
De caladium is een tropische kamerplant die je vooral in huis haalt voor de bladeren: dun als papier, hart- tot pijlvormig en in allerlei fel contrasterende kleuren. En, ongebruikelijk voor een tropische bladplant: hij leeft op het ritme van de seizoenen en trekt zich elk najaar even terug in zijn knol. Hoe zorg je bij caladiums voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:
1. Inleiding: wat is de caladium voor plant?
Caladiums worden gehouden als bladplant, en wel als één van de meest uitbundige die er bestaan. Waar de meeste sierbladeren het moeten hebben van een afwijkende tint groen of hooguit een streepje variëgatie, kan een caladiumblad er als een schilderspalet uitzien: een witte ondergrond met groene aderen, een roze hart met een donkergroene rand, of rode spikkels over de hele bladschijf. Geen twee bladeren zijn precies gelijk. In ruil voor al dat vertoon vraagt de plant wel iets terug, en dat begint met begrijpen waar hij vandaan komt en hoe hij groeit. Dat behandelen we hieronder, voordat we bij het kopje Verzorging caladium verderop in dit artikel echt concreet worden.
1.1 Habitat en herkomst
Het geslacht Caladium komt oorspronkelijk uit tropisch Midden- en Zuid-Amerika. Het zwaartepunt ligt in Zuid-Amerika, met veel soorten in en rond het Amazonegebied, maar het natuurlijke verspreidingsgebied loopt verder: van delen van Midden-Amerika tot in Noordwest-Argentinië. Inmiddels is de plant via de sierteelt over de hele wereld verspreid en hier en daar zelfs verwilderd, onder meer in tropisch Azië, West-Afrika en op verschillende eilanden in de tropen.
In zijn natuurlijke omgeving groeit de caladium in open plekken in het bos en langs rivieroevers (zie ook de afbeelding onder het volgende kopje), en dat is voor de verzorging een belangrijk gegeven. Dit is dus geen plant van de zeer donkere tropische bosbodem; hij houdt van warmte, een vochtige bodem en geen schaduw, maar gefilterd licht. Cruciaal is dat zijn leefgebied een uitgesproken seizoensritme kent, met een nat groeiseizoen en een droger seizoen (de variatie zit in de neerslag, niet in bijvoorbeeld de temperatuur of de daglengte). In die droge periode sterft het bovengrondse blad af en overleeft de plant ondergronds als knol, om bij de volgende regens weer uit te lopen. Dat ritme houdt de caladium ook in de huiskamer vast. Voor sommige huiskamertuiniers is dat even wennen: als je het niet weet, zou je gemakkelijk kunnen denken dat je plant doodgaat. Hoe je hiermee omgaat, bespreken we bij het kopje Winterrust verderop in dit artikel.
1.2 Groeiwijze

De caladium is een knolplant. Onder de grond zit een afgeplatte, ronde knol, die als opslagorgaan dient en waaruit alle bladeren rechtstreeks omhoogkomen. Een echte stam of stengel maakt de plant niet; de bladeren zitten op lange, slanke bladstelen die los uit de knol ontspringen, ongeveer zoals dat ook bij een colocasia gaat. Een volwassen exemplaar blijft daardoor mooi bossig en wordt in de huiskamer doorgaans zo’n 30 tot 50 centimeter hoog, al kunnen royaal verzorgde exemplaren een stuk groter uitvallen.
Het blad is waar het bij deze planten om te doen is. Het is hartvormig tot pijlvormig, met een fraai golvende rand, en het is opvallend dun, bijna doorschijnend. Daar dankt de caladium zowel zijn schoonheid als zijn kwetsbaarheid aan. Een dik, leerachtig blad zoals dat van een rubberboom incasseert een verdwaalde zonnestraal of een tochtvlaag zonder morren; een caladiumblad krijgt onder dezelfde omstandigheden vrij snel bruine, verbrande of verschroeide plekken. Het is geen toeval dat dit broze, kleurige blad steeds opnieuw vergeleken wordt met dat van de calathea, een andere bladplant die het van fijne bladtekeningen moet hebben en die een vergelijkbaar zorgzame hand verlangt.
Wat de caladium verder kenmerkt, is zijn uitgesproken seizoensgroei. In het voorjaar en de zomer groeit hij hard en maakt hij het ene na het andere blad. Tegen het najaar laat hij de bladeren bewust verwelken en trekt hij zijn energie terug in de knol. Dat komt dus niet door een ziekte, maar het is gepland gedrag, zoals we nader uitleggen bij het kopje Winterrust verderop. Ten slotte kan de plant ook bloeien, maar dat is eigenlijk geen zelfstandig dragende reden om hem aan te schaffen; zie daarvoor het kopje Bloeiwijze verderop in dit artikel.
1.3 Stamboom en verwante kamerplanten
De caladium hoort thuis in de familie Araceae, de aronskelkfamilie, binnen de orde Alismatales en de groep der eenzaadlobbigen (monocots). Dat is meteen de laagste rang die we met zekerheid kunnen aanwijzen als gedeelde noemer met andere kamerplanten op deze site. En dat is een rijk gezelschap, want de aronskelkfamilie levert ongewoon veel bekende huiskamerplanten: denk aan Alocasia, Colocasia, Anthurium, Aglaonema, Philodendron en Spathiphyllum. Allemaal familie dus, al is het op enige afstand.
Wil je het nauwkeuriger, dan zit Caladium binnen die familie in de onderfamilie Aroideae en de tribus Caladieae. Die tribus omvat onder meer Caladium, Xanthosoma en Syngonium. De gelijkenis met de andere olifantsoren, zoals Alocasia en Colocasia, is dus niet toevallig, maar botanisch zit de caladium het dichtst bij zijn mede-Caladieae, een doorgaans kleurige en ietwat tere tak van de aronskelkfamilie.
1.4 Soorten

Het geslacht Caladium is vrij bescheiden, met circa 20 beschreven soorten. Voor de huiskamertuinier is er echter eigenlijk maar één die telt: Caladium bicolor. Vrijwel alles wat in de handel als caladium wordt aangeboden, gaat op deze ene soort terug, al dan niet vermengd met genen van een enkele andere verwant. Je komt gekweekte planten ook nog tegen onder de naam Caladium × hortulanum, maar die wordt tegenwoordig meestal bij Caladium bicolor ondergebracht.
De soortnaam bicolor betekent simpelweg tweekleurig, wat suggereert dat de naamgever een telfout heeft gemaakt, zeker als je naar moderne variëteiten kijkt. Sinds de negentiende eeuw is er namelijk zo lustig op losgekruist dat er inmiddels meer dan duizend benoemde cultivars in omloop zijn, die bepaald niet beperkt zijn tot slechts twee kleuren – vaak zelfs niet eens op één en hetzelfde blad. Over de verzorging van al die afzonderlijke kweekvormen valt eigenlijk weinig bijzonders te zeggen, want de onderlinge verschillen zitten vrijwel uitsluitend in het uiterlijk. De tips bij het kopje Verzorging caladium hieronder gelden dus voor zo goed als alle caladiums. Een kleine, vrij willekeurige greep uit het enorme aanbod:
- C. bicolor ‘Candidum’: een klassieker, met spierwitte bladeren en een fijn netwerk van groene nerven.
- C. bicolor ‘Aaron’: wit hart met een brede groene rand; relatief gemakkelijk en wat robuuster dan gemiddeld.
- C. bicolor ‘Carolyn Whorton’: roze bladeren met dieprode nerven en een groene rand, een van de meest geliefde roze vormen.
- C. bicolor ‘Freida Hemple’: egaal dieprood blad met een smalle groene rand.
- C. bicolor ‘Red Flash’: grote groene bladeren met rode nerven en een spetterpatroon van roze vlekjes.
- C. bicolor ‘White Christmas’: wit met fijne groene nervatuur, ietwat lijkend op ‘Candidum’ maar contrastrijker.
- C. bicolor ‘Miss Muffet’: een compacte dwergvorm, met lichtgroen blad.
Eén ding valt op zodra je door een caladiumassortiment bladert: de cultivarnamen zijn opvallend vrolijk. Naast keurige eerbetonen als ‘Carolyn Whorton’ kom je ook ‘Party Punch’, ‘Sunset’ en ‘Miss Muffet’ tegen. Achter al die namen schuilen grofweg twee verschillende typen planten, die we hieronder apart bespreken.
1.4.1 Hartbladige caladiums
Dit is het klassieke type, in het Engels ‘fancy-leaved’ genoemd. Deze caladiums hebben grote, brede, hartvormige bladeren op lange bladstelen. Het zijn de echte blikvangers, met de meest uitgesproken kleuren. Tegelijk zijn ze het gevoeligst: hoe groter en dunner het blad, hoe sneller het verbrandt in de zon of scheurt bij aanraking. Hartbladige soorten zoals ‘Candidum’, ‘Carolyn Whorton’ en ‘Aaron’ staan het liefst op een lichte plek zonder directe zon, zoals we beschrijven bij het kopje Standplaats verderop in dit artikel.
1.4.2 Bandbladige caladiums
Het tweede type, in het Engels ‘strap-leaved’ (riem- of bandvormig), heeft kleinere, smallere en spitsere bladeren, maar wel veel meer ervan. Daardoor groeit zo’n plant compacter en voller, en blijft hij beter in vorm op een krappe standplaats. Bovendien verdragen deze bandbladige caladiums doorgaans iets meer licht en zijn ze wat minder kieskeurig dan hun grootbladige verwanten. Wil je dus een caladium voor een wat zonniger vensterbank of gewoon één die net wat minder veeleisend is, dan zijn cultivars als ‘Florida Sweetheart’ en het al genoemde dwergje ‘Miss Muffet’ een verstandige keuze.
2. Verzorging caladium

Caladiums kunnen bijzonder fraai zijn, maar het zijn ook een beetje prinsessen-op-de-erwt. Anders gezegd: dit zijn niet de gemakkelijkste kamerplanten. Ze vragen warmte, vocht en gefilterd licht, en ze houden er bovendien een eigenzinnige jaarcyclus op na waar je beslist rekening mee moet houden. Maar onoverkomelijk is dat allemaal niet, en als je het ze op de onderstaande punten een beetje naar de zin kunt maken, word je beloond met tal van prachtige bladeren. We lopen de verzorging hieronder puntsgewijs langs. Het belangrijkste, telkens terugkerende thema is dat deze plant in de zomer groeit en in de winter rust; dat verklaart veel van wat hieronder volgt.
2.1 Water geven

Tijdens het groeiseizoen wil de caladium een gelijkmatig vochtige potkluit. Die dunne bladeren bevatten weinig reserves, dus zodra de grond te ver uitdroogt, gaan ze subiet slap hangen. Vaak veren ze na een gietbeurt wel weer op, maar maak er geen gewoonte van. Geef daarom liever wat vaker een kleine hoeveelheid dan af en toe een stortbui, en laat de bovenste laag potgrond tussendoor net iets opdrogen.
Tegelijk geldt: de knol mag niet permanent in het water staan. Anders dan zijn moerasminnende neef, de colocasia, is de caladiumknol wél gevoelig voor rot. Zorg dus altijd voor een pot met drainagegaten en laat geen overtollig water in het schoteltje staan. Tegen het najaar, als de plant zich begint terug te trekken, bouw je de watergift af; zie daarvoor het kopje Winterrust verderop in dit artikel.
2.2 Temperatuureisen
Caladiums zijn warmteminnend. In het groeiseizoen voelen ze zich het prettigst bij temperaturen tussen grofweg 18 en 27 graden Celsius. Echt koud verdragen ze slecht: bij temperaturen onder de 15 graden stokt de groei al. Koude tocht is helemaal funest voor het tere blad. Houd de temperatuur dus liefst stabiel en aan de hoge kant. Als de plant met het najaar in zijn winterrust gaat, geldt er een ander, koeler temperatuurregime; daarvoor verwijzen we naar het kopje Winterrust hieronder.
2.3 Standplaats
De ideale standplaats is licht maar zonder directe middagzon. Veel helder, gefilterd licht houdt de kleuren mooi intens, terwijl felle zon de dunne bladeren onherroepelijk verschroeit. Een plek bij een raam op het oosten of noorden, of een paar meter van een fel zuidraam af, werkt doorgaans goed. Wat zachte ochtend- of avondzon is geen probleem.
Daarnaast stelt de caladium prijs op een wat hoger dan gemiddelde luchtvochtigheid, iets wat hij deelt met veel tropische bladplanten. In de gemiddelde, in de winter warmgestookte woonkamer is de lucht daarvoor eigenlijk te droog, wat een van de redenen is dat de plant het hier zo lastig heeft. Een plekje in een vochtiger ruimte zoals een lichte badkamer kan helpen, mits het er warm genoeg blijft. Houd er bij de keuze van de standplaats ook rekening mee dat bandbladige (strap-leaved) caladiums wat meer licht verdragen dan de grotere hartbladige (fancy-leaved); zie het kopje Soorten hierboven.
2.4 Voeding
Een plant die in een paar maanden tijd een hele bos blad uit een knol tevoorschijn tovert, kan wat ondersteuning gebruiken. Geef daarom tijdens het groeiseizoen, ruwweg van mei tot en met augustus, ongeveer eens per twee weken een verdunde dosis vloeibare kamerplantenvoeding. Zodra de plant zich tegen het najaar begint terug te trekken, stop je met bemesten.
2.5 Verpotten

Het natuurlijke moment om te verpotten of een nieuwe knol op te potten is het voorjaar, wanneer de plant uit zijn winterrust begint te ontwaken. Vanaf maart of april zit je meestal goed; eind februari kan ook, maar alleen als je de knol vanaf dan echt warm kunt zetten. Gebruik een luchtige, voedzame potgrond die water goed doorlaat; je kunt gewone kamerplantenpotgrond luchtiger maken door er wat orchideeën- of kokosgrond doorheen te mengen. Kies vooral een pot met een goed afvoergat, en neem, als vuistregel, een pot die ongeveer twee keer zo breed is als de knol.
Leg de knol met de knobbelige, bobbelige kant (de groeipunten) naar boven, en bedek hem met zo’n twee tot vijf centimeter grond. Twijfel je over de juiste kant? Kijk dan naar de vorm: de bovenkant is meestal het meest afgeplat en draagt de groeipunten, de onderkant is ronder. Zet de opgepotte knol vervolgens warm en licht weg en houd de grond licht vochtig. In koele grond gebeurt er weinig en neemt de kans op rot toe. Binnen enkele weken verschijnen de eerste bladeren. Hoe je vanuit één knol meerdere planten maakt, lees je bij het kopje Vermeerderen hieronder.
2.6 Snoeien
Snoeien in de gebruikelijke zin is bij de caladium niet aan de orde: knip je een gezond blad af, dan groeit dat niet opnieuw aan. Wat je wél kunt doen, is gele of verwelkte bladeren bij de voet weghalen. Voor de plant maakt het weinig uit, maar het ziet er een stuk verzorger en fraaier uit. Tegen het najaar zul je dat steeds vaker moeten doen, want dan sterven de bladeren een voor een af als onderdeel van de winterrust; dat is normaal en geen reden tot paniek (zie het kopje Winterrust verderop in dit artikel). Draag bij het wegknippen bij voorkeur handschoenen, want het plantensap kan de huid irriteren – zie het kopje Caladium kopen onderaan.
2.7 Vermeerderen
Caladiums zijn niet te stekken; uit een afgesneden blad of bladsteel groeit nooit een nieuwe plant. De voor de hand liggende vermeerderingsmethode loopt daarom via de knol. Daarnaast is zaaien mogelijk, al is dat meer iets voor de liefhebber. We bespreken beide hieronder.
2.7.1 Knol delen
De eenvoudigste en betrouwbaarste manier is het delen van de knol, en het beste moment daarvoor is het voorjaar, vlak voordat je opnieuw oppot. Haal de knol uit de grond en bekijk waar de groeipunten (de bobbeltjes of ‘ogen’) zitten. Snijd de knol met een schoon, scherp mes in stukken, en zorg dat elk stuk minstens één groeipunt heeft. Laat de snijvlakken een dag drogen om rot te voorkomen, en pot de delen vervolgens op. Gebruik handschoenen – het sap kan irriterend zijn voor de huid.
2.7.2 Zaaien
Zaaien kan, maar is voor de huiskamertuinier nauwelijks praktisch. Caladiums bloeien binnenshuis zelden, en als ze al zaad zetten, leveren de cultivars geen identieke nakomelingen op, niet eens per se fraaie varianten ervan. Wil je het toch proberen, dan zaai je het verse zaad warm en op een licht vochtig substraat. Houd er rekening mee dat het lang kan duren voordat de zaailingen een aansprekend formaat bereiken.
2.8 Bloeiwijze

De bloeiwijze is, zoals bij wel meer aronskelkachtigen, niet echt het hoogtepunt van de plant. Verschijnt er een bloem, dan bestaat die uit een smalle bloeikolf omgeven door een groenwit schutblad: aardig om eens van dichtbij te bekijken, maar bepaald geen kleurenspektakel van het soort dat de bladeren tentoonspreiden; zie ook de foto hierboven. Het is dan ook niet bijster betreurenswaardig dat je binnenshuis sowieso niet vaak bloei zult meemaken.
2.9 Ziektes en plagen
Op zichzelf is de caladium niet bijzonder plaaggevoelig, maar de combinatie van dun blad en de droge lucht van een verwarmde kamer maakt hem vatbaar voor spint, en, in mindere mate, luis. Check daarom regelmatig even de bladeren van dichtbij en zorg zoveel mogelijk voor een hoge luchtvochtigheid. Het grootste risico komt echter niet van beestjes, maar van je gieter: een knol die te nat en te koel staat, gaat rotten.
2.10 Winterrust
Dit is het onderdeel dat de caladium echt onderscheidt van de meeste andere kamerplanten, en meteen de oorzaak van menig vals alarm. Tegen het najaar, als de dagen korter worden en het koeler wordt, laat de plant zijn bladeren één voor één verwelken en afsterven, totdat er bovengronds niets meer over is. Dat ziet er dramatisch uit, maar het is volkomen normaal: de plant trekt zich, net als in zijn tropische thuisland tijdens het droge seizoen, terug in zijn knol om de ongunstige periode te overbruggen. In de tuin zou je dat doodnormaal vinden; in de huiskamer moeten veel mensen er nog even aan wennen, maar het is precies hetzelfde verschijnsel. In een winters loofbos zie je immers ook geen enkel groen blaadje.
Zodra de bladeren beginnen af te sterven, bouw je de watergift af tot, uiteindelijk, nul. Vervolgens heb je twee opties. Je kunt de knol gewoon in de pot laten zitten en die droog en warm wegzetten (of gewoon ergens in je verwarmde woonkamer laten staan). Of je graaft de knol op, maakt hem schoon en bewaart hem droog, bijvoorbeeld in wat droge potgrond, vermiculiet of stro. Bewaar de knol warm genoeg, liefst rond de 18 tot 21 graden en in elk geval niet onder ongeveer 16 graden; kou is voor caladiumknollen een veel groter probleem dan bij veel andere overwinterende knollen. In het voorjaar haal je de knol weer tevoorschijn en pot je hem op zoals beschreven bij het kopje Verpotten hierboven, waarna de cyclus opnieuw begint.
2.11 Overige tips bij de verzorging
Tot slot een paar losse aandachtspunten. Sproeien is vaak sowieso niet echt zinvol om de luchtvochtigheid duurzaam te verhogen, maar caladiums krijgen daarvan bovendien al snel opvallende kalkvlekken op de bladeren. Verder vervangen caladiums hun bladeren regelmatig, ook tijdens het groeiseizoen; zo lang de plant ook nieuwe bladeren aanmaakt, is een enkel vergelend blad hier en daar geen reden tot zorg.
3. Caladium kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

Een caladium kun je op twee manieren in huis halen: als opgekweekte plant of als kale knol. Opgekweekte planten vind je in het tuincentrum en bij de wat beter gesorteerde bloemist, maar vooral in het voorjaar en de zomer; buiten het seizoen is het aanbod mager, simpelweg omdat de planten dan in winterrust zijn. Het voordeel van een uitgelopen plant is dat je precies ziet welk bladpatroon je krijgt, wat gezien de enorme variatie aan cultivars bepaald geen overbodige luxe is.
De knol kopen is doorgaans goedkoper, en zeker via internet is het assortiment dan veel ruimer. Bovendien is het op zijn eigen manier een leuk project om een plant vanaf de knol op te kweken. Let er bij het kopen van een knol op dat hij mooi stevig is en geen zachte of beschimmelde plekken heeft. Zichtbare groeipunten zijn een pré, en in het algemeen geldt: hoe groter en zwaarder de knol, hoe forser de plant die je er in het eerste seizoen uit krijgt. Hoe je de knol vervolgens opzet, lees je bij het kopje Verpotten eerder in dit artikel.
Een naamkundig dingetje om op te letten: een officiële Nederlandse naam heeft de caladium nooit gekregen. In de handel duikt hij weleens op als ‘engelenvleugels’ en, verwarrend genoeg, soms als ‘olifantsoor’. Die laatste naam wordt ook gebruikt voor alocasia’s, de colocasia’s en Xanthosoma.
Tot besluit een belangrijke waarschuwing: alle delen van de caladium zijn giftig. De plant zit, net als zijn verwanten, vol met naaldvormige calciumoxalaatkristallen, die bij aanraking de huid kunnen irriteren en bij inslikken voor flink ongemak in mond en keel zorgen. Voor mensen blijft dat meestal lokaal en tijdelijk, maar bij kinderen, honden en katten kan het vervelend uitpakken en is voorzichtigheid gewoon verstandig. Zet de plant dus buiten hun bereik en draag handschoenen als je hem verpot of de knol deelt.
We sluiten af met een geestig weetje over de herkomst van caladiumknollen in de handel. Meer dan 90 procent van de caladiumknollen op de wereldmarkt wordt geteeld in en rond het kleine plaatsje Lake Placid in de Amerikaanse staat Florida. Lake Placid noemt zichzelf dan ook zonder enige terughoudendheid de ‘Caladium Capital of the World’ en wijdt er sinds 1990 elk jaar een heus caladiumfestival aan. De plaatselijke telers vergelijken hun velden vol kleurige bladeren graag met de Nederlandse bollenvelden in het voorjaar. Als je echt iets speciaals zoekt, kan het dus lonen om in het Engels te zoeken.
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.
