
Hedera, oftewel klimop, is een opvallend gemakkelijke en veelzijdige kamerplant. Hij voelt zich even goed thuis in een hangpot bij het raam, langs een rooster aan de muur of gewoon buiten in de tuin. Toch komt het regelmatig voor dat een hedera het binnenshuis slechts een paar maanden uitstekend doet en daarna alsnog bezwijkt. Hoe zorg je bij hedera’s voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:
1. Inleiding: wat is hedera voor plant?
Klimop leidt in onze streken nogal een dubbel bestaan. Buitenshuis is hij inheems en zo gewoon dat we hem nauwelijks nog opmerken – een ordinaire achtergrondplant die bodems, bomen, schuttingen en muren bedekt. Binnenshuis wordt hedera juist zeer gewaardeerd. Vooral bonte cultivars worden al meer dan een eeuw als kamerplant gehouden, in hangpotten, langs draadframes en als opgeleide bolletjes op een stam. Ken je hedera’s alleen uit het tuincentrum, dan kun je je nauwelijks voorstellen hoe groot en oud deze planten in de natuur kunnen worden. Ken je juist alleen de tuinklimop, dan valt op hoeveel kwetsbaarder de binnenvarianten kunnen zijn.
Waar hedera precies vandaan komt, hoe hij groeit en in welke verschijningsvormen hij wordt aangeboden, bespreken we hieronder. Daarbij verdient eerst de naam zelf een korte toelichting. Hedera is de wetenschappelijke, Latijnse naam voor klimop. Anders dan bij heel veel andere planten is die naam niet verzonnen door één of andere botanicus in de laatste paar eeuwen, maar botanici hebben gewoon het woord voor ‘klimop’ overgenomen dat de Romeinen tweeduizend jaar geleden al gebruikten. De soortaanduiding helix komt van het Oudgriekse ἕλιξ, ‘spiraal’ of ‘winding’, naar de manier waarop deze plant zich rond steunpunten kronkelt. Het Nederlandse ‘klimop’ is vermoedelijk ontstaan uit een simpele samenstelling van de woordjes ‘klim’ en ‘op’.
1.1 Habitat
De gewone klimop, Hedera helix, is van nature wijdverbreid over een groot deel van Europa en West-Azië. Ook bij ons is hij inheems: in vrijwel elk loofbos, langs bosranden en op oude muurtjes komt hij voor, vaak in dichte tapijten over de grond of in dikke lagen rond boomstammen. Naar het zuiden toe loopt zijn verspreidingsgebied door tot in het Middellandse Zeegebied; naar het oosten tot in de Kaukasus en Iran. Daarbuiten is hij door de mens verder verspreid, met overigens als gevolg dat hij in delen van Noord-Amerika en Australië inmiddels als invasieve exoot wordt beschouwd.
Het geslacht telt tegenwoordig ongeveer twintig soorten. De Atlantische of Ierse klimop (Hedera hibernica) komt van nature voor in West-Europa, grofweg langs de Atlantische kust tot in Midden- en Zuid-Spanje, en is lange tijd als ondersoort of variëteit van H. helix behandeld. In Nederland is hij vooral bekend als aangeplante en verwilderende haag- en tuinhedera; de echte inheemse klimop is hier H. helix. Hedera colchica, de Perzische klimop, is afkomstig uit de bossen rond de Zwarte Zee en de Kaukasus. Hedera canariensis (Canarische klimop) en Hedera algeriensis (Algerijnse klimop) zijn twee afzonderlijke, vaak verwarde soorten: de eerste van de Canarische Eilanden, de tweede uit Noord-Algerije en Tunesië. Beide zijn beduidend minder winterhard dan onze inheemse soort. Verder zijn er nog enkele minder bekende soorten uit Azië, zoals Hedera nepalensis. Voor de kamerplant- en tuinpraktijk in Nederland zijn vooral H. helix, H. hibernica, H. colchica, H. canariensis en H. algeriensis relevant; zie nader het kopje Soorten en cultivars verderop in dit artikel.
1.2 Groeiwijze
Hedera is een houtige klimplant, oftewel een liaan. Hij hecht zich aan zijn omgeving met behulp van zogenoemde hechtwortels: korte, dicht opeenstaande worteltjes die langs de stengel groeien en die zich met een soort biologisch kleefmiddel kunnen vastzetten op vrijwel elke wat ruwe ondergrond – bast, baksteen, beton en hout bijvoorbeeld. Overigens fungeren deze hechtwortels niet als wortels in de gewone zin van het woord: daarmee onttrekt hedera namelijk geen voedsel aan zijn drager. Hij gebruikt bomen en muren enkel als steun.
Bijzonder is dat hedera twee verschijningsvormen kent. Dat zijn de twee duidelijk te onderscheiden ontwikkelingsfasen, met elk een eigen blad- en groeivorm. In de juveniele (jonge) fase – verreweg de bekendste – is de plant een klimmende of kruipende liaan met de klassieke, drie- tot vijflobbige bladvorm die iedereen meteen als ‘klimopblad’ herkent. De stengels zijn dun, soepel en vol hechtwortels. Bloeien doet de plant in deze fase niet.
Pas wanneer hedera ergens op een hoog en zonnig punt terechtkomt – boven in een boom, op de bovenkant van een muurtje – schakelt hij na verloop van tijd over op de adulte (volwassen) fase. De plant ondergaat dan een ware transformatie: de bladeren worden eivormig tot hartvormig, vrijwel ongelobd; de stengels worden veel dikker en stevig, houtachtig; de hechtwortels verdwijnen, want klimmen hoeft niet meer; en de plant vormt de kenmerkende bolvormige bloeiwijzen, gevolgd door zwartblauwe besjes. Zie ook het kopje Bloeiwijze verderop in dit artikel.
Voor de huiskamertuinier is dit onderscheid meer dan een aardig weetje. Het heeft een concreet praktisch gevolg: als je een stek neemt van een twijg uit de adulte fase, blijft die nakomeling in principe in zijn adulte vorm. Je krijgt dan geen klimplant maar een struikje, dat zichzelf rechtop houdt en – bij genoeg geduld – kan bloeien en bessen produceren. Een bekende niet-klimmende vorm is Hedera helix ‘Arborescens’, ook wel boomklimop genoemd. Bij liefhebbers is het een geliefde tuinplant, en binnenshuis een aardige curiositeit (zie ook het kopje Stekken later in dit artikel).
Overigens kan klimop bijzonder oud én groot worden. Exemplaren van honderd jaar oud zijn in onze contreien geen zeldzaamheid, en er bestaan zelfs nog oudere planten. De dikste bekendste exemplaren zijn meer dan een meter in omtrek, en de langste klimop ter wereld is volgens de website Monumental Trees meer dan 40 meter.
1.3 Stamboom en verwante kamerplanten
Hedera hoort bij de familie Araliaceae, in het Nederlands de klimopfamilie. Die familie behoort tot de orde Apiales en heeft een paar opvallende kenmerken: handvormig of geveerd samengestelde bladeren, vaak vrij groot en glanzend, en bolvormige schermen op een lange stengel, die zich op hun beurt weer kunnen groeperen tot grotere, samengestelde bloeiwijzen. Bekijk je in het najaar de bloeiwijze van een grote, oude tuinklimop, dan zie je daarvan een goed voorbeeld: tientallen gele bolletjes op rechtopstaande stengels, druk bezocht door wespen en bijen.
Er zijn nog diverse andere kamerplanten uit deze familie. De duidelijkste familiegelijkenis is misschien nog met de vingerplant (Fatsia japonica): handvormig gelobde bladeren, een vergelijkbare bolvormige bloeiwijze in het najaar en zelfs een vrijwel identieke voorkeur voor een koele, beschaduwde standplaats. De verwantschap is zo nauw dat beide planten kunnen kruisen. Het resultaat staat bekend onder de naam ×Fatshedera lizei. Verder behoren onder andere Schefflera en Polyscias nog tot de klimopfamilie.
1.4 Soorten en cultivars
Verreweg de meeste hedera’s die als kamerplant worden aangeboden zijn cultivars van de gewone klimop, Hedera helix. Daarnaast bestaat er een breed assortiment aan grootbladige tuinhedera’s, voornamelijk afkomstig van H. colchica, H. hibernica en H. algeriensis. Beide groepen bespreken we hieronder.
1.4.1 Hedera helix
De gewone klimop is in zijn niet-veredelde wilde vorm een tamelijk onopvallende groene plant met de klassieke gelobde bladvorm. Voor de huiskamer is dat allemaal prima, maar in de praktijk worden bijna uitsluitend cultivars verkocht – meestal omdat ze bont, sierlijker gevormd of compacter van groei zijn. Een greep uit de meest gangbare:
- Hedera helix ‘Glacier’: één van de populairste bonte cultivars. Klein gelobd blad met grijsgroen midden, een lichte rand en doorgaans enkele crèmewitte vlekjes. Heel gangbaar als hangplantje.
- Hedera helix ‘Goldchild’ (ook geschreven als ‘Gold Child’): geel-groene variëgatie (bonte bladtekening), met geel langs de bladrand. Heeft beduidend meer licht nodig dan de soort om zijn kleur op peil te houden.
- Hedera helix ‘Eva’: lijkt op ‘Glacier’, maar dan in een nog compactere, kleinbladigere uitvoering. Geliefd voor kleine potjes en plantenarrangementen.
- Hedera helix ‘Mini Adam’: een vergelijkbare kleinbladige bonte cultivar.
- Hedera helix ‘White Wonder’ (of soms gewoon ‘Wonder’): sterk wit gevariëgeerd, vaak met meer wit dan groen. Sierlijk, maar door het beperkte bladgroen ook duidelijk veeleisender dan de andere bonte cultivars.
- Hedera helix ‘Pittsburgh’: een compacte, donkergroene cultivar met de klassieke gelobde bladvorm. Zonder variëgatie, maar wel zeer geschikt voor binnen.
- Hedera helix ‘Needlepoint’: smalle, sterk gepunte bladlobben – een typische stervorm. Veelal als groen exemplaar verkocht.
- Hedera helix ‘Curly Locks’ en ‘Manda’s Crested’: cultivars met gegolfde of gekrulde bladranden, soms ook bonte versies.
Er zijn nog vele tientallen andere cultivars in omloop – de American Ivy Society (Amerikaanse Klimopvereniging) houdt er meer dan vierhonderd bij – maar veel daarvan zijn vrijwel uitsluitend bij gespecialiseerde kwekers verkrijgbaar (zie ook het kopje Kopen verderop in dit artikel). Voor de huiskamertuinier maakt het in de praktijk minder uit welke exacte cultivar het is dan welke combinatie van bladkleur, bladvorm en groeisterkte het beste past bij de standplaats. Een vuistregel: hoe meer wit in het blad, hoe meer licht de plant nodig heeft en hoe trager hij zal groeien.
1.4.2 Overige Hedera-soorten
Naast Hedera helix worden er, vooral als tuinplant, ook enkele andere klimopsoorten verkocht:
- Hedera colchica (Perzische klimop): forse, leerachtige bladeren tot wel twintig centimeter groot, hartvormig en glanzend donkergroen. Goed winterhard in onze contreien en daardoor een uitstekende grootbladige tuinklimop. Bekende cultivars zijn ‘Dentata Variegata’ (met crèmewitte randen) en ‘Sulphur Heart’, ook wel ‘Paddy’s Pride’ genoemd, met bladeren met een geel hart. In de huiskamercultuur relatief onbekend, omdat de plant erg fors wordt.
- Hedera hibernica (Atlantische of Ierse klimop): van nature een West-Europese soort, in Nederland vooral bekend als de snelgroeiende grootbladige hedera in hagen en erfafscheidingen. Hij is nauw verwant aan H. helix. De bladeren zijn doorgaans iets groter en meer wasachtig dan die van gewone klimop. Het is waarschijnlijk deze soort – destijds onder de naam Hedera helix var. hibernica – die werd gebruikt voor de eerdergenoemde kruising ×Fatshedera lizei.
- Hedera algeriensis (Algerijnse klimop): afkomstig uit Noord-Algerije en Tunesië, met grote, vaak driehoekige bladeren; hij vraagt duidelijk meer warmte dan H. helix. De bekende bonte cultivar ‘Gloire de Marengo’ wordt tegenwoordig meestal onder deze soort geplaatst. In oudere literatuur en in de handel kom je dezelfde plant ook nog vaak tegen als H. canariensis ‘Variegata’.
- Hedera canariensis (Canarische klimop): lijkt in cultuur veel op H. algeriensis, maar wordt in het gewone kamerplantenaanbod minder vaak onder zijn eigen naam verkocht. Net als de Algerijnse klimop is hij minder winterhard dan H. helix en in koude streken eerder geschikt als kuipplant, beschutte muurplant of kamerplant dan als vollegrondshedera waar je niet naar hoeft om te kijken.
Voor de huiskamer zijn deze grootbladige soorten zelden de aangewezen keuze. Niet zozeer omdat ze het binnenshuis slecht zouden doen, maar omdat ze al snel veel ruimte opeisen en ze zich moeilijker laten leiden langs een steun of rekje. Heb je genoeg ruimte, dan kan H. algeriensis ‘Gloire de Marengo’ een bijzondere en opvallende kamerplant zijn.
2. Verzorging hedera (klimop)

In veel populaire plantengidsen wordt hedera als ‘gemakkelijk’ omschreven. Dat is naar ons idee een beetje te kort door de bocht. De moderne, drooggestookte huiskamer is namelijk niet bepaald z’n favoriete omgeving; dat is buiten in de tuin. Het is dus beter om te zeggen dat deze planten een hoop kunnen verdragen. Dus ten opzichte van écht gemakkelijke kamerplanten is de verzorging van een hedera niet volledig vanzelfsprekend. Wat er precies allemaal bij komt kijken, bespreken we hieronder uitgebreid. Afsluitend besteden we nog aandacht aan de verzorging als tuinplant.
2.1 Water geven
Hedera houdt van een gelijkmatig licht vochtige potgrond, maar absoluut niet van natte voeten. Het beste is om te wachten tot de bovenste één à twee centimeter potgrond licht is opgedroogd, en dan ruim te gieten. Zorg dat overtollig water kan weglopen.
In het groeiseizoen, van het late voorjaar tot de vroege herfst, kun je als vuistregel aanhouden dat je ongeveer één tot twee keer per week moet gieten. ’s Winters is doorgaans minder water nodig, tenzij de lucht erg droog is; dan blijft ook een kamerplant die nauwelijks groeit, flink verdampen.
2.2 Temperatuureisen
Nu zijn we aangekomen bij de voornaamste reden dat hedera niet per se een heel gemakkelijke kamerplant is: hij houdt van koelte. Wat in onze ogen een ‘behaaglijke’ huiskamertemperatuur is – een graad of twintig – vindt hij eigenlijk al wat aan de warme kant. Het optimum ligt op 10 à 18 graden. Boven pakweg 22 graden, zeker in combinatie met droge lucht, kunnen bruine punten ontstaan en neemt de kans op spint sterk toe (zie ook het kopje Ziektes en plagen verderop in dit artikel).
Dit verklaart waarom hedera gedijt op plaatsen waar andere kamerplanten het doorgaans juist spoedig begeven: in een koele hal, op een ongestookte slaapkamer, in een slecht geïsoleerde bijkeuken… Goed om daarbij te weten is dat klimop zeer winterhard is; hij is bestand tegen temperaturen die je binnen alleen in je diepvries zult bereiken.
Dat maakt dat we ook een unieke tip kunnen geven over wat je moet doen met een exemplaar dat in de koude maanden ernstig te lijden heeft onder het drooggestookte binnenklimaat: zet hem gewoon buiten. Voor praktisch iedere andere kamerplant zou dat definitief einde verhaal zijn, maar deze planten leven daardoor op. Laat hem trouwens dan wel meteen het hele winterseizoen buiten staan; de overgang naar het binnenklimaat is anders te groot.
2.3 Standplaats
Hedera’s zijn van nature schaduwminnaars in hun juveniele fase – denk maar aan de bosrand. Groene hedera’s nemen binnenshuis genoegen met vrij weinig licht; bonte cultivars hebben een lichtere plek nodig om hun bladtekening goed te behouden en om niet langzaamaan groen te worden. Veel indirect licht is prima, en één of twee uur ochtend- of avondzon mag ook, maar vermijd directe zomerzon. Dat leidt hooguit tot geel of bruin verkleurende bladeren.
Te weinig licht herken je aan lange, slappe en bleke stengels, met bladeren die ver uit elkaar staan. (Te veel voeding kan daar overigens ook toe leiden.)
Verder is een plek vlak naast een radiator af te raden; warme, droge lucht vergroot de kans op spint sterk. Een koele vensterbank op het noorden, oosten of westen werkt vaak uitstekend. Een badkamer met een raam kan ook een goede plek zijn voor hedera: licht en met de hogere luchtvochtigheid die deze plant graag heeft.
Hedera’s laten zich gemakkelijk leiden. In een hangpot vallen de ranken sierlijk naar beneden; langs een rooster of een mosstok klimmen ze gewillig omhoog; rond een ringvormig draadframe groeien ze tot een aardige bolvorm. Zelfs als opgeleid stammetje worden ze soms aangeboden. De hechtwortels werken binnenshuis overigens veel minder goed dan buiten op een muur, omdat ze een hoge luchtvochtigheid vereisen.
2.4 Voeding
Hedera heeft weinig voeding nodig. Geef in het groeiseizoen hooguit eens per maand een verdunde dosis vloeibare plantenvoeding volgens de aanwijzingen op de verpakking, en in de winter niets.
2.5 Verpotten
Hedera heeft een relatief fijn, oppervlakkig wortelgestel en hoeft niet vaak verpot te worden. Eens per twee à drie jaar is doorgaans genoeg. Het beste moment is aan het begin van de lente, al maakt het bij deze kamerplanten betrekkelijk weinig uit.
Gebruik standaard potgrond, eventueel met een handje perliet of fijn grind erbij voor extra doorlatendheid. Een brede, vrij ondiepe pot werkt voor hedera vaak beter dan een hoge, smalle – niet alleen omdat de wortels betrekkelijk oppervlakkig zijn, maar ook omdat de plant zo stabieler blijft staan, vooral wanneer je hem met veel afhangende ranken laat groeien.
2.6 Snoeien
Klimop is uitstekend te snoeien. Te lang geworden ranken kun je zonder enige aarzeling terugknippen tot net boven een blad of zijscheut; de plant zal in de regel binnen enkele weken nieuwe uitlopers vormen op het achtergebleven gedeelte. Een goede snoeibeurt in het voorjaar maakt een plant doorgaans flink voller.
Snoeien combineert mooi met stekken (zie verder het kopje Stekken hieronder). Het snoeiafval is namelijk uitstekend te stekken.
Bij hedera’s die je rond een frame, een ringvorm of een mosstok hebt opgeleid, is regelmatig bijknippen sowieso geboden: laat je de plant ongemoeid, dan groeien een paar krachtige ranken er al snel doorheen of overheen, en valt het hele effect weg. De kritische huiskamertuinier is in het groeiseizoen dan ook bijna maandelijks met de snoeischaar in de weer.
2.7 Vermeerderen
Hedera is één van de gemakkelijkste planten om te vermeerderen. Er zijn twee gangbare manieren: stekken (verreweg de meest gebruikte) en, meer uitzonderlijk, zaaien.
2.7.1 Stekken
Knip een rank van tien tot vijftien centimeter van de plant, met enkele bladeren eraan. Verwijder de onderste één of twee bladeren, zodat er een stukje kale stengel overblijft. Zet de stek vervolgens in een glaasje water op een lichte, niet te koude plek, of steek hem direct in een potje met vochtige potgrond. In beide gevallen vormt zich doorgaans al binnen twee à vier weken een flink bosje wortels.
Stekken in water is voor hedera goed te doen, maar werkt niet voor alle cultivars even betrouwbaar; sommige sterk bonte cultivars zoals H. helix ‘White Wonder’ slaan in water trager aan dan in grond. Bij twijfel: kies grond. Voor extra zekerheid kun je de stek de eerste weken licht afdekken met een doorzichtige plastic zak of een omgekeerd glazen potje, om de luchtvochtigheid rond het stekje hoog te houden.
Een aardige variant op het gewone stekken is het stekken van adulte takken. Heb je hedera in de tuin, of kun je een tak van een oude klimop krijgen, dan kun je in het najaar of vroege voorjaar een tak knippen uit de niet-klimmende, bloeiende top van een volwassen plant. Stek je die op de gebruikelijke manier, dan groeit daar een struikje uit in plaats van een klimplant – de eerdergenoemde boomklimop (zie ook het kopje Groeiwijze eerder in dit artikel). Tip: het stekken van adulte takken kan wel iets meer geduld vergen; reken op een paar weken extra voordat er wortels komen.
2.7.2 Zaaien
Hedera’s uit zaad opkweken is een stuk minder gebruikelijk; het gebeurt vooral bij verzamelaars van wilde klimopsoorten of voor inheemse aanplant. Praktisch komt het op het volgende neer. Verzamel in de late winter rijpe bessen in de tuin of van wilde planten – kamerplanthedera’s bloeien binnenshuis immers praktisch nooit (zie ook het kopje Bloeiwijze hieronder). Verwijder het vruchtvlees en geef de zaden een koudebehandeling (stratificatie): bewaar ze enkele weken koel en vochtig in de koelkast voordat je ze zaait. Daarna kunnen ze op een lichte, koele plaats in zaai- en stekgrond ontkiemen, wat enkele weken tot maanden kan duren.
Een belangrijke kanttekening: zaailingen van een cultivar lijken meestal niet of nauwelijks op de moederplant. Wil je een specifieke bonte cultivar als ‘Glacier’ erbij, dan moet je sowieso stekken. Bovendien blijven hedera’s die uit zaad zijn opgekweekt heel lang in de juveniele klimfase, terwijl een stek van een volwassen tak juist meteen in adulte vorm verdergaat. Voor de meeste huiskamertuiniers is stekken dan ook de aangewezen route.
Was na het schoonmaken van de bessen je handen: hedera is licht giftig (zie ook het kopje Overige tips bij de verzorging verderop in dit artikel).
2.8 Bloeiwijze
Hedera bloeit, zoals besproken bij Groeiwijze eerder in dit artikel, alleen in zijn adulte fase. Aangezien kamerplanthedera’s vrijwel altijd in hun juveniele, klimmende vorm worden gehouden, gebeurt het binnenshuis dus praktisch nooit. Bloeiende klimop tref je bij ons aan in de tuin: op oude muren, in bossen, langs schuttingen, doorgaans pas wanneer de plant flink wat jaren op een geschikte zonnige plek heeft gestaan.
De bloemen zelf zijn weinig spectaculair om te zien – kleine, geelgroene sterretjes – maar ze zitten in fraaie bolvormige schermen, vaak tien of meer per stengel, op de toppen van de adulte takken. Van grote betekenis voor de natuur is de bloeitijd. Hedera bloeit doorgaans van eind september tot in november, in een seizoen waarin vrijwel niets anders nog in bloei staat. Door die late bloei is klimop een belangrijke nectar- en stuifmeelbron voor bijen, hommels, wespen, vlinders en vooral zweefvliegen. Er bestaat zelfs een gespecialiseerde klimopbij, Colletes hederae, die in de nazomer en herfst vooral op bloeiende klimop vliegt. Voor één broedcel verzamelt zo’n vrouwtje stuifmeel van honderden bloemetjes.
Na de bloei volgen de typische klimopbessen: eerst groen, later donkerblauw tot zwart. Die rijpen pas laat in de winter en zijn dan in januari en februari een belangrijke voedselbron voor merels, lijsters, spreeuwen en duiven. Voor mensen en huisdieren zijn ze niet eetbaar; zie verder het kopje Overige tips bij de verzorging.
2.9 Ziektes en plagen
Spint is veruit het grootste probleem bij hedera’s binnenshuis, vooral op een warme, droge standplaats. Je herkent een aantasting aan fijne webjes en doffe bladeren. Zet de plant koeler en op een wat vochtiger plek, en spoel de mijten zo veel mogelijk weg onder een lauwe douche. Gebruik zo nodig alleen een bestrijdingsmiddel dat voor gebruik binnenshuis is toegelaten en volg het etiket. Bladluizen, wolluizen en schildluizen komen minder vaak voor; controleer bij terugkerende aantastingen ook de standplaats.
Wortelrot ontstaat vooral door te natte potgrond bij weinig verdamping. Geef dan minder water, controleer de wortels en verwijder bij een zware aantasting de verrotte delen voordat je de gezonde plant in verse potgrond zet.
2.10 Verzorging als tuinplant
Buitenshuis zijn Hedera helix, H. hibernica en H. colchica volledig winterhard in onze streken; ze kunnen probleemloos in de volle grond worden gehouden. H. canariensis en H. algeriensis zijn dat niet (zie het kopje Overige Hedera-soorten eerder in dit artikel).
Voor de gewone klimop in de tuin geldt dat hij vrijwel volledig zelfredzaam is. Hij verdraagt diepe schaduw, halfschaduw en zelfs vrij zonnige standplaatsen, mits er enige bodemvochtigheid aanwezig is. Als bodembedekker onder bomen, als groene bekleding tegen een schutting of als klimmer in een boom is hij vrijwel onverwoestbaar. Bemesting is praktisch nooit nodig. Extra bewatering is alleen nodig in lange droge periodes en bij pas geplante exemplaren.
Als bodembedekker is hedera zeer waardevol voor de tuinecologie. Hij geeft jaarrond dekking aan kleine vogels en zoogdieren, voorkomt erosie en biedt met zijn late bloei en winterse bessen voedsel in een seizoen waarin weinig andere voedselbronnen beschikbaar zijn. Veel imkers houden zelfs een paar vierkante meter klimop expres aan om hun bijen aan een laatste najaarsbron te helpen – de resulterende klimophoning is een gewild specialiteitsproduct.
2.11 Overige tips bij de verzorging
Tot slot nog een paar aandachtspunten bij de verzorging van hedera’s:
- De oudste delen van een hederarank kunnen na verloop van tijd kaal worden doordat de plant z’n blad laat vallen. Dat is normaal en duidt niet op ziekte. Vind je dat storend, dan kun je de rank terugknippen en vanaf de basis opnieuw laten uitlopen (zie ook het kopje Snoeien eerder in dit artikel).
- Sommige bonte cultivars vertonen na een paar jaar zogenoemde reversie: er beginnen volledig groene scheuten op te komen, die door hun grotere bladgroenproductie agressiever groeien dan de bonte delen en op den duur het hele plantje overheersen. Het beste tegenmiddel is om die scheuten weg te knippen zodra je ze ziet.
- Naast hedera als kamerplant zien we de plant in onze cultuur ook regelmatig terug als snijgroen in bloemboeketten, vooral rond kerst. De takjes blijven vrij lang goed op water en passen mooi bij allerlei bloemcombinaties. Heb je hedera in de tuin staan, dan heb je daar het hele jaar gratis snijgroen van.
- Hedera laat zich goed als bolvorm op een lage stam leiden. Bind enkele krachtige ranken rond een bolvormig draadframe en knip de uitlopers regelmatig kort. Binnen één à twee seizoenen heb je een aardig sluitende bol.
3. Hedera kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
Hedera’s zijn in Nederland ruim en goedkoop verkrijgbaar. Praktisch elk tuincentrum, elke bouwmarkt, supermarkt en bloemist heeft er wel een paar staan, vooral van de bonte kleinbladige cultivars zoals H. helix ‘Glacier’ en ‘Goldchild’. Voor een paar euro neem je er al één mee naar huis. Wil je een specifiekere cultivar of een grootbladige soort als H. algeriensis ‘Gloire de Marengo’ of H. colchica ‘Sulphur Heart’, dan moet je doorgaans bij een gespecialiseerde kweker of een goed gesorteerde tuinwinkel zijn; online is zo’n assortiment ook redelijk gemakkelijk te vinden.
Een paar aandachtspunten bij het kopen:
- Controleer het blad op spint. Dat is verreweg het meest voorkomende probleem bij hedera’s uit het tuincentrum of de supermarkt, en niet altijd direct zichtbaar. Doffe, fletse bladeren, fijn spinrag tussen de stengels en een patroon van gele of bruinige vlekken op de bladeren zijn de typische signalen. Een plant met (beginnende) spint kan op zich worden gered, maar je haalt er wel meteen mogelijke besmetting voor je andere kamerplanten mee in huis.
- Bekijk de stengels bij de basis. Donker verkleurde, zacht aanvoelende stengels duiden op (beginnende) wortelrot. Daar herstelt een plant minder gemakkelijk van dan van spint.
- Kies een cultivar die past bij het licht op de plek die je in gedachten hebt (zie ook het kopje Standplaats eerder in dit artikel). Een ‘White Wonder’ in een hoekje van de noordkamer is geen goed idee; daar past beter een ‘Pittsburgh’ of een gewone groene H. helix.
- Laat je niet te snel verleiden tot een al vol uitgegroeide plant rond een groot draadframe. Dergelijke exemplaren zijn fraai, maar ze zijn vaak in een kasklimaat opgekweekt met zeer hoge luchtvochtigheid en weinig variatie, en kunnen flink van slag raken bij een verhuizing naar de drogere huiskamer. Een wat kleinere plant past zich gemakkelijker aan en groeit, met een goede verzorging, alsnog snel uit.
- Hedera in een hangpotje koop je prima bij de bloemist of de supermarkt – de plant is zo gemakkelijk te kweken dat er op grote schaal aardige kwaliteit voor weinig geld geleverd kan worden. Een lage prijs is bij deze kamerplanten daarom niet per se een teken van mindere kwaliteit.
- Wil je liever zelf een aparte cultivar opkweken en ken je niemand met de juiste plant, dan kun je online of bij een gespecialiseerde kweker terecht. Stekjes worden door liefhebbers ook vaak gewoon uitgewisseld; hedera leent zich daar uitstekend voor (zie verder het kopje Stekken eerder in dit artikel).
- Hedera staat in veel lijstjes als ‘luchtzuiverende plant’. In de praktijk is het effect van een paar kamerplanten op de werkelijke luchtkwaliteit in een woning zeer beperkt, dus reken niet op een significante verbetering van het binnenklimaat.
- Hedera is licht giftig voor mensen, honden en katten. De bladeren, bessen en het sap bevatten onder meer saponinen, irriterende plantenstoffen. Bij inname kunnen klachten ontstaan zoals speekselvloed, braken of diarree; het sap kan bij een gevoelige huid irritatie of contacteczeem veroorzaken. De bessen zijn voor kinderen vooral riskant omdat ze er verleidelijk donkerblauw uit kunnen zien.
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.
