• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Kamerplanten » Zamia: kopen en verzorging

    Zamia: kopen en verzorging

    Zamia furfuracea

    De zamia is een opvallend stoere kamerplant met dikke, stijve bladeren en een palmachtig voorkomen. In de handel gaat het vrijwel altijd om Zamia furfuracea, de soort die in het Engels cardboard palm, kartonpalm, heet (zie de foto hierboven). Vergis je alleen niet: botanisch gezien is dit helemaal geen palm, maar een vertegenwoordiger van een andere, bijzonder oude, bijna fossiele plantenlijn. Hoe zorg je bij zamia’s voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:

    1. Inleiding: wat is de zamia voor plant?
      1. Habitat en herkomst
      2. Groeiwijze
      3. Stamboom en verwante kamerplanten
      4. Soorten en cultivars
        1. De soort Zamia furfuracea
        2. De bonte cultivar
        3. Andere Zamia-soorten en aanverwante cycaden
    2. Verzorging zamia
      1. Water geven
      2. Temperatuureisen
      3. Standplaats
      4. Voeding
      5. Verpotten
      6. Snoeien
      7. Vermeerderen
        1. Zaaien
        2. Scheuten en zijknollen
      8. Bloeiwijze
      9. Ziektes en plagen
      10. Overige tips bij de verzorging
    3. Zamia kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
    4. Reacties

    1. Inleiding: wat is de zamia voor plant?

    De zamia oogt op het eerste gezicht als een gedrongen palm of een wat fors uitgevallen varen. Het is dan ook geen toeval dat in de Nederlandse handel zowel de naam kartonpalm als palmvaren opduikt – of zelfs zamiapalm. Die namen zijn botanisch gezien echter een beetje misleidend. Zamia furfuracea is namelijk geen palm. De plant behoort tot de cycaden: naaktzadigen die dichter bij coniferen staan dan bij palmen, varens of gewone bloemplanten.

    Daarmee is de zamia een tamelijk uitzonderlijke huiskamergast. Cycaden vormen een heel oude groep zaadplanten, met een fossiele geschiedenis die teruggaat tot ruim vóór de tijd waarin bloemplanten het plantenrijk gingen domineren. Waar zamia’s van nature voorkomen, hoe ze daar groeien en welke soorten en kweekvormen er in de handel zijn bespreken we hieronder.

    1.1 Habitat en herkomst

    Zamia integrifolia
    Z. integrifolia in het wild aan de kust bij Palm Beach, Florida, in de VS. Goed te zien is dat deze planten al snel breder worden dan ze hoog zijn. Afbeelding Scott Zona/Flickr

    Onze kamer-zamia, Zamia furfuracea, is endemisch in Mexico. Nauwkeuriger gezegd: het natuurlijke verspreidingsgebied ligt in de kuststreek van de deelstaat Veracruz, aan de Golf van Mexico. Daar groeit de plant in kustduinen, op zandige bodems en op rotsige hellingen, vaak in open begroeiing of lichte halfschaduw. De bodem is er arm en goed doorlatend, de lucht warm, en langdurig natte voeten zijn er bepaald niet de bedoeling. Als je zo’n natuurlijke standplaats voor ogen houdt, heb je eigenlijk al de halve verzorging te pakken; zie ook het kopje Standplaats verderop in dit artikel.

    Veel groter is het natuurlijke verspreidingsgebied niet. De soort komt voor in een relatief smalle kustzone, en daarbinnen zijn de populaties bovendien versnipperd. Door kustontwikkeling, landbouw, verandering van landgebruik en illegale verzameling voor de sierplantenhandel is in de afgelopen decennia veel druk op de wilde populaties komen te staan. Zamia furfuracea staat daarom op de Rode Lijst van de IUCN als bedreigd. Internationale handel valt bovendien onder CITES Appendix II, zoals bij vrijwel alle Zamia-soorten het geval is. Dat betekent niet dat de plant niet verhandeld mag worden, maar wel dat de uitvoer van wilde planten aan regels en vergunningen is gebonden.

    In Nederland en België aangeboden zamia’s zijn bij reguliere verkooppunten doorgaans kweekplanten. Als je die koopt, laat je de natuurlijke populatie dus in stand. Bij internationale online aankoop van opvallend grote, oude of wonderlijk goedkope planten is enige oplettendheid wel verstandig. Zie daarvoor ook het kopje Zamia kopen onderaan dit artikel.

    1.2 Groeiwijze

    De zamia is geen plant voor ongeduldige huiskamertuiniers. Jonge planten vertonen dikwijls amper groei, zeker in de huiskamer. Het kan decennia duren voordat je een beetje in de buurt komt van het uiteindelijke formaat. Volwassen exemplaren bereiken met blad vaak ongeveer één tot anderhalve meter hoogte, met een spreiding in de breedte die in gunstige omstandigheden richting twee meter kan gaan.

    De stam is bij de zamia een opmerkelijk geval. Hij blijft kort en gedrongen, zit bij jonge planten deels onder de grond en kan bij oudere planten wat meer boven de grond uitkomen. Botanisch gezien is het een verdikte caudex: een soort plantaardige opslagtank voor water en reservevoedsel. Op die manier kan de plant droge periodes goed doorstaan. Iets vergelijkbaars zien we bij de olifantspoot (Beaucarnea recurvata) en bij de jatropha, al zijn die planten verder botanisch totaal andere types.

    Uit de top van die stam ontspringt een rozet van veervormige bladeren, die per stuk grofweg 50 tot 150 centimeter lang kunnen worden; in ideale omstandigheden soms nog wat langer. Elk blad heeft meestal meerdere paren zeer stijve, leerachtige deelblaadjes. Die deelblaadjes zijn enigszins behaard als ze jong zijn en aan de bovenrand soms wat getand. Precies deze deelblaadjes hebben de plant zijn bekendste Engelse naam opgeleverd: cardboard palm, kartonpalm. Met enige fantasie doen ze inderdaad kartonnig aan: dik, stug en ruw als je eroverheen strijkt.

    Een aardig detail is dat de bladstand mede afhangt van de hoeveelheid licht die de plant krijgt. In veel zon staan de bladeren eerder opgaand, als een soort brede kelk. In lichtere schaduw spreiden ze zich meer horizontaal uit. Twee zamia’s van dezelfde leeftijd kunnen er daardoor behoorlijk verschillend uitzien, afhankelijk van waar ze staan. Bij verplaatsing naar een lichtere of donkerdere plek past de plant zich vervolgens langzaam aan: nieuwe bladeren krijgen de stand die bij de nieuwe omstandigheden past, oudere bladeren blijven nog een tijd hangen zoals ze gegroeid zijn.

    De zamia is bovendien tweehuizig. Dat betekent dat er mannelijke en vrouwelijke planten bestaan, en dat één plant dus niet zomaar beide typen voortplantingsorganen produceert. Op volwassen leeftijd verschijnen er geen bloemen, maar kegels, vergelijkbaar met de kegels van coniferen. De vrouwelijke kegel is groot, roestbruin en eivormig, en kan bij rijpheid felrode zaden vrijgeven. De mannelijke kegels zijn slanker en produceren stuifmeel. Meer hierover bij het kopje Bloeiwijze verderop.

    1.3 Stamboom en verwante kamerplanten

    Zamia furfuracea behoort tot de familie Zamiaceae, binnen de orde Cycadales. Dat zijn naaktzadigen: zaadplanten zonder bloemen en vruchten. Cycas revoluta is nog de meest verwante kamerplant, maar die hoort niet tot dezelfde familie; Cycas staat in de familie Cycadaceae. De laagste betrouwbare gedeelde rang is hier dus de orde Cycadales. In gewone mensentaal: zamia en varenpalm zijn geen broers en zussen, maar wel familie op de cycadentak van de plantenstamboom.

    Nauwere familieleden binnen de Zamiaceae zijn onder meer Dioon, Ceratozamia en Encephalartos. Vooral bij liefhebbers duiken die namen weleens op, maar als gewone kamerplant zijn ze veel minder gebruikelijk dan Zamia furfuracea en Cycas revoluta. Dat is misschien maar goed ook: sommige soorten groeien tergend langzaam (dat wil zeggen: nóg langzamer dan zamia’s), zijn streng beschermd en/of kosten een klein fortuin om aan te schaffen.

    1.4 Soorten en cultivars

    In de Nederlandse en Belgische kamerplantenhandel wordt vrijwel uitsluitend Zamia furfuracea aangeboden. Daarbinnen circuleren een paar handelsnamen en enkele bonte of compactere selecties. Verder is er een aantal min of meer gelijkende andere cycaden die soms als zamia worden aangeprezen. We bespreken ze hieronder kort.

    1.4.1 De soort Zamia furfuracea

    De wetenschappelijke naam van de plant is op zichzelf al een aardig stukje botanische geschiedenis. De geslachtsnaam Zamia gaat terug op een klassiek woord dat met dennenappels of dennenappelachtige structuren in verband wordt gebracht. Dat is verrassend passend, want cycaden produceren inderdaad kegels die op afstand wel wat van zulke structuren weg hebben. Linnaeus gebruikte de naam Zamia in de achttiende eeuw voor deze groep planten; de soortnaam Zamia furfuracea werd in 1789 gepubliceerd.

    De soortaanduiding furfuracea komt uit het Latijn en betekent zoiets als zemelachtig, schilferig of melig. Daarmee wordt verwezen naar de fijne, roestbruine schubjes en haartjes die op jonge bladstelen en in het hart van de plant zitten. Dat plantaardige stoflaagje verdwijnt bij oudere bladeren grotendeels.

    In oudere literatuur en in de handel kom je soms nog synoniemen of oude combinaties tegen, waaronder Palmifolium furfuraceum, Zamia crassifolia en Zamia furfuracea var. trewii. De geldige naam is echter Zamia furfuracea. Vooral die laatste naam, var. trewii, duikt af en toe nog op bij compactere of kortbladige planten, maar taxonomisch wordt hij tegenwoordig als synoniem behandeld.

    1.4.2 De bonte cultivar

    Naast de gewone groene soort wordt ook Zamia furfuracea ‘Variegata’ aangeboden: een bonte cultivar met gele of crèmekleurige strepen, vlekken en spikkels op de deelblaadjes. De tekening varieert sterk van plant tot plant en zelfs van blad tot blad. Dat maakt ‘Variegata’ aantrekkelijk voor liefhebbers van bijzondere planten, maar ook wat onvoorspelbaar.

    De verzorging is in grote lijnen gelijk aan die van de groene soort. Wel groeit een bonte zamia gewoonlijk nog wat trager, omdat de lichtgekleurde delen minder bladgroen bevatten. Ook heeft hij iets meer licht nodig om stevig en compact te blijven; zie daarvoor het kopje Standplaats verderop. De verzorging is dus lastiger, terwijl de prijs vaak hoger ligt; bezint eer ge begint, zouden we bijna zeggen.

    1.4.3 Andere Zamia-soorten en aanverwante cycaden

    Het geslacht Zamia omvat tegenwoordig rond de negentig erkende soorten, allemaal uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Veruit de meeste daarvan zijn voor de gewone kamerplantenhandel nauwelijks relevant. Een uitzondering is Zamia integrifolia, de coontie (uitspraak: koentie) of Florida-zamia, die af en toe wordt aangeboden. Die soort heeft smallere, soepeler deelblaadjes en oogt daardoor minder kartonachtig dan Zamia furfuracea.

    Aanmerkelijk algemener in de handel zijn een paar andere cycaden, die op het eerste gezicht aardig op zamia kunnen lijken:

    • Cycas revoluta, ook wel varenpalm, vredespalm of sagopalm genoemd, is waarschijnlijk de bekendste cycade in cultuur. De plant heeft veel langere, smallere bladeren met spitse, stugge deelblaadjes en op leeftijd een duidelijkere stam. Hij is botanisch geen zamia, maar staat wel in dezelfde orde, de Cycadales.
    • Dioon edule en andere Dioon-soorten lijken oppervlakkig sterk op zamia, met een gedrongen postuur en stijve, veervormige bladeren. Dioons groeien nog trager dan zamia’s.
    • Encephalartos-soorten, vooral Encephalartos horridus en Encephalartos ferox, worden door cycadenliefhebbers gretig verzameld. Ze zijn echter streng beschermd en vaak zeer kostbaar.

    2. Verzorging zamia

    Zamia 2

    De zamia heeft de reputatie een zeer dankbare kamerplant te zijn: een plant die het vaak jarenlang volhoudt zonder dat je er veel omkijken naar hebt. Voor een groot deel klopt dat. Een gezonde, eenmaal aangepaste zamia is een van de robuustere kamerplanten die er bestaan. De plant verdraagt droogte goed, vraagt weinig voeding, hoeft zelden te worden verpot en is op een geschikte standplaats grotendeels ongevoelig voor ziektes.

    Tegelijkertijd zijn er wel een paar zaken die hij absoluut niet goed verdraagt. Natte voeten staan met stip op één, helemaal als de plant te koud staat. Enige aandachtspunten moet je dus wel in acht nemen. Hieronder bespreken we de verzorging puntsgewijs.

    2.1 Water geven

    Als je van je zamia een blije plant wilt maken, geef je hem vooral niet te vaak water. De plant slaat in zijn verdikte stam aanzienlijke reserves op; zie ook het kopje Groeiwijze eerder in dit artikel. Die voorraad gebruikt hij om droge periodes te overbruggen. Een gietbeurt om de week tot tweemaal per maand, in de zomer iets vaker dan in de winter, is in de meeste huiskamers ruim voldoende.

    Veel belangrijker dan een precieze gietfrequentie is de stelregel dat de potgrond tussen de gietbeurten door grondig moet opdrogen. Niet alleen aan de oppervlakte, maar liefst tot diep in de pot. Geef je eerder water, dan riskeer je wortelrot. Bij een zamia is helaas niet zelden fataal. Een eenmaal aangetaste plant geeft namelijk vaak laat pas signalen, en is dan niet altijd meer te redden.

    Met een vinger of een houten satéprikker kun je controleren of de grond op dieper niveau al is opgedroogd. Pas als dat zo is, geef je weer water. Geef liever royaal en met ruime tussenpozen dan telkens kleine slokjes. Zo wordt de hele kluit bevochtigd, terwijl de wortels daarna weer de kans krijgen om lucht te happen. Het is eigenlijk net als bij een cactus, of, om een gek zijspoor te noemen, een kameel: in één keer flink bijtanken is beter dan iedere keer een klein slokje. Het opslagorgaan is bij een zamia weliswaar wat minder prominent aanwezig, maar hij heeft het wel degelijk.

    In de winter, bij lagere temperaturen en minder licht, verbruikt de zamia opvallend weinig water; hij groeit dan ook amper. Soms is één gietbeurt per maand al genoeg. Sproeien is in geen geval nodig. De dikke, leerachtige bladeren hebben geen behoefte aan extra luchtvochtigheid, en water dat in het hart van de plant blijft staan kan juist rotting van de groeipunt veroorzaken. Zie ook het kopje Ziektes en plagen verderop.

    2.2 Temperatuureisen

    De zamia is een warmteliefhebber, maar eigenlijk niet enorm veeleisend. Een gewone huiskamertemperatuur, ergens tussen 18 en 25 graden Celsius, bevalt hem prima. In de zomer mag het warmer worden zonder dat de plant daar meteen last van krijgt. Pas bij langdurige hitte, zeker in combinatie met een droge kluit, kan hij er wat vermoeid bij gaan staan.

    Daarentegen is koude echt het beste te vermijden. Onder de 10 graden Celsius wil je zamia’s liever niet hebben. Een volwassen plant kan in een droge, beschutte omgeving soms korte kou verdragen, maar zamia’s zijn in onze contreien echt niet eens een heel klein beetje winterhard. En pas bij een gemiddelde temperatuur van 15 graden of hoger is enige groei aan de orde.

    Zet de plant niet pal naast een koude tochtbron, zoals een vaak geopend raam in de winter of een buitendeur. Zet hem evenmin direct tegen een hete radiator aan. Plotselinge temperatuurwisselingen verdraagt de zamia minder goed dan zijn pantserachtige blad doet vermoeden. Gele deelblaadjes of een afstervende veer kunnen dan zomaar het gevolg zijn. Je mag hem wel betrekkelijk dichtbij radiatoren zetten, mits de temperatuur niet te wisselvallig is, want lage luchtvochtigheid verdragen deze planten dan weer veel beter dan de meeste andere kamerplanten.

    2.3 Standplaats

    De zamia heeft veel licht nodig, maar is binnen vrij vergevingsgezind. In zijn natuurlijke habitat groeit hij zowel in lichte halfschaduw als op open, zonnige plekken. Een plaats vlak voor een raam op het zuiden, westen of oosten is meestal prima. Binnen is directe zon voor deze plant doorgaans geen probleem, zeker niet als de potgrond tussendoor kan opdrogen.

    Op een wat donkerdere standplaats kan de zamia het lang volhouden, maar de groei wordt dan nog trager en de bladeren gaan vaak meer horizontaal uitstaan. Te weinig licht wordt de plant niet snel fataal, maar je ziet hem wel langzaam wegkwijnen; het is geen harde no-go, maar het is wel zonde om hem te donker te zetten.

    In de zomer kan de zamia uitstekend buiten staan, op een terras of balkon. Doe dat pas als de nachttemperaturen niet meer onder de 10 graden zakken, pakweg vanaf eind mei. Wen de plant buiten wel geleidelijk aan de omstandigheden. Een plant die maandenlang achter glas heeft gestaan kan in de volle middagzon buiten alsnog bladschade oplopen.

    Haal de plant in het najaar op tijd weer naar binnen, zeker bij koude nachten of langdurige regen. Buiten kan de zamia veel hebben, maar kou en natte potgrond vormen samen precies de omstandigheden waarbij hij op z’n kwetsbaarst is. Daarentegen is – mits je hem even hebt laten wennen – een hete plek op een zuidelijk balkon, zonder beschutting tegen zon of wind, helemaal prima; geef je hem wat extra water, dan is er mogelijk zelfs daadwerkelijk sprake van groei tijdens de zomermaanden.

    2.4 Voeding

    Zamia’s zijn van nature niet erg veeleisend op het gebied van voeding, mede vanwege hun trage groei. In arme, zandige bodems kunnen ze prima leven, en in een pot met verse potgrond zit meestal al voldoende voeding voor de eerste maanden. Bemest daarom hoogstens één keer per maand in het groeiseizoen, van het late voorjaar tot de vroege herfst, met een sterk verdunde dosis universele kamerplantenvoeding. Een kwart tot de helft van de op de verpakking aangegeven dosering is doorgaans meer dan genoeg.

    Specifieke palmvoeding kan ook, hoewel de zamia zoals gezegd geen palm is. Belangrijk is wel is dat je niet te veel geeft. Overbemesting veroorzaakt zoutophoping in de potgrond, en dat kan wortelschade, gele deelblaadjes en afgestorven bladeren opleveren.

    In de herfst en winter geef je helemaal geen voeding. De plant groeit in die periode nauwelijks; je verhoogt alleen maar de kans op overbemesting, met alle gevolgen van dien.

    2.5 Verpotten

    Door zijn trage groei en bescheiden wortelstelsel heeft de zamia maar zelden een grotere pot nodig. Eens in de drie tot vijf jaar is meestal voldoende, en alleen als je merkt dat de wortels de pot duidelijk hebben gevuld of dat de potgrond structureel is uitgeput. Verpot bij voorkeur in het vroege voorjaar, vlak voordat het groeiseizoen begint.

    Kies altijd een pot met goede afwateringsgaten. Een gesloten sierpot zonder gaten is op termijn een doodvonnis voor deze plant, al staat hij er in het begin misschien heel stijlvol in te verdrinken. Maak de nieuwe pot ook niet veel groter dan nodig. Eén maat groter is doorgaans ruim genoeg. In een te grote pot blijft de grond aan de randen lang nat, terwijl de wortels daar nog niet zijn aangekomen.

    Wat potgrond betreft: als je niets anders voorhanden hebt kun je best opteren voor standaard potgrond, maar we raden je aan om die luchtiger en schraler te maken met grof zand, perliet, puimsteen of fijn lavasplit. Denk aan ongeveer twee delen potgrond op één deel mineraal materiaal. Een goede cactus- of vetplantenpotgrond werkt ook uitstekend. Die benadert de droge, goed doorlatende bodemstructuur die de zamia van nature gewend is. (Een veel helderder voorbeeld dat dit echt geen palm is, kunnen we niet bedenken.)

    Zet de plant na het verpotten ongeveer op dezelfde diepte als daarvoor. De bovenkant van de caudex, die verdikte stamvoet, wil je niet onder een dikke laag potgrond begraven. Dat werkt namelijk rot in de hand. Geef na het verpotten niet meteen water, maar wacht een paar dagen tot een week. Eventueel beschadigde wortels kunnen dan eerst wat herstellen, waardoor het risico op rot nog wat kleiner wordt; direct uit de verpakking is de meeste potgrond immers ook al best vochtig.

    2.6 Snoeien

    Snoeien is bij de zamia eigenlijk niet aan de orde. De plant vertakt niet op een manier die je met snoei kunt sturen, en nieuwe bladeren komen netjes vanuit het hart van de rozet. Wat je wel kunt doen is volledig afgestorven, gele of bruin geworden bladeren weghalen.

    Geef zo’n blad daarbij het voordeel van de twijfel. Zolang er nog duidelijk groen in zit, haalt de plant er nog voedingsstoffen uit terug. Een blad dat helemaal geel of bruin is geworden mag je aan de basis afknippen met een schone, scherpe schaar, zo dicht mogelijk bij de stam, maar zonder de stam zelf te beschadigen. Let daarbij op dat we het dan hebben over het blad in botanische zin: de hele steel, inclusief deelblaadjes. Gele of bruine deelblaadjes kun je heus gewoon verwijderen, daar wint het cosmetische aspect het echt van de plant.

    Draag bij het snoeien het liefste handschoenen en was je handen achteraf. De zamia bevat geen irriterende stekeltjes of haartjes, maar het sap is bij inname (licht) giftig, dus contact kun je het beste vermijden. Meer daarover bij het kopje Overige tips bij de verzorging.

    2.7 Vermeerderen

    Als je hoopte op een snelle voorraad gratis zamia’s voor vrienden, buren en iedereen die ooit heeft gezegd dat je plant leuk is, volgt nu het slechte nieuws: vermeerderen is bij deze plant lastig. Stekken in de gebruikelijke zin van het woord kan praktisch niet. Een afgesneden blad wordt geen nieuwe plant, en de stam laat zich niet behandelen als een gewone kamerplantstengel.

    Er zijn wel twee routes die met geduld en geluk tot een nieuwe zamia kunnen leiden: zaaien en het afnemen van scheuten of zijknollen. Beide vragen meer geduld dan techniek. Dat is bij cycaden trouwens een terugkerend thema.

    2.7.1 Zaaien

    Zamia zaden
    Zamiazaden (van Z. pumila, om precies te zijn, maar de zaden van de meeste zamia’s zien er precies eender uit). Afbeelding Jenny Evans/Flickr

    Het zaaien van zamia’s vereist eerst en vooral zaden. Die komen er bij een kamerplant meestal niet vanzelf, om twee redenen. Ten eerste is Zamia furfuracea tweehuizig. Je hebt dus een mannelijk én een vrouwelijk exemplaar nodig om bevruchting mogelijk te maken; zie ook het kopje Bloeiwijze hieronder. Ten tweede gebeurt de bestuiving in het wild door gespecialiseerde snuitkevers. In oudere literatuur wordt voor deze interactie vaak Rhopalotria mollis genoemd; recenter onderzoek gebruikt voor de bij Zamia furfuracea betrokken kever ook de naam Rhopalotria furfuracea. Maar hoe het ook zij: je treft de juiste bestuiver zelden toevallig op de vensterbank.

    Bij gebrek aan zo’n kever kun je handbestuiving proberen, door op het juiste moment stuifmeel van een mannelijke kegel over te brengen op een vrouwelijke kegel. Op zichzelf niet heel lastig, maar je moet wel bedenken dat je daarvoor niet alleen twee volwassen planten van verschillend geslacht bij elkaar moet hebben, maar ook nog eens twee kegels die precies op het juiste moment rijp zijn. Dat is in de praktijk geen haalbare kaart voor de huiskamertuinier.

    Maar goed, sommige gespecialiseerde kwekers hebben wel degelijk die omstandigheden beschikbaar. En als je van hen vers zaad kunt betrekken, is dat voor de liefhebber best de moeite. Let wel op: vers zaad. Dat kiemt doorgaans het best, terwijl oudere zaden snel aan kiemkracht kunnen verliezen. Verwijder de felrode, vlezige buitenlaag rond het zaad, draag daarbij handschoenen, week de zaden ongeveer een dag in lauw water en leg ze daarna half in een luchtig, licht vochtig mengsel van potgrond en grof zand of perliet. Warmte helpt: rond 25 tot 30 graden Celsius is ideaal. Daarna is vooral geduld nodig. Soms zie je binnen enkele weken activiteit, soms pas na maanden. Ja, en natuurlijk duurt het daarna nog vele jaren tot je een substantiële plant hebt – nogmaals dit is iets voor liefhebbers.

    2.7.2 Scheuten en zijknollen

    Een praktischere route, mits je geluk hebt, is het afnemen van een zijscheut of zijknol. Volwassen Zamia furfuracea-planten produceren soms een tweede, kleine groeipunt naast de hoofdstam. Zo’n zijknolletje vormt zijn eigen bladrozet en, na verloop van tijd, ook zijn eigen wortelsysteem.

    Wacht totdat het zijscheutje minstens één paar eigen bladeren heeft ontwikkeld. Steek het dan in het vroege voorjaar voorzichtig af met een schoon, scherp mes. Neem ruim wortels mee, voor zover die aanwezig zijn, en plant het scheutje in een kleine, goed gedraineerde pot met een schraal potgrondmengsel; zie ook het kopje Verpotten. Geef het wondvlak een paar dagen de tijd om te drogen en houd de grond daarna voorzichtig vochtig, niet nat, totdat er duidelijke groei zichtbaar wordt.

    Ook langs deze weg heb je geduld nodig. Reken eerder in jaren dan in maanden voordat het jonge exemplaar een serieus kamerplantformaat heeft. Ergens ook juist de charme van deze planten: zoals dat misschien wel past bij een levend fossiel hebben ze weinig haast.

    2.8 Bloeiwijze

    Zamia met kegels
    Een ‘bloeiende’ zamia in een park in Hawaï. Afbeelding Forest & Kim Starr/Flickr

    Strikt genomen bloeit de zamia niet. Bloemen zijn een uitvinding van de bedektzadigen, de bloemplanten, en cycaden horen daar nadrukkelijk niet bij. Zij zijn naaktzadigen, net als coniferen. In plaats van bloemen produceren ze op volwassen leeftijd kegels: voortplantingsstructuren die bij Zamia furfuracea overigens behoorlijk opvallend zijn – in het dagelijks spraakgebruik zouden we het zeker een bloeiwijze noemen.

    De vrouwelijke kegel van Zamia furfuracea is eivormig, roestbruin en grofweg 15 tot 20 centimeter lang. Bij rijpheid barst hij langzaam open, waarna rijen felrode tot karmijnrode zaden zichtbaar worden. De mannelijke kegels zijn smaller en langgerekt, vaak met meerdere tegelijk, en produceren gedurende een kort tijdvenster geel stuifmeel.

    Voor de huiskamertuinier blijft dit meestal theoretisch. Binnenshuis komen zamia’s zelden tot kegelvorming, en als het al gebeurt is het doorgaans bij oudere, zeer goed groeiende exemplaren met een stevige stam en veel licht.

    Een opvallend detail is dat cycaden tijdens de kegelfase thermogeen kunnen zijn: de kegels produceren zelf warmte. Bij Zamia furfuracea speelt die warmte waarschijnlijk een rol bij het aantrekken en sturen van gespecialiseerde bestuivers. Wetenschappelijk is aangetoond dat die de warmte zelf, via infraroodstraling, als signaal kan werken voor snuitkevers die de kegels bezoeken. Welbeschouwd tamelijk geavanceerd voor een miljoenen jaren oude plant.

    2.9 Ziektes en plagen

    Onder goede omstandigheden – voldoende licht, droge winter, een goed doorlatende pot – is de zamia opmerkelijk weinig vatbaar voor ziektes en plagen. Dat komt mede door het stevige, leerachtige blad en door de gifstoffen die cycaden van nature produceren.

    Eén plaag steekt wel regelmatig de kop op: schildluis. Deze kleine, schaalvormige insecten zetten zich vast op de hoofdnerf, de bladstelen en soms aan de onderkant van de deelblaadjes. Je herkent ze aan kleine harde, bruine of grijze schildjes die eerst gemakkelijk voor een verkleuring van de plant zelf worden aangezien. Schildluis verzwakt de plant langzaam en kan plakkerige honingdauw achterlaten, waarop later roetdauwschimmel kan ontstaan.

    De behandeling is gelukkig vrij overzichtelijk. Verwijder zichtbare schildluizen handmatig, bijvoorbeeld met een vochtige doek, wattenstaafje of oude tandenborstel. Behandel de plant daarna eventueel met een biologisch bestrijdingsmiddel op basis van insectenzeep of olie, volgens de aanwijzingen op de verpakking. Herhaal de behandeling om de één à twee weken totdat er geen nieuwe luizen meer verschijnen. Controleer daarbij vooral de onderkant van de deelblaadjes.

    Wortelrot is de andere grote bedreiging. Te veel water, een slecht doorlatende pot of een te dichte, zware potgrond veroorzaken het. Het lastige is dat de schade vaak pas zichtbaar wordt als de wortels al flink zijn aangetast: gele, slap hangende bladeren, een zachte stam en geen nieuwe groei. Zie het kopje Water geven hierboven om dit te voorkomen. Een eenmaal rotte zamia is doorgaans helaas reddeloos verloren.

    Spint en bladluis zijn op deze plant tamelijk zeldzaam. Door het stugge blad voelen die zich hier nu eenmaal minder thuis. Mocht het toch voorkomen, behandel dit dan zoals bij andere kamerplanten gebruikelijk is – zie onze artikelen over bladluis en spint.

    2.10 Overige tips bij de verzorging

    Voordat we afsluiten met aankoopadvies, nog een handvol losse aandachtspunten:

    1. Giftigheid: niet onderschatten. Alle delen van Zamia furfuracea zijn giftig bij inname, voor mensen én huisdieren. De zaden zijn het gevaarlijkst. Cycaden bevatten onder meer cycasine en BMAA, stoffen die ernstige maag-darmklachten, leverschade en neurologische verschijnselen kunnen veroorzaken. Het is nou niet bepaald een plant die uitnodigt om er een hapje van te nemen, maar ons advies is toch: houd zamia’s buiten bereik van huisdieren en jonge kinderen, en wees extra voorzichtig met de zaden.
    2. Stof afnemen mag gewoon. De dikke bladeren verzamelen na verloop van tijd stof, ook doordat ze zo lang aan de plant kunnen blijven. Een zachte, licht vochtige doek werkt prima; een zachte borstel eveneens.
    3. Verplaatsen kan, maar doe het geleidelijk. Een plotselinge verandering van lichtintensiteit, in het bijzonder van een donkere hoek naar volle buitenzon, kan bladschade veroorzaken. Verplaats de plant liever stap voor stap over een paar weken.
    4. Draai de pot af en toe. Vooral op een vensterbank kan een zamia scheef naar het licht groeien. Door de pot regelmatig een kwartslag te draaien blijft de rozet mooi regelmatig en symmetisch.

    3. Zamia kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

    Zamia in Sri Lanka
    Een tamelijk kolossale pol van Z. furfuracea in een Sri Lankaanse botanische tuin. Afbeelding Leonora (Ellie) Enking/Flickr

    De zamia is in Nederland redelijk goed verkrijgbaar, al moet je meestal naar een wat ruimer gesorteerd tuincentrum of een online kamerplanten- of palmachtige-plantenkweker om hem aan te treffen. Het aanbod wisselt bovendien van jaar tot jaar. Prijzen variëren sterk en hangen vooral af van het formaat. Een jong exemplaar van vijftien tot twintig centimeter is vaak nog betaalbaar; een stevige, oudere plant kan al snel richting driecijferige bedragen gaan. Dat is op zichzelf niet eens onredelijk: deze plant groeit langzaam, en kwekers hebben er dus vaak jaren werk in zitten.

    Let bij aankoop allereerst op de bladeren. Een gezonde zamia heeft stevige, donkergroene bladeren die samen een redelijk symmetrische rozet vormen. Gele of bruine deelblaadjes wijzen vaak op een verzorgingsprobleem, meestal overwatering of kou. Eén oud blad is geen ramp, maar een plant met veel gele bladeren laat je beter staan, zeker als er ook frisse exemplaren naast staan.

    Voel daarnaast voorzichtig aan de stam of caudex. Die hoort stevig te zijn. Een zachte, sponsachtige of inzakkende stam is een duidelijke rode vlag en wijst vaak op rot. Controleer ook of de potgrond niet kletsnat is. Dat kan al betekenen dat er onherstelbare schade is ingetreden.

    Inspecteer ook de onderkant van de deelblaadjes en de bladstelen op schildluis; zie ook het kopje Ziektes en plagen hierboven. Een lichte aantasting is behandelbaar, maar dan weet je in elk geval dat je hem bij thuiskomst niet direct middenin de rest van je collectie moet plaatsen.

    Een lastiger te beoordelen punt is de herkomst. Zoals we eerder bespraken bij Habitat en herkomst, is Zamia furfuracea in het wild bedreigd en worden wilde planten soms illegaal verzameld. Bij reguliere verkooppunten is dat meestal geen grote zorg. Bij internationale aanbiedingen van grote, oude planten voor een opvallend lage prijs – of eigenlijk überhaupt – moet je kritischer zijn. Vraag bij twijfel naar de herkomst en kies liever een kweker die duidelijk vermeldt en kan aantonen dat de planten uit zaad of uit eigen opkweek komen.

    Los van morele overwegingen geldt trouwens dat dergelijke wild verzamelde exemplaren in de huiskamer vaak erg ongelukkig zijn; ze zijn immers veel betere omstandigheden gewend. De overstap van een kweekkas naar de huiskamer is ook vrij groot, maar dan weet je in elk geval dat de plant niet is opgegraven in het wild, wat vaak gepaard gaat met ernstige schade aan de wortels, mede vanwege de rotsige bodem. Hoe dan ook niet kopen dus.

    Tot slot een advies voor als je net begint: laat je niet per se verleiden tot een al te groot exemplaar. Een kleinere zamia is vriendelijker voor de portemonnee en past zich vaak gemakkelijker aan huiskameromstandigheden aan dan een grote plant. Weliswaar zul je vanwege zijn trage groei geduld moeten oefenen voordat hij echt statig wordt. Daar staat veel tegenover: met de juiste verzorging kan een zamia gemakkelijk decennia oud worden. Voor een levend fossiel is dat misschien wel precies het juiste tempo.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    16 dagen geleden by Kristel

    Beste Louise ik heb voorlopig geen zaadjes van de gele . ik heb jonge platen staan maar weet niet meer of het gele of rode…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Louise

    Hallo Kristel , als je zaden van de gele hebt zou ik die kunnen overnemen van je . Ik ben er al heel lang naar…


    Papyrusplant: kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Stijn

    Hoi Eddy, Zeker doen! Dat kan voor de plant absoluut geen kwaad, en het ziet er veel beter uit.


    Papyrusplant: kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Eddy Hosten

    Hallo , mijn papyrusplant staat vooral buiten in de zomer , nu staat hij binnen in de schuur ( koud en luchtig ) aangezien hij…


    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Michèle

    Is mijn plant in spanje niet mooi hij groeit als de beste


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Adverteren • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz