
De peyote (Lophophora williamsii) is een kleine, stekelloze cactus die vooral bekendstaat om z’n bijzondere cultuurgeschiedenis. Je kunt hem echter ook als kamerplant houden. Hoe zorg je bij de peyote voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:
1. Inleiding: wat is de peyote voor plant?
De peyote is een zeer bedaarde en bescheiden groeier. Zelfs een exemplaar van vele jaren oud is in het wild gemakkelijk over het hoofd te zien: onopvallend bleek- tot blauwgroen, vaak deels ondergronds verstopt, en zelden groter dan een mandarijn. Toch is het misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende cactus die je in huis kunt halen.
Achter dat bescheiden uiterlijk gaat namelijk een indrukwekkende geschiedenis schuil. Inheemse volken in Mexico en het zuidwesten van de Verenigde Staten gebruiken de peyote al duizenden jaren voor religieuze rituelen. Voor de Huichol, of Wixárika, uit de Sierra Madre is de cactus tot op de dag van vandaag heilig. Zij houden onder andere pelgrimstochten naar het woestijngebied waar hij groeit, de pogingen van de Spaanse kolonisatoren, die het gebruik eeuwenlang trachtten uit te bannen, ten spijt.
In dit artikel bespreken we eerst waar de peyote vandaan komt en hoe hij in de natuur groeit, waarna we zijn plek in de plantenstamboom behandelen en de soorten op een rij zetten. Daarna bespreken we uitgebreid hoe je deze kamerplanten moet verzorgen. We sluiten af met tips voor als je er zelf eentje wilt aanschaffen.
1.1 Habitat en herkomst

De peyote is een echte bewoner van droge streken. Zijn natuurlijke verspreidingsgebied ligt in het zuiden van Texas en in het noorden en midden van Mexico. In het bijzonder gaat het dan om de Chihuahua-woestijn en aangrenzende droge gebieden: kalkrijke, stenige bodems, grindachtige hellingen en halfopen plekken tussen laag struikgewas. Daar staat hij vaak niet midden in de felste zon te bakken, maar is hij deels verscholen onder andere begroeiing die net wat bescherming biedt.
Het is evengoed een onherbergzaam bestaan. En dat is niet de enige uitdaging in het wild, want de mens speelt ook bepaald een rol. Mede door de trage groei en het beperkte, plaatselijk kwetsbare verspreidingsgebied staat de soort onder druk: Lophophora williamsii staat op de Rode Lijst als kwetsbaar, onder meer door habitatverlies en overmatig verzamelen in het wild. Voor de liefhebber is dat een goede reden om alleen gekweekte planten in huis te halen (zie ook het kopje Peyote kopen verderop in dit artikel).
1.2 Groeiwijze
Voor een cactus is de peyote behoorlijk knuffelbaar. Het is een laag, afgeplat bolletje, blauwgroen tot grijsgroen van kleur en meestal hooguit een centimeter of tien in doorsnede. Stekels ontbreken volledig. De ribben zijn vlak en verdeeld in zachte knobbels. Op die knobbels zitten de areolen, de viltige groeiplekjes waaruit bij cactussen stekels, haren en bloemen ontspruiten; bij de peyote dragen ze de kenmerkende plukjes witte wol waaraan het geslacht zijn naam dankt (zie ook het kopje Soorten hieronder).

Wat je boven de grond ziet, is overigens niet het hele verhaal. Ondergronds zit een zeer dikke, vlezige penwortel, die dikwijls groter is dan het zichtbare gedeelte van de peyote (zie de afbeelding hierboven). Deze penwortel dient in de eerste plaats als wateropslag, maar hij doet nog iets opmerkelijks: in droge tijden kan de plant zichzelf er deels mee de grond in trekken, zodat alleen de platte bovenkant nog net uitsteekt, goed gecamoufleerd tussen kiezels, afgevallen blaadjes en dergelijke. Op die manier wordt de verdamping tot een absoluut minimum beperkt.
De peyote groeit uitzonderlijk langzaam. Een zaailing doet er gerust meerdere jaren over om een doorsnede van een paar centimeter te bereiken. In cultuur gaat het meestal wat sneller, zeker bij veel warmte en licht, maar dan nog is het één van de traagste kamerplanten die je kunt vinden. Een aardige bijkomstigheid is wel dat er na verloop van tijd vaak diverse extra bolletjes verschijnen rond de moederplant. Uiteindelijk groeien veel exemplaren daardoor uit tot een soort kussentjesachtig groepje.
Nou, dan zijn we ten langen leste aangekomen bij de spreekwoordelijke olifant in de kamer. Wat maakt dat dit onopvallende, amper groeiende cactusje al millennia door inheemse gemeenschappen wordt vereerd, en dat hij ook in onze contreien gretig aftrek vindt? Behalve dat dit eenvoudigweg een bijzondere aanwinst is voor de collectie van een huiskamertuinier, een soort ‘conversation piece’, komt de aantrekkingskracht voort uit het feit dat de peyotecactus een grote hoeveelheid mescaline aanmaakt. Dit is een alkaloïde, een natuurlijk plantengif, dat de plant beschermt tegen vraat – behalve als het op mensen aankomt. Die gebruiken deze stof namelijk graag vanwege de hallucinogene effecten.
Daarover valt nog een hoop interessants te vertellen, waarbij overigens ook de medische en juridische risico’s niet onbenoemd mogen blijven, maar voor dit artikel voert dat alles veel te ver. Wij gaan het verder gewoon hebben over de peyote als kamerplant.
1.3 Stamboom en verwante kamerplanten
De peyote hoort thuis in de cactusfamilie (Cactaceae), binnen de orde Caryophyllales. Dat is een omvangrijk, en anders dan de peyote zelf, vaak stekelig gezelschap. Daaronder vallen onder meer de kerstcactus of lidcactus (Schlumbergera), de tepelcactus (Mammillaria), de schoonmoedersstoel (Echinocactus grusonii) en bolcactussen als Gymnocalycium en Ferocactus. Ook Tephrocactus geometricus, de schijfcactus (Opuntia), de bladcactus (Epiphyllum), rotskoraal (Rhipsalis) en de koraalcactus (Hatiora) staan op deze stamboom. Wat verder weg, maar nog altijd in dezelfde familie, vind je de zuilcactussen, waaronder Trichocereus.
1.4 Soorten

Het geslacht Lophophora is klein. Tegenwoordig worden vier soorten onderscheiden: Lophophora williamsii, L. diffusa, L. fricii en L. alberto-vojtechii. Oudere literatuur onderscheidt slechts twee soorten, L. williamsii en L. diffusa, met de rest als vormen, variëteiten of synoniemen.
De peyote zelf is Lophophora williamsii, de bekendste en wijdst verspreide soort. De valse peyote, Lophophora diffusa, komt uit een kleiner gebied in centraal Mexico. Deze soort is doorgaans lichter groen tot geelgroen, heeft minder duidelijke ribben en bevat overigens hooguit zeer kleine hoeveelheden mescaline. Lophophora fricii is een soort uit noordoostelijk Mexico, en Lophophora alberto-vojtechii is een zeer kleine soort uit centraal tot oostelijk Mexico.
De geslachtsnaam Lophophora komt uit het Grieks: lophos betekent ‘kuif’ of ‘pluim’ en phoros betekent ‘dragend’. Vrij vertaald: ‘kuifdrager’, een verwijzing naar de wollige plukjes die uit de areolen ontspruiten. De soortnaam williamsii eert ene Williams, maar precies welke Williams is niet helemaal helder. En het woord peyote gaat terug op het Nahuatl peyotl, wat iets zou betekenen als een cocon van een rups – mogelijk een verwijzing naar de zachte, zijdeachtige haartjes bij de areolen.

In de handel kom je naast de soort zelf enkele bijzondere vormen tegen. Er bestaan bonte planten, waarbij delen van de plant geel, crème of roze verkleuren door een tekort aan bladgroen. Een belangrijk punt daarbij: exemplaren met heel weinig bladgroen kunnen op eigen wortels nauwelijks overleven en worden daarom vrijwel altijd geënt op een andere cactus (zie nader het kopje Enten verderop in dit artikel). Ook cristaten komen voor. Verder worden sterk samenklonterende vormen als aparte variant aangeboden, meestal onder al of niet verzonnen namen zoals Lophophora williamsii var. caespitosa, waarbij de plant van nature veel zijscheuten maakt (zie de afbeelding hierboven).
2. Verzorging peyote (Lophophora williamsii)

In vergelijking met de meeste andere kamerplanten is de peyote qua verzorging toch echt wel tamelijk uitzonderlijk. Als je enkele randvoorwaarden, vooral qua licht en temperatuur, goed geregeld hebt, is de verzorging namelijk vooral een oefening in zelfbeheersing. Eigenlijk is deze plant in de huiskamer namelijk eerder een decorstuk dan een echte kamerplant: met rust laten is misschien wel ons belangrijkste advies. De precieze aandachtspunten lopen we hieronder langs.
2.1 Water geven
Net als de meeste woestijncactussen verdraagt de peyote droogte uitstekend en langdurige natheid bijzonder slecht. Hij is volledig aangepast aan een omgeving waarin het maanden droog kan zijn, met dan opeens een flinke regenbui. Dan zuigt hij zich in één keer helemaal vol, om weer maanden zonder regen te kunnen overbruggen. In de huiskamer moet je dat zo veel mogelijk nadoen. Geef dus slechts heel zelden water, maar dan wel in één keer een flinke scheut. Laat vervolgens de grond (bijna) volledig uitdrogen voordat je weer giet. Zelfs midden in de zomer is elke paar weken een gietbeurt al voldoende. Weet ook dat de plant ondergronds nog een flinke wateropslag heeft. Pas als de peyote echt begint te rimpelen en wat slapjes aanvoelt, begint hij het echt droog te krijgen.
In de winter gaat de plant in ruste. Geef vanaf het najaar tot het vroege voorjaar nagenoeg geen water; een koele, droge winterstop vergroot bovendien de kans op bloei (zie ook het kopje Bloeiwijze hieronder). Te veel water, en zeker te veel water bij lage temperaturen, is veruit de belangrijkste doodsoorzaak bij deze kamerplant. De penwortel rot dan van binnenuit weg, en dat gebeurt helaas vaak al voordat je er aan de buitenkant iets van kunt zien.
2.2 Temperatuureisen
In het groeiseizoen houdt de peyote van warmte. Temperaturen van 20 tot ruim boven de 30 graden zijn geen enkel probleem. Een warme vensterbank, serre of kas is uitstekend geschikt.
Interessant genoeg is de wintertemperatuur minstens zo belangrijk – en die ligt idealiter best wel laag. Een koele, droge en lichte overwintering bij ongeveer 8 à 12 graden stimuleert de bloei. Lager kan ook, mits de grond kurkdroog is. Vorst moet je echter wel zeker vermijden, net als de combinatie van koude en vocht. Heb je geen koele plek beschikbaar, dan kan de peyote probleemloos het hele jaar in de verwarmde woonkamer. Groei en bloei zijn dan alleen wat minder waarschijnlijk. Ook bij wat hogere wintertemperaturen moet je vrijwel niet gieten.
2.3 Standplaats
De peyote wil veel licht. In de natuur staat hij weliswaar vaak in de halfschaduw van struiken en trekt hij zich in droge tijden deels in de grond terug, maar die natuur kent een zon die veel feller is dan we in Nederland ooit ervaren. Als kamerplant gedijt hij in onze contreien dan ook het best op een maximaal lichte plek. Denk aan een vensterbank op het zuiden, zuidoosten of zuidwesten, of aan een serre of kas.
Eén kanttekening: volle, ongefilterde middagzon kan een potplant, en zeker een jonge zaailing, verbranden als die er niet aan gewend is. Laat een nieuwe plant daarom geleidelijk wennen aan meer zon in plaats van hem er plompverloren in te zetten. Krijgt de peyote te weinig licht, dan gaat hij ijl en bleek groeien en verliest hij zijn compacte, afgeplatte tot bolronde vorm.
2.4 Voeding
Voeding heeft de peyote nauwelijks nodig. Een enkele keer per groeiseizoen een sterk verdunde, stikstofarme cactusvoeding geven is ruim voldoende.
2.5 Verpotten
Vanwege de lange penwortel staat de peyote graag in een wat diepere pot. Het grondmengsel is daarbij belangrijker. Gebruik een zeer goed doorlatend, stenig mengsel, bijvoorbeeld cactusgrond royaal aangevuld met puimsteen, perliet, lava of fijn grind. Houd het aandeel organisch materiaal (die mooie, zwarte, humusrijke grond die vele andere kamerplanten juist zo waarderen) beperkt.
Je hoeft de peyote maar zelden te verpotten; doe dat bij voorkeur in het voorjaar. Wees voorzichtig. De penwortel is kwetsbaar en breekt of kneust gemakkelijk. Geef na het verpotten niet direct water, maar houd de plant juist een weekje droog. Zo kunnen beschadigde wortels helen. Dat verkleint de kans op rotting flink. Gebruik altijd een pot met een waterafvoergat.
2.6 Snoeien
Snoeien is bij de peyote niet aan de orde. Wel kun je zijscheuten afnemen, om de plant op te schonen of juist om ze afzonderlijk verder te kweken (zie het kopje Vermeerderen hieronder).
2.7 Vermeerderen
De peyote kun je vermeerderen uit zaad, via zijscheuten of door enten. Zaaien levert planten op eigen wortels op, maar vraagt veel geduld. Enten versnelt de groei en wordt vooral gebruikt bij bijzondere vormen, zoals bonte planten. Afgenomen zijscheuten groeien vaak heel wat sneller uit tot een aardig plantje dan zaailingen.
2.7.1 Zaaien

Vers zaad van de peyote kiemt betrekkelijk snel. Strooi de fijne zaadjes op een mineraal, vochtig oppervlak, dek het geheel af om de luchtvochtigheid hoog te houden en zet het warm weg, rond de 25 °C. Zorg voor veel licht, maar geen brandende zon. Binnen één tot vier weken verschijnen vaak de eerste minuscule bolletjes. Houd ze de eerste maanden vochtig maar nooit nat.
Daarna begint het echte werk, namelijk wachten. De groei is in het begin met het blote oog amper waarneembaar, soms maar enkele millimeters per jaar. Het kan dus echt jaren duren voordat je een enigszins substantiële peyotecactus hebt.
2.7.2 Zijscheuten
Oudere planten vormen soms zijscheuten. Die kun je voorzichtig losmaken met een schoon mes, waarna je het wondvlak een paar dagen tot een week laat indrogen. Zet de scheut vervolgens op een net iets vochtig mineraal mengsel. De grond mag de eerste tijd, anders dan bij een volgroeid exemplaar, telkens net iets vochtig blijven in plaats van geheel opdrogen tussen gietbeurten. Maar wees ook hier zeer terughoudend met water geven: zo’n zijscheut kan veel langer zonder water, en rot veel sneller, dan je misschien zou verwachten.
2.7.3 Enten
Enten is bij de peyote om twee redenen een beproefde techniek. Ten eerste groeit een geënte plant veel sneller, doordat de onderstam over het algemeen een veel krachtiger groeiende plant is, en dus meer water en voedingsstoffen naar boven stuurt dan een peyote van z’n eigen wortels zou krijgen. Ten tweede is het de enige manier om bonte exemplaren met heel weinig bladgroen in leven te houden; die kunnen op eigen kracht niet genoeg fotosynthetiseren.
Het principe is simpel, al vergt de uitvoering wel enige handigheid: je snijdt zowel de peyote als een onderstam vlak af, legt de twee snijvlakken zó tegen elkaar dat de vaatbundelringen elkaar zo veel mogelijk overlappen, en fixeert het geheel totdat het is vergroeid, bijvoorbeeld met wat elastiekjes. Veelgebruikte onderstammen zijn zuilcactussen uit de groep rond Echinopsis/Trichocereus, de blauwe Myrtillocactus geometrizans, en voor heel kleine zaailingen het loofcactusje Pereskiopsis. Een geënte peyote groeit vaak wat hoger en boller dan een exemplaar op eigen wortels.
2.8 Bloeiwijze

De bloemen van de peyote zijn klein maar charmant. Midden uit het hart van de plant verschijnen ze in het groeiseizoen. Bij Lophophora williamsii zijn ze doorgaans lichtroze tot roze van tint. Ze openen zich in de zon en sluiten weer als het donker wordt. De valse peyote, Lophophora diffusa, bloeit vaker wittig tot geelwit; Lophophora fricii kan juist opvallender roze tot paarsroze bloemen hebben.
Na de bloei kunnen zich kleine, langwerpige roze besjes vormen met daarin minuscule zwarte zaadjes. In de huiskamer kan dat ook: Lophophora williamsii is vaak zelfbestuivend, zodat een volwassen plant ook zonder tweede exemplaar zaad kan vormen. Een peyote die een goede groei vertoont kan zelfs in de huiskamer regelmatig bloeien, mits hij een koele, droge winter achter de rug heeft (zie ook het kopje Temperatuureisen hierboven).
2.9 Ziektes en plagen
De grootste bedreiging voor de peyote is een verzorgingsfout: rotting door te veel water. Begint de plant zacht of glazig aan te voelen, of verkleurt de basis bruin, dan is dat vrijwel altijd het begin van wortel- of stamrot. Helaas is dat eigenlijk altijd reeds onomkeerbaar als je het ontdekt. Hooguit zou je nog kunnen proberen om de onaangetaste delen te enten.
Van echte plagen heeft de peyote betrekkelijk weinig last. Wolluis kan zich soms vestigen op de meer verstopte plekjes (en, heel gluiperig, rond de wolluisachtige areolen), en bij het verpotten kom je soms wortelluis tegen op de penwortel; reden te meer om de wortels bij die gelegenheid even goed te bekijken. In warme, droge lucht kan verder spint toeslaan. Gezien de geringe omvang van deze kamerplanten is het vaak aan te bevelen om voorzichtig met een kwastje, pincet of wattenstaafje de plaagdiertjes handmatig te verwijderen, en dat in de loop van enkele weken een paar keer te herhalen. Weinig werk, en vaak volstaat het. Zo niet, gebruik dan een biologisch bestrijdingsmiddel volgens de aanwijzingen op de verpakking.
2.10 Overige tips bij de verzorging
Tot besluit nog een paar losse opmerkingen. Schrik niet als een oudere peyote zich wat in de potgrond terugtrekt of een beetje rimpelig wordt: dat is volkomen natuurlijk gedrag (zie ook het kopje Groeiwijze hierboven). Verpot hem niet te ruim; deze plant staat het liefst krap, zolang de penwortel naar beneden de ruimte heeft. Zet hem, vanwege de giftige stoffen die hij bevat, buiten bereik van huisdieren en kinderen. En, nogal uitzonderlijk voor een kamerplant: houd er rekening mee dat hij vrijwel niet groeit, en dat hij er dus jarenlang ongeveer hetzelfde uit kan zien. Dat is puur natuur.
3. Peyote kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

De peyote is bij ons geen algemene kamerplant, maar het is onder liefhebbers van zeldzame cactussen en succulenten wel een gewild verzamelobject. Je vindt hem bij gespecialiseerde cactuskwekers, op plantenbeurzen en in online winkels die in bijzondere succulenten handelen.
Let bij aanschaf op een paar dingen. Een gezonde peyote voelt stevig aan, niet zacht of ingedeukt; zachte plekken en een bruin verkleurde voet wijzen op rotting. Controleer de plant op wolluis, zeker tussen de wollige plukjes. Wil je de natuurlijke, afgeplatte tot bolronde vorm, kies dan bij voorkeur een exemplaar op eigen wortels; geënte planten groeien sneller maar ogen vaak wat hoger en boller (zie ook het kopje Enten hierboven). Koop daarnaast liever een bescheiden, duidelijk gekweekte plant dan een groot, gehavend exemplaar waarvan de herkomst vaag blijft.
Bij deze soort speelt namelijk ook een andere kwestie. Koop uitsluitend gekweekte planten en geen in het wild verzamelde exemplaren. De soort staat in zijn oorspronkelijke leefgebied onder druk (zie ook het kopje Habitat en herkomst hierboven), en gekweekte planten zijn bovendien doorgaans veel gezonder en beter aangepast aan potcultuur. Zeker online, bij buitenlandse websites, moet je dus oppassen.
Ter besluit een korte noot over de giftigheid van deze planten en de juridische status. Peyotes bevatten onder andere mescaline, een hallucinogene stof. Zet hem dus beslist buiten bereik van eventuele huisdieren of kinderen. En houd er rekening mee dat mescaline in Nederland op lijst 1 van de Opiumwet staat. Naar wij weten is het op dit moment toegestaan om deze planten als kamerplant te houden, maar gebruik voor andere doeleinden kan, naast ernstige schade voor de (geestelijke) gezondheid, ook resulteren in juridische problemen. Dat maakt de peyote tot een uitzonderlijke en interessante kamerplant – maar ons advies is: houd het daar ook bij.
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.
