
Iresine of bloedblad is een opvallende kamerplant met dieprode, magenta of bont geelgroene tinten in een kleurintensiteit die je bij weinig andere bladplanten tegenkomt. Hoe zorg je bij een iresine voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:
1. Inleiding: wat is Iresine voor plant?
De iresine, ook wel biefstukplant of bloedblad genoemd, is een bladplant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae). In de handel kom je ook vaak de Latijnse naam Iresine herbstii tegen. De plant dankt z’n bijnamen aan één ding: het blad. Dat is bij de bekendste vormen zo diep wijnrood, met felroze tot karmijnrode nerven, dat het inderdaad iets weg heeft van een plak rauw vlees. De Engelsen maken het nog bonter en noemen de plant naast bloodleaf (bloedblad) ook wel chicken gizzard, ‘kippenmaagje’. Hoe de iresine in de natuur groeit, waar hij vandaan komt en welke kleurvarianten er zijn, bespreken we hieronder.
1.1 Habitat

Iresines komen uit tropisch Amerika. Ze groeien daar in warme streken met veel licht, dus niet als typische planten van de donkere oerwoudbodem, zoals veel andere uit die regio afkomstige kamerplanten. Dat onderscheid is voor de verzorging in de huiskamer relevant; we komen er bij het kopje Standplaats verderop in dit artikel uitgebreid op terug.
Het precieze oorspronkelijke verspreidingsgebied is lastiger vast te pinnen dan bij veel andere kamerplanten, ook vanwege een botanisch onderscheid. De planten die wij als kamerplant kennen, horen tot één vorm binnen de veel bredere soort Iresine diffusa; zie het kopje Soorten hieronder. Voor die vorm houden de actuele botanische naslagwerken de oorspronkelijke habitat op het noorden van Peru, terwijl de soort als geheel in grote delen van tropisch en subtropisch Amerika voorkomt. Voor de huiskamertuinier maakt het overigens weinig uit: dit blijft hoe dan ook een echte warmteminnaar zonder uitgesproken rustseizoen.
1.2 Groeiwijze
In de natuur is dit een snel groeiende, bossige plant die zomaar één tot twee meter hoog kan worden, met vlezige, vaak roodgekleurde stengels die rechtop staan of gaan kruipen. Als kamerplant blijft hij kleiner, doorgaans niet veel hoger dan een halve meter – al dan niet met behulp van de snoeischaar, om hem mooi compact te houden.
De bladeren staan tegenover elkaar en zijn rond tot eivormig of hartvormig, een centimeter of twee tot zes lang, met een bladtop die vaak een klein inkepinkje heeft. De nerven zijn meestal lichter gekleurd dan de rest van het blad, en juist dat contrast geeft de plant zijn aantrekkelijke tekening. Bij de donkerste vormen overheersen die pigmenten het bladgroen zo volledig dat er nauwelijks nog iets van dat groen te zien is.
Iresines zijn tweehuizig: er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke exemplaren. De bloemen zijn klein en onopvallend, dus voor de bloei hoef je deze plant niet in huis te halen. Zie ook het kopje Bloeiwijze verderop in dit artikel. Een laatste eigenschap die de verzorging tekent: het is een kortlevende plant. Een oud exemplaar gaat er na verloop van tijd onherroepelijk slungelig uitzien. Geen ramp, want stekken slaan bij de iresine bijna altijd aan, zoals we bij het kopje Vermeerderen zullen zien.
1.3 Stamboom en verwante kamerplanten
De iresine hoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae). Buiten de sierplantenwereld is die familie verrassend alledaags: eetbare planten zoals spinazie, biet en quinoa en horen er ook bij.
Wil je verwante kamerplanten aanwijzen, dan moet je een rang hoger kijken, naar de orde Caryophyllales, waartoe ook de anjers behoren. Op die afstand deelt de iresine zijn stamboom met een bont gezelschap. Daar vallen namelijk onder andere cactussen (zoals de lidcactus), levende steentjes (Lithops), de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula), de bekerplant (Nepenthes), de bougainvillea en Muehlenbeckia eveneens onder.
1.4 Soorten
Het geslacht Iresine telt ruim dertig soorten, maar als kamer- en perkplant zul je er feitelijk maar één groep tegenkomen: de planten die in de handel nog altijd Iresine herbstii heten. Strikt botanisch wordt die naam tegenwoordig meestal onder Iresine diffusa f. herbstii geplaatst, maar op etiketten, bij webshops en in tuincentra is de oude naam nog springlevend. De naam herbstii verwijst trouwens niet naar een vindplaats of een ontdekkingsreiziger, maar naar een meneer Herbst, een negentiende-eeuwse kweker en plantenverzamelaar.
Iresines zijn uitgesproken variabel, en dat verklaart waarom het assortiment van kweekvormen wat rommelig oogt. Voor de leesbaarheid gebruiken we hieronder de bekende tuinbouwnaam Iresine herbstii. De bekendste cultivars zijn:
- I. herbstii ‘Brilliantissima’: de klassieke vorm, met diep wijnrood blad en felroze tot heldere karmijnrode nerven. Dit is het type dat de naam bloedblad het meest eer aandoet.
- I. herbstii ‘Aureoreticulata’: een heel ander beeld, met groen blad, gele nerven en opvallend roze tot rode bladstelen. Juist deze bonte, geel-groen-rode vorm wordt in het Engels vaak chicken gizzard (‘kippenmaagje’) genoemd.
- I. herbstii ‘Purple Lady’: zeer donker, bijna zwartpaars blad op een laag, breeduit groeiende plant. Wordt daarom ook weleens als bodembedekker of hangplant gebruikt.
- Iresine ‘Rose’ en ‘Lime’, in de handel Blazin’ Rose en Blazin’ Lime: modernere selecties, de eerste met donker wijnrood blad en felroze nerven, de tweede in fris limoengroen met crèmegele tekening en helderroze stelen. Deze twee worden niet onder I. herbstii gevoerd, maar op geslachtsniveau als Iresine-selecties.
Daarnaast kom je in de handel vormen tegen die onder de oude naam Iresine lindenii worden aangeboden. De huidige botanische naam daarvoor is Iresine diffusa f. lindenii. Deze planten hebben smallere, spitsere bladeren in een zeer donkere tint bloedrood. Ze worden vaak onder dezelfde verzamelnamen verkocht. De verzorging is in de praktijk identiek aan die van I. herbstii, dus de onderstaande tips gelden voor beide.
2. Verzorging Iresine
Iresines staan te boek als dankbare, snelgroeiende en weinig veeleisende kamerplanten, en dat klopt grotendeels. Tegelijkertijd zijn er diverse aandachtspunten en bijzonderheden die je bij de verzorging in acht moet nemen als je echt wilt zorgen voor een goede groei. Die punten bespreken we hieronder uitgebreid.
2.1 Water geven
Houd de potgrond in het groeiseizoen het liefst gelijkmatig en licht vochtig. Een iresine groeit hard, en een hard groeiende plant drinkt navenant; zeker in een warme, lichte zomer mag je met gulle hand gieten. Zorg er alleen voor dat de plant niet met natte voeten in een laagje water blijft staan, want daar is ook deze soort niet tegen bestand. Laat in de winter, als de groei eruit is, de bovenste laag aarde tussen twee gietbeurten door wat verder opdrogen.
Een iresine met dorst kan opvallend snel slap gaan hangen. Geef je vervolgens water, dan staat de plant vaak binnen een uur weer overeind. Schrik dus niet direct van dergelijke dramatische uitingen, maar laat de potgrond beter niet te vaak zo ver uitdrogen: dat kost de plant uiteindelijk wel energie.
2.2 Temperatuureisen
Het blijft een echte tropische plant, en dat betekent: warm houden. Houd de temperatuur het liefst altijd boven de 15 graden en in elk geval boven de 10 à 12 graden. Koude tocht en plotselinge temperatuurwisselingen zijn uit den boze, dus zet de plant niet pal naast een buitendeur of een tochtig raam. Omdat de iresine in de natuur geen echte winterrust kent, verlangt hij ook in onze huiskamer ’s winters dezelfde warmte als ’s zomers. Kou uit zich al snel in slap, afvallend blad.
2.3 Standplaats
Hier zit de crux van de hele verzorging. Veel populaire bladplanten komen van de schemerige tropische bosbodem en nemen daarom genoegen met een plek een eind van het raam; de aglaonema is daar een schoolvoorbeeld van. De iresine is precies het tegenovergestelde geval. Hij komt van zonnige bosranden en open plekken, en hij heeft dus veel licht nodig in de huiskamercultuur.
Krijgt deze kamerplant te weinig licht, dan zie je dat onmiddellijk. De bladeren verbleken, het rood wordt vaal, er komt meer dof groen in en de plant gaat spichtig de hoogte in op zoek naar licht, met grote kale stukken stengel tussen de bladeren. Geef iresines daarom een echt lichte plek, vlak voor een raam op het zuiden of westen. Een beetje directe ochtend- of winterzon is geen probleem; dat komt de kleur juist ten goede. Het enige waar je voor moet oppassen, is felle, directe middagzon ’s zomers achter glas, want die kan de bladeren plaatselijk doen verbranden.
2.4 Voeding
Een vlotte groeier vraagt om brandstof. Geef je iresine in het groeiseizoen – grofweg van het vroege voorjaar tot in de herfst – ongeveer eens in de twee weken een verdunde dosis vloeibare plantenvoeding. Houd in de winter, wanneer de groei stilvalt, helemaal op met het geven van voeding.
2.5 Verpotten
Door het stevige groeitempo zal een gezonde iresine z’n pot al gauw vullen. Verpot in het voorjaar, wanneer de plant net aan de groei is, naar een iets grotere pot met een goed doorlatende, humusrijke potgrond. Een standaardpotgrond voor kamerplanten voldoet prima; meng er eventueel wat perliet doorheen voor extra drainage.
Bedenk wel dat het hier om een kortlevende plant gaat. Veel liefhebbers verpotten een wat ouder, slungelig wordend exemplaar daarom helemaal niet meer, maar nemen gewoon een paar stekken om de plant te verjongen. Zie het kopje Stekken hieronder.
2.6 Snoeien
Snoeien, of beter gezegd toppen, is bij iresines essentieel om een mooie plant te krijgen. Knip of pluk dus regelmatig de groeitopjes weg. Daarmee dwing je de plant om vanuit de bladoksels eronder uit te lopen, zodat hij voller en compacter wordt in plaats van één lange, kale spriet. Je mag trouwens ook gerust wat doortastender aan de gang met de snoeischaar; iresines zijn daar uitstekend tegen bestand, en ze zullen ook na een stevige snoeibeurt al spoedig weer uitlopen.
Weggesnoeide plantdelen hoef je niet weg te gooien: het zijn perfecte stekken. Zie verder het kopje hieronder.
2.7 Vermeerderen
Weinig kamerplanten laten zich zo moeiteloos vermeerderen als de iresine. In de praktijk komt het neer op stekken; zaaien is hooguit een hobbyproject voor de nieuwsgierige huiskamertuinier.
2.7.1 Stekken
Neem in het voorjaar of de zomer een topstek van acht tot tien centimeter, verwijder de onderste blaadjes en zet de stek in zaai- en stekgrond op een lichte, warme plaats. Houd de grond constant licht vochtig. Alternatief kun je stekken op water. Zet de stek eenvoudigweg in een glaasje met water, op een lichte en warme plaats. Binnen een tot twee weken verschijnen de eerste worteltjes; als zich een flink bosje heeft gevormd, plant je de stek over in aarde.
Omdat de plant kortlevend is, is het een goede gewoonte om aan het eind van de zomer een paar stekken te nemen. Zo heb je als huiskamertuinier altijd jong, fris materiaal achter de hand om een oud, uit z’n krachten gegroeid exemplaar te vervangen. Dit is meteen dé manier om een plant veilig de winter door te helpen; zie ook het kopje Verzorging als tuinplant verderop in dit artikel.
2.7.2 Zaaien
Zaaien is eigenlijk geen relevante vermeerderingsmethode in de huiskamer. Iresines zijn tweehuizig, dus voor zaad heb je zowel een mannelijk als een vrouwelijk exemplaar nodig, die ook nog eens tegelijk moeten bloeien. Dat zal niet snel voorkomen. En een andere bron voor de zaden is er ook eigenlijk niet, want voor zover ons bekend wordt het niet of nauwelijks aangeboden in de handel.
2.8 Bloeiwijze

De bloei van de iresine is onopvallend. De plant vormt aan de toppen ijle, aarvormige pluimen met talloze piepkleine, groenwitte bloempjes. In de huiskamer verschijnen die zelden, en als ze dat toch doen, steken ze bleekjes af tegen de felgekleurde bladeren. Het is dan ook een tikje ironisch dat de geslachtsnaam Iresine teruggaat op het Griekse woord voor een wollen guirlande of krans, daarmee verwijzende naar de wollig behaarde bloeiwijzen en zaden.
2.9 Ziektes en plagen
Het meest voorkomende probleem is lichtgebrek: een vale kleur en spichtige, kale uitgroei. De oplossing is dan simpelweg een lichtere standplaats en flink terugsnoeien. Zie de kopjes Standplaats en Snoeien eerder in dit artikel.
Van de echte belagers is spint de belangrijkste, vooral als de lucht erg droog is. Verhoog in dat geval de luchtvochtigheid rond de plant en spoel hem af onder de douche. Daarnaast kunnen witte vlieg, wolluis en dopluis toeslaan; gebruik daartegen een biologisch bestrijdingsmiddel volgens de aanwijzingen op de verpakking. Te veel water leidt, zoals bij vrijwel alle kamerplanten, tot wortelrot; geef dus liever iets te weinig dan te veel. Staat de plant in de zomer buiten, let dan op slakken, die het malse blad bijzonder weten te waarderen. Meer daarover bij het kopje Verzorging als tuinplant hieronder.
2.10 Verzorging als tuinplant

De iresine heeft een rijk verleden als tuinplant, en dat is geen toeval. In de Victoriaanse tijd was de plant in onder meer het Verenigd Koninkrijk een vaste waarde in de zogeheten carpet bedding: strak aangelegde, tapijtachtige perken waarin felgekleurde bladplanten tot fijnmazige patronen werden uitgelegd. Toen die mode tegen het eind van de negentiende eeuw uit de gratie raakte, verdween de iresine grotendeels uit beeld. In de twintigste eeuw dook hij vervolgens weer op in kleurige moderne borderbeplantingen.
Ook nu nog leent deze plant zich uitstekend voor de zomer buiten, in een border of in potten op het terras. Geef hem dan een zonnige plek voor de beste kleur, en houd de grond vochtig. Eén ding moet je niet vergeten: de plant is absoluut niet winterhard en bezwijkt bij de eerste nachtvorst. Haal hem dus ruim vóór de herfst weer naar binnen, of neem aan het eind van de zomer een paar stekken die je binnen overwintert, en zet die het volgende voorjaar weer buiten.
2.11 Overige tips bij de verzorging
Heb je kinderen of huisdieren, dan is het goed om te weten dat de iresine te boek staat als niet giftig voor honden, katten en paarden. Daarmee is het een van de veiligere keuzes onder de kleurrijke kamerplanten. Het plantensap kan volgens sommige bronnen bij een gevoelige huid lichte irritatie geven; was daarom na een flinke snoeibeurt je handen.
3. Iresine kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
Je vindt de iresine vooral in het voorjaar en de zomer bij tuincentra, soms als kleine perkplant en soms als volwaardige kamerplant in pot. Buiten het zomerseizoen is het aanbod wisselend; dan loont online zoeken het meest. Let bij de aanschaf vooral op de kleur en de vorm. Kies een compact, bossig exemplaar met intens gekleurd blad.
Koop een iresine bij voorkeur niet in het koude jaargetijde van een buitenkraam of een onverwarmde plek. De plant is gevoelig voor kou, en een exemplaar dat onderkoeld is geraakt kan er bij de verkoper nog prima uitzien maar thuis alsnog binnen enkele dagen in elkaar zakken. Zoals we het weleens omschrijven: zulke planten hebben de houdbaarheid van een boeketje snijbloemen.
Voor zover ons bekend zijn iresines niet giftig voor mensen of huisdieren.
Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.
