Een kleine aantasting is gemakkelijker aan te pakken dan een plaag die zich al door de hele plant heeft verspreid. Algemene tip: zet een sterk aangetaste plant buiten (als dat kan) en zet hem een aantal maal onder de tuinslang. Heb je geen buitenruimte, dan kan een flinke snoeibeurt ook veel verlichting geven.

    Bij langdurig natte en slecht drainerende grond kan wortelrot optreden. Daarnaast kunnen siernetels valse meeldauw krijgen; daarbij kunnen hoekige bruine plekken, vergeling, bladval en een donzige grijs- tot violetachtige aanslag aan de onderkant van het blad optreden. Koel en vochtig weer bevordert die ziekte. Zorg voor luchtcirculatie rondom de plant, houd het blad niet onnodig langdurig nat en verwijder zwaar aangetast materiaal.

    2.10 Verzorging als eenjarige of kuipplant

    Siernetels zijn niet winterhard, maar kunnen in de zomer prima buiten staan, in potten, bakken en borders. Zet ze pas buiten als de kans op vorst voorbij is. Laat kamer- of kasplanten geleidelijk wennen aan wind en direct zonlicht.

    Buiten droogt een siernetel in een pot snel uit, zeker bij warm en zonnig weer. Controleer de grond daarom vaak en geef royaal water. Tegen het einde van de zomer kun je kiezen: de plant als eenjarige behandelen, een compact exemplaar binnen overwinteren of enkele stekken nemen om de volgende lente weer buiten te zetten.

    3. Siernetel (Coleus scutellarioides) kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

    Siernetel (Coleus scutellarioides) 2

    Siernetels zijn in Nederland zowel als plant als in zaadvorm te koop, maar het aanbod verschuift met het seizoen. De planten zie je vooral in het voorjaar en de zomer bij tuincentra, kwekerijen en dergelijke. Zaad is ook online verkrijgbaar. Soms kom je ook namen zoals Coleus blumei of Solenostemon scutellarioides tegen; dat zijn verouderde namen voor dezelfde soort.

    Aangezien deze planten nogal expressief zijn, zijn er eigenlijk maar weinig aandachtspunten als je er eentje koopt. Je ziet namelijk vanzelf al of het een gezond exemplaar is. Hooguit loont het om nog even goed te kijken naar eventuele plaaginsecten, in elk geval als je de plant als kamerplant wilt gaan houden. Witte vlieg (check de onderkant van de bladeren!) en bladluis komen nog best weleens voor, zeker bij planten die in de buitenlucht aangeboden worden.

    Voor zover ons bekend, is de siernetel niet giftig voor mensen. Wel kan het sap lichte huidirritatie veroorzaken. Voor honden en katten geldt de siernetel als giftig; inname kan onder meer braken en diarree veroorzaken. Zet de plant daarom buiten bereik van dieren en kinderen die aan kamerplanten kunnen knabbelen.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Lidcactus: kopen en verzorging
    1 dag geleden by Pieter

    wat leuk! Mijn lidcactus is ook een stekje van mijn oma. Gekregen toen ik 43 jaar geleden op kamers ging.


    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging
    11 dagen geleden by Stijn

    Hoi Elly, Ja, dat zal waarschijnlijk de oorzaak zijn. Nu eerst even enkele weken geen water geven, dan trekt-ie als het goed is vanzelf weer…


    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging
    11 dagen geleden by Elly

    Bedankt ik heb er een gekregen bladeren worden geel en vallen eraf waarschijnlijk heb ik teveel water gegeven


    Pachira aquatica: kopen en verzorging
    1 maand geleden by Bieke

    Heel nuttige en knappe beschrijving voor verzorging pachira!


    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    3 maanden geleden by Stijn

    Hoi Claar, Bij een gezond exemplaar: ja, dat gaat eigenlijk altijd goed. Zorg wel dat je het doet op een moment dat de plant goed…


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Over ons • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz