• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Goede Groei
de online kamerplantenencyclopedie
Zoeken
    • Home
    • Kamerplanten
    • Ziektes en plagen
    • Plantenweetjes
    • Contact
    • Zoeken
    Home » Kamerplanten » Drosera (zonnedauw): kopen en verzorging

    Drosera (zonnedauw): kopen en verzorging

    Kleine zonnedauw
    Kleine zonnedauw in een Brabants vennetje.

    Drosera, in het Nederlands ook wel zonnedauw genoemd, is een geslacht van vleesetende kamerplanten met fijne kleeftentakels op de bladeren, waar telkens een glashelder druppeltje aan hangt. Voor het oog van een vlieg of mugje lijkt dat op nectar of een waterparel; in werkelijkheid is het stevig kleefslijm, waarin een onfortuinlijk insect nogal definitief vastloopt. Hoe zorg je bij drosera’s voor een goede groei, waar kun je deze kamerplanten kopen en waar moet je dan op letten? Dat en meer bespreken we in dit artikel in vier punten:

    1. Inleiding: wat is drosera (zonnedauw) voor plant?
      • 1.Inleiding: wat is drosera (zonnedauw) voor plant?
      • 1.1Habitat en herkomst
      • 1.2Groeiwijze
      • 1.3Stamboom en verwante kamerplanten
      • 1.4Soorten
    2. Verzorging drosera
      • 2.Verzorging drosera
      • 2.1Water geven
      • 2.2Temperatuureisen
      • 2.3Standplaats
      • 2.4Voeding
      • 2.5Verpotten
      • 2.6Snoeien
      • 2.7Vermeerderen
        • 2.7.1Bladstekken en wortelstekken
        • 2.7.2Zaaien en gemmae
      • 2.8Bloeiwijze
      • 2.9Ziektes en plagen
      • 2.10Verzorging als terrarium-, moeras- of tuinplant
      • 2.11Overige tips bij de verzorging
    3. Drosera kopen: waar moet je op letten en waar kan het?
    4. Reacties
    • Water
    • Temperatuur
    • Licht
    • Voeding
    • Verpotten
    • Snoeien
    • Stekken
    • Bloei
    • Problemen
    • Reacties

    1. Inleiding: wat is drosera (zonnedauw) voor plant?

    Drosera hilaris
    Drosera hilaris in de natuurlijke omgeving rondom de Zuid-Afrikaanse Kaap.

    Drosera is, wellicht verrassend gezien het zeer beperkte aanbod in het tuincentrum, een uitgesproken groot plantengeslacht. Wereldwijd zijn er ruim 250 soorten, waarmee Drosera tot de grootste geslachten van vleesetende planten behoort. De zonnedauw vormt samen met onder meer de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) en de watervliegenval (Aldrovanda vesiculosa) de familie Droseraceae, de zonnedauwfamilie. Hoe de natuurlijke omgeving van deze planten eruitziet, hoe ze daar groeien en welke soorten je in de handel tegenkomt, bespreken we hieronder uitgebreid.

    1.1 Habitat en herkomst

    Drosera capensis 1
    Drosera capensis: vanuit dit perspectief is het langgerekte blad één grote landingsbaan voor insecten. Eenmaal geland, zullen ze echter nooit meer opstijgen.

    Het verspreidingsgebied van Drosera is opvallend ruim: zonnedauwen komen op vrijwel ieder werelddeel voor, met Antarctica als enige uitzondering. Veruit de meeste soorten groeien echter in Australië: meer dan 150, vooral in het zuidwesten van het continent.

    Daarnaast zijn er veel soorten te vinden in Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Noord-Amerika, Zuidoost-Azië en, niet onbelangrijk voor de Nederlandse plantenliefhebber, ook gewoon hier bij ons. De meest verkochte soort hier is de Kaapse zonnedauw (Drosera capensis), van nature afkomstig uit de Kaapprovincies van Zuid-Afrika.

    Ondanks die enorme spreiding hebben praktisch alle drosera’s één gemeenschappelijke voorkeur: ze groeien op zeer voedselarme, gewoonlijk zure en bijna altijd permanent natte tot drassige gronden. Denk aan hoogvenen, vochtige heidegebieden, kwelmoerassen, natte zandgrond, sijpelplekken en de oevers van langzaam stromende riviertjes. Juist dit type ondergrond – nat, zuur en met nauwelijks beschikbare voedingsstoffen – ligt aan de basis van de vleesetende leefwijze. Omdat er in de bodem zelf nauwelijks stikstof en fosfor te halen valt, hebben deze planten een manier gevonden om een alternatieve voedingsbron aan te boren: insectenvlees.

    De geslachtsnaam Drosera komt uit het Grieks: droseros betekent zoveel als ‘dauwig’. De Nederlandse naam zonnedauw zit min of meer op dezelfde lijn. Niet onlogisch: de minuscule, glashelder glinsterende druppeltjes op de tentakels zijn waarschijnlijk het meest herkenbare onderdeel van deze planten, zeker in de ochtendzon.

    Drie soorten zonnedauw komen van nature in Nederland voor: de ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia), de kleine zonnedauw (Drosera intermedia) en de lange zonnedauw (Drosera anglica). Vooral D. rotundifolia en D. intermedia kun je in sommige natuurgebieden nog tegenkomen; D. anglica is in Nederland zeer zeldzaam en sterk achteruitgegaan.

    1.2 Groeiwijze

    Drosera opgevouwen
    De inmiddels grotendeels verteerde prooi is de reden voor deze gekke krul in het blad: dat heeft zich namelijk om het insect heen gevouwen.

    De meeste drosera’s groeien als platte rozet: een lage bladkrans die direct uit de grond komt, zonder echte stengel of stam. De doorsnede van zo’n rozet varieert van enkele millimeters bij sommige Australische dwergsoorten tot ruim twintig centimeter bij veel tropische soorten. Sommige soorten vormen een uitzondering. Zij hebben een opstijgende, soms zelfs slingerende groeiwijze en kunnen een paar decimeter hoog worden. Het bekendste voorbeeld daarvan is Drosera binata, met zijn karakteristieke gevorkte bladeren aan dunne, opgaande stelen.

    Er is daarnaast nog een vermeldenswaardig verschijnsel, vooral bij de veel gekweekte D. capensis: in de loop der jaren sterven de onderste bladeren langzaam af, terwijl er bovenaan steeds weer nieuwe bijkomen. De plant lijkt zo een kort, dor stammetje te vormen, dat bij oudere exemplaren enkele centimeters hoog kan worden. Hoe je dat eventueel kunt verhelpen, bespreken we verderop bij het kopje Snoeien.

    Het meest in het oog springend is uiteraard niet de algemene groeivorm, maar het oppervlak van de bladeren zelf. Op ieder blad bevinden zich tientallen tot honderden fijne, langgesteelde kliertjes – de zogenaamde tentakels – met aan het uiteinde telkens een druppel kleefslijm. Dat lijkt op dauw, vandaar ook de naam, maar het is in werkelijkheid een door de plant gemaakte, taaie substantie. Daarin zitten lokstoffen, lijmstoffen en spijsverteringsenzymen waarmee de plant kleine prooien langzaam afbreekt.

    Zodra een insect zich op een blad waagt, blijft het eerst aan een paar druppels plakken. Vervolgens komen de overige tentakels langzaam in beweging: ze buigen naar het slachtoffer toe en duwen het in de richting van het bladcentrum. Bij veel soorten vouwt ook het blad zelf zich gedeeltelijk rond de prooi, om het verteringsproces efficiënter te maken. Snel gaat dat allemaal niet – denk eerder aan uren dan aan seconden – maar de druppels zijn zo plakkerig, dat insecten zich zelden los kunnen worstelen. Sterker nog, dat zorgt vaak (ja, het is allemaal niet bijster sympathiek) voor meer contact met de bladeren, en dus nog meer plakkerig slijm rondom het insect.

    De plant haalt op deze manier vooral stikstof, fosfor en enkele sporenelementen uit zijn prooien. De energie wint hij gewoon uit fotosynthese, zoals iedere andere groene plant. Vleesetende planten zijn dus geen alternatieve levensvorm. Het zijn gewone planten met een ongewone manier om aan bouwstoffen te komen. Zonnedauwen hebben daarin veel gemeen met andere vleesetende planten, zoals de vetbladen (Pinguicula), de trompetbekers (Sarracenia) en de tropische bekerplanten (Nepenthes).

    1.3 Stamboom en verwante kamerplanten

    Drosera hoort bij de familie Droseraceae, de zonnedauwfamilie. Die familie valt binnen de orde Caryophyllales, een verrassend bonte orde waarin ook heel andere plantenfamilies zitten. Voor de kamerplantenpraktijk is vooral de laagste gedeelde rang interessant: binnen de familie Droseraceae is Drosera nauw verwant aan de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) en de watervliegenval (Aldrovanda vesiculosa).

    De verwantschap verklaart ook meteen iets aardigs: binnen één familie vind je zowel kleefvallen bij Drosera als de beroemde klapval van Dionaea muscipula en de onderwaterval van Aldrovanda vesiculosa. De familie Droseraceae blijkt zo evolutionair behoorlijk innovatief: drie verschillende oplossingen voor hetzelfde probleem.

    1.4 Soorten

    Er zijn de afgelopen jaren steeds meer drosera’s in de handel verkrijgbaar. De verzorging verschilt per soort minder sterk dan je op grond van het uiterlijk zou denken, al zijn winterrust, lichtbehoefte en herkomst wel belangrijke aandachtspunten. Zie daarvoor ook het kopje Verzorging verderop in dit artikel. Hieronder bespreken we de soorten en groepen die je het vaakst tegenkomt.

    1.4.1 Drosera capensis

    Drosera capensis, de Kaapse zonnedauw, is veruit de meest gekweekte soort. Dat komt door een mooie combinatie van fraai uiterlijk, snelle groei en een opmerkelijke vergevingsgezindheid voor een plant die in wezen in een voedselarm moeras thuishoort. De bladeren zijn langwerpig, staan schuin omhoog en rollen bij een vangst licht tot zeer duidelijk om de prooi heen. Een volwassen plant kan een doorsnede van ongeveer twintig centimeter krijgen, al blijft hij gewoonlijk veel kleiner in de woonkamer.

    Er bestaan verschillende kweekvormen. De gewone groene vorm met rode tentakels wordt vaak als ‘Typical’ aangeboden. Daarnaast zie je onder meer D. capensis ‘Red Form’, met veel roder blad, ‘Wide Leaf’ met bredere bladeren, ‘Bainskloof’ met een wat afwijkende bladbouw, en groene vormen die in de handel vaak ‘Alba’ of ‘Albino’ worden genoemd. Die laatste missen de rode bladkleur vrijwel volledig en zien er daardoor opvallend frisgroen of zelfs wit uit. De verzorging van al deze vormen is praktisch hetzelfde; alleen de roodgekleurde vormen hebben duidelijk veel licht nodig om echt op kleur te blijven.

    1.4.2 Drosera aliciae en Drosera spatulata

    Drosera tokaiensis
    Drosera tokaiensis.

    Drosera aliciae, de zonnedauw van Alice, groeit als compacte, vlakke rozet van ongeveer tien centimeter doorsnede. De spatelvormige bladeren zijn lichtgroen tot roodroze, afhankelijk van de hoeveelheid licht. Het is een van de meest decoratieve drosera’s voor de vensterbank en ook een goede beginnerssoort, al groeit hij iets minder voortvarend dan D. capensis.

    Drosera spatulata lijkt daar op het eerste gezicht behoorlijk op: ook een lage rozet, ook spatelvormige bladeren, ook een voorkeur voor veel licht en natte voeten. De soort is variabel en wordt in de handel regelmatig verward met verwante vormen. Een naam die je daarbij tegenkomt is Drosera tokaiensis. Die Japanse plant is van hybride oorsprong en wordt in de liefhebberij nog weleens als D. × tokaiensis geschreven, maar hij is niet de kruising tussen D. capensis en D. spatulata. De oorsprong ligt bij D. rotundifolia en D. spatulata.

    1.4.3 Drosera binata

    Drosera binata, de gaffelbladige zonnedauw, is een opvallende verschijning met lange, dunne stelen waaraan gevorkte bladeren zitten. Bij de eenvoudigste vormen splitst ieder blad zich in twee punten. Andere vormen, vaak aangeboden onder namen als var. multifida of ‘Multifida Extrema’, vertakken veel sterker, waardoor het blad eindigt in een wirwar van fijne vangarmen.

    Deze soort wordt groter dan veel rozetvormende drosera’s. In goede omstandigheden kan hij tientallen centimeters hoog worden, en een bloemsteel steekt daar nog eens bovenuit. D. binata verdraagt gewone kamertemperaturen, maar doet het vaak beter als hij in de winter wat koeler en iets rustiger staat. Zie daarvoor ook het kopje Temperatuureisen.

    1.4.4 Queenslandse schaduwsoorten

    Drosera adelae
    Drosera adelae, hier druk doende een nieuw blad uit te rollen.

    Een aparte groep vormen de zogenaamde Queenslandse drosera’s: Drosera adelae, Drosera schizandra en Drosera prolifera. Deze soorten komen uit regenwoudgebieden in het noordoosten van Australië en wijken in hun verzorging duidelijk af van veel andere drosera’s. Ze houden niet van volle middagzon, maar juist van helder, gefilterd licht en behoeven een zeer hoge luchtvochtigheid.

    D. adelae is daarvan de meest verkrijgbare soort. De bladeren zijn langwerpig en lancetvormig tot langgerekt driehoekig, eindigend in een scherpe, spitse punt. Ze worden tot een centimeter of vijftien lang. Bij veel licht kleuren ze roodachtig, maar in directe zon kunnen ze verbranden. Voor een open terrarium of een lichte plek zonder felle zon is dit een bijzonder fraaie soort. D. schizandra en D. prolifera zijn lastiger verkrijgbaar en vragen meestal nog wat meer beschutting.

    1.4.5 Inheemse en koudeminnende soorten

    Ronde zonnedauw
    Ronde zonnedauw in de Noord-Hollandse duinen.

    Drosera rotundifolia, Drosera intermedia en Drosera anglica zijn de drie zonnedauwsoorten die van nature in Nederland voorkomen. Ze zijn prachtig, maar voor de warme huiskamer niet de meest logische keuze. Deze planten hebben een echte koudeperiode nodig en vormen in de winter een rustknop. Zonder die winterrust raken ze op termijn uitgeput.

    Wil je deze soorten houden, denk dan eerder aan een onverwarmde kas, een moerasbak op balkon of een beschutte buitenpot met voedselarm, zuur substraat en uitsluitend regenwater. Vooral D. rotundifolia en D. intermedia kunnen op die manier goed groeien. Zet ze niet in gewone potgrond en zeker niet in een warm terrarium. Het klinkt in eerste instantie wellicht vreemd, maar juist planten die in Nederland buiten groeien, hebben vaak niets op met ons huiskamerklimaat.

    1.4.6 Bijzondere groepen

    Naast de bekende soorten bestaan er talloze bijzondere drosera’s. De Australische knoldrosera’s vormen ondergrondse knollen en sterven in de droge zomerperiode bovengronds af. In hun groeiseizoen kunnen ze juist spectaculair uitlopen, soms zelfs met klimmende of slingerende stengels. Ze zijn fascinerend, maar voor beginners en zelfs voor veel liefhebbers te kieskeurig.

    De pygmeedrosera’s zijn het andere uiterste: piepkleine Australische rozetjes van soms maar enkele millimeters tot een paar centimeter breed. Ze vermeerderen zich onder meer via gemmae, minuscule broedknopjes die in het hart van de plant ontstaan. Zodra er regen valt, worden die kleine knopjes weggespat en groeien ze uit tot nieuwe plantjes. Ook deze soorten vereisen een specialistische verzorging, die voor de gewone huiskamertuinier meestal niet op te brengen is.

    Tot slot verdient Drosera regia, de koningszonnedauw uit Zuid-Afrika, een vermelding. Deze soort maakt lintvormige bladeren die vele tientallen centimeters lang kunnen worden en is een van de spectaculairste soorten uit het geslacht. Voor de gemiddelde vensterbank is hij helaas minder geschikt, maar als je echt ambitie hebt, is het wel een soort om te overwegen.

    2. Verzorging drosera

    Drosera capensis close-up
    Een close-up van Drosera capensis, waarbij je goed de rode tentakels en de kleefdruppeltjes op de uiteinden kunt zien.

    Zonnedauwen hebben de reputatie veeleisende kamerplanten te zijn. Dat is deels terecht. Ze zijn op zich helemaal niet zo lastig, maar het is wel zo dat drosera’s een heel andere verzorging nodig hebben dan vrijwel iedere andere kamerplant. Voor de populairste soorten komt die verzorging neer op drie dingen: mineraalarm water, veel licht en geen plantenvoeding.

    Als je eenmaal weet wat je juist níet moet doen, zijn vooral D. capensis, D. aliciae, D. spatulata, D. tokaiensis en veel vormen van D. binata ronduit dankbare planten, die regelmatig kunnen bloeien en ook nog eens varenrouwmugjes en andere irritante insectjes opruimen.

    2.1 Water geven

    Water geven is veruit het belangrijkste onderdeel van de droseraverzorging. Gewoon kraanwater is voor deze planten op den duur bijna altijd een probleem. Zonnedauwen zijn aangepast aan extreem mineraalarme omstandigheden. De kalk en andere opgeloste mineralen uit leidingwater hopen zich langzaam op in het substraat, waarna de wortels steeds slechter functioneren. Dat kan weken duren, of maanden, maar uiteindelijk wint het kraanwater meestal.

    Gebruik daarom regenwater, gedestilleerd of gedemineraliseerd water. Regenwater heeft de voorkeur, maar zeker als je niet over een tuin beschikt, is het lastig om daar aan te komen. Demiwater – van het soort voor bijvoorbeeld stoomstrijkijzers – is een prima alternatief, en dat kun je vinden in bouwmarkten, bij drogisten en vaak zelfs gewoon in de supermarkt.

    Zonnedauwen willen verder altijd vochtige tot natte voeten. Laat het substraat dus niet uitdrogen. De gemakkelijkste methode is als volgt: zet de pot in een schotel of kommetje met een laagje regenwater van één tot enkele centimeters. De plant trekt het water via de potgrond naar boven. Is het schoteltje leeg, dan vul je het weer bij. In de zomer kan dat dagelijks nodig zijn; in de winter gaat het langzamer. Ga je bijvoorbeeld een keer op vakantie, dan kun je je drosera ook prima in een kommetje zetten dat je vult tot net aan de bovenkant van het substraat. In de natuur komt het ook regelmatig voor dat deze planten met hun volledige wortels in het water staan.

    Bij koel overwinterende soorten mag het waterpeil in de winter lager staan. De pot moet vochtig blijven, maar hoeft dan niet voortdurend in een diepe laag water te staan. Zeker bij weinig licht en lage temperaturen verklein je zo de kans op wortelrot. Voor tropische soorten op een warme, lichte vensterbank mag de schotel ook in de winter meestal gewoon gevuld blijven.

    2.2 Temperatuureisen

    Tropische en subtropische drosera’s zoals D. capensis, D. aliciae, D. spatulata, D. tokaiensis en D. adelae doen het goed bij gewone kamertemperatuur tot een eindje daarboven. Reken grofweg op 15 tot 30 graden Celsius. Ze hebben geen strikte winterrust nodig en kunnen het hele jaar binnen blijven groeien, al gaat de groei in de donkere maanden vanzelf langzamer.

    Koudeminnende soorten, waaronder D. rotundifolia, D. intermedia, D. anglica en D. filiformis, hebben juist een echte winterrust nodig. Zij vormen in de herfst een compacte rustknop en willen daarna koel staan, liefst tussen ongeveer 0 en 10 graden. Zonder die rustperiode kwijnen ze op den duur weg. Houd deze soorten daarom buiten of in een onverwarmde serre of koude kas. Bescherm de pot wel tegen langdurige strenge vorst.

    D. binata zit daar een beetje tussenin. Veel vormen verdragen een warme huiskamer, maar groeien vaak sterker als ze in de winter een wat koelere, lichte periode krijgen. De Australische knoldrosera’s hebben weer een heel eigen jaarcyclus: koel en nat in hun groeiseizoen, warm en droog in de rustperiode. Dat maakt ze vooral geschikt voor gespecialiseerde liefhebbers.

    2.3 Standplaats

    Veel licht. Eigenlijk: zoveel mogelijk licht, met een paar uitzonderingen. De meeste drosera’s komen uit open, zonnige groeiplaatsen en kunnen in de Nederlandse huiskamer veel licht gebruiken. Een zuid- of westvensterbank is voor D. capensis, D. aliciae, D. spatulata en veel andere soorten ideaal. Achter glas is de zon al minder sterk dan buiten, en in onze winter is het licht ronduit karig. Ze hebben er niets van weg, maar qua lichtbehoefte hebben deze droserasoorten exact dezelfde voorkeur als keiharde woestijncactussen: hoe meer, hoe beter.

    Te weinig licht herken je snel. De bladeren worden bleker en meestal (veel) korter, de rode pigmenten verdwijnen en de plant maakt amper nog kleefdruppels aan. Bij ernstig lichtgebrek stopt de groei vrijwel volledig. Een groeilamp kan dan uitkomst bieden, vooral in de winter of bij een venster op het noorden. Overigens kan dit voor veel planten, in de winter, betrekkelijk weinig kwaad. Ze verliezen dan al hun blad, maar mits je ze vochtig houdt, beginnen ze in de lente weer uit te lopen.

    Er zijn wel uitzonderingen. D. adelae, D. schizandra en D. prolifera komen uit beschuttere omgevingen, wat dieper in het donkere regenwoud, en verbranden gemakkelijk in felle middagzon. Geef die soorten helder licht zonder directe hete zon. Ook planten die net uit de winkel of uit een donkere verzenddoos komen, kun je beter een paar dagen laten wennen voordat je ze vol in de zon zet.

    2.4 Voeding

    Bij drosera’s luidt het belangrijkste voedingsadvies: geef geen voeding in de pot. Geheel niets. Geen vloeibare kamerplantenvoeding, geen mestkorrels, geen voedingsstaafjes. De plant is juist gebouwd voor een mineraalarm substraat. Bemesting in de pot leidt vaak tot verbrande wortels, groeistilstand en andere problemen.

    Moet je dan zelf insecten voeren? Meestal niet. In huis zijn altijd wel een paar fruitvliegjes, rouwmuggen of tripsen te vinden, zeker als je meer kamerplanten hebt. Zonnedauwen vangen die opvallend efficiënt. Sterker nog, als je veel last hebt van varenrouwmuggen of fruitvliegjes: koop een drosera. Zelfs een klein plantje vangt al opmerkelijk veel weg. En met veel van dat soort eten wordt je al snel beloond met een bloeistengel.

    Heb je nauwelijks insecten in huis, dan is dat geen ramp. De plant blijft leven op fotosynthese; prooien zorgen vooral voor extra bouwstoffen en dus krachtiger groei. Wil je toch bijvoeren, gebruik dan hooguit af en toe een heel klein beetje geschikt droogvoer, bijvoorbeeld fijn verkruimeld visvoer, op één of enkele bladeren. Voer nooit vlees, kaas of andere keukenvondsten. Te grote ‘prooien’ zijn niet goed verteerbaar, en leiden er eerder toe dat het blad afsterft dan dat de plant ervan profiteert.

    2.5 Verpotten

    Drosera 3

    Verpot drosera’s in een voedselarm, zuur en luchtig substraat. Veelgebruikte mengsels bestaan uit ongekalkte turf met perliet of scherp kwartszand, vaak in een verhouding van ongeveer 1:1. Ook levend of gedroogd Sphagnum (veenmos) kan goed werken, afhankelijk van de soort en je manier van water geven. Gebruik geen gewone universele potgrond, cactusgrond of kamerplantengrond. Die bevatten meestal te veel voeding, kalk of andere toevoegingen.

    Verpotten is in de regel eigenlijk zelden nodig; anders dan andere planten gebruiken drosera’s hun wortels voornamelijk als anker en om water op te nemen, niets meer. Het is dus prima als de plant lekker knus in z’n pot staat. Verpot bij voorkeur in het voorjaar, net voordat de groei goed op gang komt. Kies een plastic pot, niet een terracotta pot. Aardewerk kan zouten en mineralen afgeven of vasthouden, precies wat je bij deze planten niet wilt.

    2.6 Snoeien

    Zonnedauwen hebben geen snoei nodig, althans niet in de gebruikelijke zin van het woord. De bladeren zijn klein, kleverig en met hun fijne tentakels niet bepaald gemaakt voor enthousiast knipwerk. Verwelkte bladeren mag je wel wegknippen met een schoon schaartje of pincet, vooral als ze beginnen te schimmelen. Trek niet te hard aan dode bladeren; die zitten dikwijls steviger vast aan de nog levende rozet, dan dat die rozet vastzit in de pot.

    Bij oudere D. capensis kan onder de groeikern een dor stammetje ontstaan, zoals we bij het kopje Groeiwijze al noemden. Vind je dat lelijk, dan kun je de plant iets dieper oppotten of een nieuwe plant maken via bladstek of wortelstek. Terugsnoeien is eigenlijk geen reële optie.

    Verder lees je weleens dat je bloemstelen zou moeten wegsnoeien, omdat die de groei van de plant zelf belemmeren. Daar zit een kern van waarheid in, maar de bloemetjes zijn heel aardig om te zien, en de planten zaaien zichzelf gemakkelijk uit, zodat je steeds meer rozetjes in dezelfde pot krijgt. Onze tip: laat je drosera gewoon z’n ding doen.

    2.7 Vermeerderen

    Zonnedauwen zijn vaak verrassend gemakkelijk te vermeerderen. Vooral de gangbare soorten zijn in dit opzicht veel toegankelijker dan je op grond van hun fragiele uiterlijk zou verwachten. De handigste methodes zijn bladstek, wortelstek, zaaien en, bij pygmeedrosera’s, gemmae.

    2.7.1 Bladstekken en wortelstekken

    Voor bladstekken knip je een gezond blad af en leg je dat met de bovenzijde naar boven op vochtig, voedselarm substraat of op nat Sphagnum. Houd het geheel licht, flink warm en vochtig. Een doorzichtig stukje plastic kan helpen, maar zorg wel voor wat ventilatie. Na enkele weken kunnen langs het blad kleine plantjes verschijnen. Dit werkt goed bij onder meer D. capensis, D. aliciae en D. binata.

    Wortelstek werkt bij soorten met voldoende stevige wortels, zoals D. capensis, D. binata en D. adelae. Leg stukjes wortel van een paar centimeter horizontaal op of net onder vochtig substraat. Ook daaruit ontstaan nieuwe plantjes. Bij D. adelae is dit zelfs een heel natuurlijke manier van uitbreiden.

    2.7.2 Zaaien en gemmae

    Veel drosera’s bloeien en vormen gemakkelijk zaad. Het zaad is vaak stof- tot poederfijn. Strooi het oppervlakkig op vochtig, voedselarm substraat en dek het niet af. De meeste soorten hebben licht nodig om goed te kiemen. Houd de pot warm, licht en nat; bij gewone tropische soorten verschijnen de eerste zaailingen meestal na enkele weken.

    Let op dat niet alle soorten hetzelfde nodig hebben. Koudeminnende soorten kunnen baat hebben bij een koudeperiode voordat ze kiemen. Zaad van bijzondere soorten is bovendien niet altijd lang kiemkrachtig.

    Pygmeedrosera’s vermeerderen zich vooral via gemmae: kleine broedknopjes die in het hart van de rozet ontstaan. Die kun je voorzichtig op nat substraat leggen, waarna ze vaak snel uitgroeien tot nieuwe plantjes. Ze zijn heel klein en kwetsbaar, dus dit is wel even een secuur werkje.

    2.8 Bloeiwijze

    Drosera capensis bloeiwijze
    De bloeiwijze van Drosera capensis. Iedere dag opent er aan de lange bloemstengel één bloemetje; in totaal kan de bloeiwijze zo vele weken duren. Al die groene bolletjes linksonder groeien nog uit tot nieuwe bloemetjes.

    De meeste drosera’s bloeien met kleine, vijftallige bloemen in wit, roze of zachtrood. Ze staan aan een lange bloemsteel die duidelijk boven de kleverige bladeren uitsteekt. Dat is geen toevallige sierlijkheid. Door de bloemen boven de vallen uit te tillen, verkleint de plant de kans dat hij zijn eigen bestuivers opeet.

    De bloemen openen zich vaak maar kort, soms slechts één dag, en bij veel soorten alleen als er voldoende licht is. Verschillende drosera’s zijn zelfbestuivend en kunnen dus ook zonder bestuivers zaad vormen. Als je een verzamelaar bent met diverse soorten dicht bij elkaar, is dit dus een aandachtspunt: vooral de Kaapse zonnedauw kan woekeren als onkruid. In andere kamerplanten, met gewone potgrond die hooguit licht vochtig wordt gehouden, zal het zaad overigens niet ontkiemen; daarvoor zijn de omstandigheden te ongunstig.

    Wil je zaad winnen, laat de bloemsteel dan volledig afrijpen en knip hem pas af als de zaaddozen droog worden. Werk voorzichtig, zodat er zo veel mogelijk zaadjes blijven zitten – in de natuur kan een windvlaag al voldoende zijn om het zeer fijne zaad te doen verspreiden.

    2.9 Ziektes en plagen

    Zonnedauwen hebben, althans in onze ervaring, eigenlijk geen last van de klassieke insectenplagen. Varenrouwmuggen vinden het natte substraat weliswaar heel gezellig, maar volwassen exemplaren behoren tot zo’n beetje het favoriete voedsel van drosera’s in de kamerplantencultuur. Ook andere plaaginsecten hebben meer te vrezen van deze planten, dan omgekeerd.

    Het meest voorkomende probleem is schimmel op oude bladeren, vooral bij weinig ventilatie, koelte en voortdurend hoge luchtvochtigheid. Knip afgestorven en aangetaste bladeren weg en zorg voor meer luchtbeweging. In een gesloten glazen stolp gaat het vaak mis, juist omdat de lucht daar stil en vochtig blijft. Een open pot op een lichte vensterbank is voor de meeste soorten beter.

    Wortelrot kan ontstaan als de plant te koel, te donker en te nat staat, vooral in de winter. Dat klinkt vreemd bij een moerasplant, maar ook moeraswortels hebben zuurstof nodig. Staat een plant slap terwijl het substraat nat is, controleer dan temperatuur, licht en waterkwaliteit.

    Een bekend stressverschijnsel is de zogenaamde ‘reset’. Na verzending, een plotselinge standplaatswisseling of tijdelijk verkeerd water kan een drosera bovengronds sterk terugvallen. Soms lijkt alleen nog een treurig hartje over. Gooi de plant dan niet te snel weg. Bij soorten als D. capensis en D. adelae kan vanuit wortels of groeipunt na enkele weken gewoon nieuwe groei verschijnen. Of zelfs na veel langere tijd: bij minder gunstige omstandigheden kan de plant in de winter bovengronds geheel afsterven, om dan, mits je de wortels telkens nat hebt gehouden, in de lente plotseling weer terug te komen.

    2.10 Verzorging als terrarium-, moeras- of tuinplant

    Zonnedauwen kun je niet alleen als kamerplant op een schotel houden, maar ook in een open terrarium, paludarium of moerasbak. Vooral de Queenslandse soorten, zoals D. adelae, D. schizandra en D. prolifera, doen het goed in een beschutte, vochtige omgeving met helder maar niet te fel licht. Zorg wel voor enige ventilatie om schadelijke schimmels te weren.

    Voor zonminnende soorten werkt een moerasbak vaak uitstekend: een ondiepe bak met voedselarm, zuur substraat en onderin een laagje regenwater. Zet de bak zeer licht en vul het water regelmatig aan. In zo’n bak kunnen drosera’s, Sarracenia en eventueel Dionaea muscipula goed samen groeien, zolang je soorten kiest met vergelijkbare winterbehoeften.

    Inheemse en andere winterharde drosera’s kun je buiten houden, bijvoorbeeld in een aparte moeraspot of een kleine veenbak. Gebruik geen gewone tuingrond en geen bemeste vijveraarde. Regenwater, zon, zuur substraat en winterrust zijn de sleutelwoorden. Bescherm kleine potten tegen langdurige vorst.

    2.11 Overige tips bij de verzorging

    Zonnedauwen zijn voor zover ons bekend niet giftig voor mensen, honden of katten.

    Veel vleesetende planten worden in tuincentra verkocht in glazen stolpjes of kleine potjes met decoratief grind. Dat ziet er aardig uit, maar past meestal slecht bij wat drosera’s nodig hebben: veel licht, mineraalarm water en voldoende luchtbeweging. Haal je nieuwe plant dus liever uit een benauwd sierpotje, zet hem in een open schotel met regenwater en geef hem een paar weken om te wennen.

    Veel drosera’s moeten vrijwel altijd nat staan. Daarnaast hebben ze baat bij een zo hoog mogelijke luchtvochtigheid. Maak van de nood een deugd door het potje in een zeer ruime waterschaal te zetten, eventueel met opstaande randen. Zo hoef je niet elke dag water te geven en heeft je plant het bovendien altijd naar z’n zin in een zeer vochtig microklimaat.

    3. Drosera kopen: waar moet je op letten en waar kan het?

    Drosera arcturi
    Drosera arcturi in de natuur in Tasmanië.

    Zonnedauwen zijn de laatste jaren een stuk gangbaarder geworden. Je vindt ze regelmatig bij grotere tuincentra, vaak tussen andere vleesetende planten zoals Dionaea muscipula, Nepenthes en Sarracenia. Daarnaast zijn ze online verkrijgbaar bij gespecialiseerde kwekers van vleesetende planten. Laat je wel goed voorlichten over de behoeftes van de soort die je koopt als je naar zo’n specialist stapt. Zoals je hierboven al kon lezen, zijn de verschillen in verzorging zeer aanzienlijk.

    Let daarnaast bij het kopen op de volgende punten:

    • Kijk of de plant duidelijke kleefdruppels heeft. Een gezonde, goed groeiende drosera glinstert. Ontbreken de druppels volledig, dan kan de plant te donker, te droog, net verpot of verzwakt zijn.
    • Controleer het substraat. Dat hoort turfachtig, vezelig of mosachtig en voedselarm te zijn. Donkere, rijke potgrond is een slecht teken.
    • Vraag of zoek na welke soort het is. D. capensis, D. aliciae, D. spatulata, D. tokaiensis en veel vormen van D. binata zijn geschikte beginnersplanten. Inheemse en knoldrosera’s vragen duidelijk andere omstandigheden.
    • Laat planten in gesloten stolpjes liever staan, of haal ze thuis direct uit die benauwde verpakking. Voor de meeste drosera’s is een open pot met schotel beter.
    • Let bij online aankoop op de verzendmethode. Zonnedauwen kunnen een paar dagen donker vervoer meestal goed aan, maar ze moeten na aankomst meteen vochtig staan en rustig acclimatiseren. En sommige tropische soorten horen beslist niet te overnachten in een onverwarmde loods of bestelbus als het buiten vriest.

    Na aankoop zet je de plant het best eerst een paar dagen licht maar niet direct in de zon. Daarna kun je zonminnende soorten naar hun definitieve, zeer lichte plek verhuizen. En geef ze meteen bij thuiskomst veel water: tijdens het vervoer stonden ze waarschijnlijk niet met natte voeten, terwijl dat wel hun voorkeur heeft.

    Op dit artikel rust auteursrecht. Zonder onze toestemming is overnemen verboden.

    Verder lezen...

    Alle kamerplanten op Goede Groei

    Kamerplanten
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    (wordt niet openbaar gemaakt)
    0 Reacties
    nieuwste
    oudste meeste stemmen
    Reactieactiviteit elders op Goede Groei

    Hoogst gewaardeerde reacties

    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Hij bloeit weer! En hele familie voorzien van reserve-exemplaren. Wilde dit toch graag hier laten weten!


    7

    Alocasia (olifantsoor): kopen en verzorging

    Bedankt voor de heldere en uitgebreide info!


    7

    Lidcactus: kopen en verzorging

    Deze gered uit een schuur. En bloeit nu volop 😊


    4

    Pachira aquatica: kopen en verzorging

    Hoi Judith, Gefeliciteerd met je nieuwe pachira 😉  En goed dat je zo scherp kijkt. Dergelijke druppels kunnen wijzen op een besmetting van luis…


    4

    Christusdoorn (Euphorbia milii): kopen en verzorging

    Ik ben zo blij met mijn plant,wij wonen in Thailand en staat mooi in onze tuin


    Drukste discussies

    5

    Beste, duidelijke , correcte informatie over de plant. Ik heb er verschillende staan . Eentje met rode bloemen en eentje met gele bloemen en van…


    3

    Hoi Freddy, op onderstaande foto stekjes die ik 23 maart in de grond heb gezet: het bewijs dat stekjes ook bloeien! 😄


    3

    Ik heb zaailingen van de geelbloeiende soort !


    2

    Hoi! Wat een fijne site dit. :-) Wij hebben sinds januari een Ficus plant gekocht en ineens sins gister hangt ongeveer de helft van de…


    2

    (Vergeten foto toe te voegen) Hallo, ik heb een vraag. Mijn lidcactus lijkt niet meer te willen bloeien. Ruim een half jaar (misschien langer) geleden…


    Nieuwste reacties

    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    10 dagen geleden by Stijn

    Hoi Claar, Bij een gezond exemplaar: ja, dat gaat eigenlijk altijd goed. Zorg wel dat je het doet op een moment dat de plant goed…


    Ficus elastica (rubberboom): kopen en verzorging
    10 dagen geleden by Claar

    Is het echt zo dat je heel diep terug kunt snoeien? Ik heb er een staan die al een aantal jaar oud is maar het…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    28 dagen geleden by Kristel

    Beste Louise ik heb voorlopig geen zaadjes van de gele . ik heb jonge platen staan maar weet niet meer of het gele of rode…


    Jatropha podagrica (flessenplant): kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Louise

    Hallo Kristel , als je zaden van de gele hebt zou ik die kunnen overnemen van je . Ik ben er al heel lang naar…


    Papyrusplant: kopen en verzorging
    1 jaar geleden by Stijn

    Hoi Eddy, Zeker doen! Dat kan voor de plant absoluut geen kwaad, en het ziet er veel beter uit.


    Copyright © 2019-2026 Goede Groei • Over ons • Privacy & Cookies • Contact • Naar boven

    :wpds_smile::wpds_grin::wpds_wink::wpds_mrgreen::wpds_neutral::wpds_twisted::wpds_arrow::wpds_shock::wpds_unamused::wpds_cool::wpds_evil::wpds_oops::wpds_razz::wpds_roll::wpds_cry::wpds_eek::wpds_lol::wpds_mad::wpds_sad::wpds_exclamation::wpds_question::wpds_idea::wpds_hmm::wpds_beg::wpds_whew::wpds_chuckle::wpds_silly::wpds_envy::wpds_shutmouth:
    wpDiscuz